Docent in de schoolbank

Nu leerkrachten steeds meer zorgleerlingen hebben, schrijven ze zich massaal in voor de masteropleiding 'leraar speciaal onderwijs'. Zijn leerlingen erbij gebaat als er een docent met een masterdiploma voor de klas staat?

Een puberjongen staat boos op de gang. Zijn armen over elkaar geslagen, de blik naar beneden gericht. Op elke vraag die je hem stelt, is zijn antwoord 'nee'. Wat doe je?

De leerkrachten, van zowel basis- als voortgezet onderwijs die op deze herfstige maandagavond in Groningen college volgen, hebben allemaal zo hun eigen ideeën en trucjes om moeilijk gedrag van leerlingen te tackelen. Na een werkdag voor de klas schuiven ze in de schoolbankjes voor hun masteropleiding 'special educational needs' (Sen), de opleiding tot leraar speciaal onderwijs.

"Wie is zich bewust van zijn eigen houding?" vraagt docent Marlou Thuijs haar 'studenten'. De helft van de vingers gaat omhoog. "En hoe kun je die gebruiken om moeilijk gedrag te stoppen?"

Het gedrag van de leerling spiegelen, oppert een leerkracht: "Ik had laatst een superboos jongetje dat op de grond ging liggen schreeuwen. Ik ging ernaast liggen en toen was het opeens afgelopen. 'Wat doe jij raar juf', zei hij." Jezelf 'groot' maken om overwicht te bieden, zegt een ander. Ontregel de leerling door een onverwachte houding te kiezen, suggereert een derde. Ga bijvoorbeeld op de stoel naast de leerling zitten. Dan maak je jezelf niet groter, maar juist kleiner.

Sinds de invoering van de Wet passend onderwijs heeft vrijwel iedere leraar met moeilijk gedrag te maken in de klas. Kinderen met leer- of gedragsproblemen moeten zo veel mogelijk naar een reguliere school. "Het gaat niet alleen om kinderen die een beetje druk zijn. Ook kinderen met ADHD én een moeilijke thuissituatie zitten nu in het regulier onderwijs", zegt Thuijs.

Masterpapiertje

Leraren worstelen met al die leerlingen met stempels en rugzakjes, merken ze bij de masteropleiding leraar speciaal onderwijs in Groningen. "Vaak hoor ik: hoe moet dat nou, hier ben ik niet voor opgeleid!" vertelt studiecoördinator Margo Lambers van het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.

Volgden van oudsher voornamelijk leerkrachten uit het speciaal onderwijs (de voorloper van) de opleiding, tegenwoordig staat het gros van de deelnemers - zo'n 70 procent - in het reguliere basisonderwijs voor de klas. Ook leraren uit het voortgezet onderwijs schrijven zich iets vaker in. De opleiding kent verschillende specialisaties, maar de helft tot driekwart specialiseert zich in gedragsproblematiek, schat Lambers.

De invoering van passend onderwijs is daarvoor niet de enige verklaring. Voor sommigen is de opleiding ook een manier om carrière te maken. Met een masterpapiertje kunnen ze bijvoorbeeld gedragsspecialist worden binnen hun school of schoolbestuur. Daarbij hoort ook een hoger salaris.

Bovendien moedigen steeds meer schoolbesturen hun personeel aan om door te studeren met een Lerarenbeurs. Die werd in 2008 door toenmalig minister Plasterk geïntroduceerd om bijscholing van docenten te stimuleren en het vak aantrekkelijker te maken. Met de beurs kunnen ze gedurende hun loopbaan eenmaal een bachelor- en masteropleiding naar keuze volgen. De beurs is goed voor het collegegeld, plus studieverlof.

Staatssecretaris Sander Dekker van onderwijs breidde dat verlof dit jaar uit van een halve dag per week naar zes uur (voortgezet onderwijs) en een hele dag (basisonderwijs).

Tussen 2008 en 2014 werden bijna 50.000 lerarenbeurzen verstrekt. De master 'special educational needs' was verreweg het populairst. Bijna een op de drie lerarenbeurzen wordt er verzilverd.

Voor Barbara Veenhuis, leerkracht van groep 5 op christelijke basisschool De Heerdstee in Groningen, was de invoering van passend onderwijs een van de redenen om aan de opleiding te beginnen. Veenhuis is als intern begeleider ook verantwoordelijk voor de leerlingenzorg op school. In die rol, maar ook als leerkracht, ziet ze steeds meer leerlingen met gedragsproblematiek. "Ik heb wel wat cursussen gevolgd, maar ik heb behoefte aan meer diepgang. Ik wil weten wat er achter het gedrag van leerlingen zit en hoe ik hen het beste kan helpen."

Emoties

Die diepgang proberen ze in Groningen aan te brengen door leerkrachten een stapje terug te laten zetten. Deze maandagavond bijvoorbeeld behandelt docent Thuijs het stellen van grenzen bij moeilijk gedrag en de gedragskenmerken van leerlingen met (een vorm van) autisme. Maar ook: welke invloed heeft jouw gedrag als docent zelf?

"Tot nu toe deed ik alles altijd op gevoel", zegt vmbo-docent Annelies Klaassen. "Ik sta altijd bij de deur als leerlingen mijn lokaal binnenkomen, zodat ik ze even in de ogen kan kijken. Een tijd geleden kwam een jongen die zijn haren altijd piekfijn in model heeft zonder gel de klas binnen. Dus ik zei: 'Hé, waar is je gel?' Hij barstte in tranen uit. Wat bleek: hij had die ochtend ruzie gehad met zijn moeder en daardoor geen tijd gehad om zijn haar te doen."

Zulke emoties moeten er eerst uit voor ze met de les kan beginnen, zegt Klaassen die aardrijkskunde geeft op het Dr. Nassau College in Assen. "Ik denk dat leerlingen beter aan leren toe komen als er meer aandacht is voor belemmerende factoren. Of dat nu lastig gedrag is, of dyslexie of dyscalculie. Als je daar de vinger achter krijgt, is de kans op succes groter; en uiteindelijk wil je dat leerlingen hun diploma halen."

Vroeger voer ze daarbij op haar intuïtie, nu kan ze wat ze doet onderbouwen met theorie. "Ik kan collega's, ouders, en de schoolleiding uitleggen waarom ik op een bepaalde manier te werk ga. En wat ook fijn is aan deze opleiding: dat je bevestiging krijgt dat wat je op gevoel doet als leraar, ook echt goed is."

Enorme verrijking

Maar wordt het onderwijs ook beter als er een docent met een masterdiploma voor de klas staat?

Hard wetenschappelijk bewijs is er niet, zegt Marco Snoek, lector docentprofessionalisering aan de Hogeschool van Amsterdam. "Sowieso is het heel moeilijk om het effect van een docent met een masteropleiding te meten", zegt Snoek, die bezig is met een groot onderzoek naar docenten die een masteropleiding volgen op hbo-niveau, zoals de Master Sen.

Hij durft wel enigszins vooruit te lopen op de eerste onderzoeksresultaten: "Zulke opleidingen zijn een enorme verrijking voor docenten. Nieuwe wetenschappelijke inzichten vinden zo hun weg naar het klaslokaal. Dat is een enorme impuls voor het onderwijs."

In de gewone lerarenopleidingen is daarvoor geen aandacht, zegt Snoek. "Het probleem is dat een leerkracht na de pabo alles moet kunnen: hij moet zelfstandig een klas kunnen draaien. Daardoor is de opleiding volledig gericht op praktisch handelen."

Pas als docenten een master doen, realiseren zij zich wat er allemaal aan theorie bestaat, zegt Snoek. "Ze worden kritischer, schieten bij een probleem niet meteen in de stand van 'we doen het hier op school altijd zo', maar vragen zich af: waarom doen we dat en is het wel de beste manier? We zien zelfs dat leerkrachten die bezig zijn met een master negatiever zijn over hun eigen handelen dan hun collega's die alleen een pabo-diploma hebben. Onze verklaring is dat docenten zich realiseren wat er allemaal nog beter kan, terwijl ze dachten best goed bezig te zijn."

Helikopterview

Leerkrachten die de Master Sen halen - het slagingspercentage ligt rond de 80 procent - zijn geen academici en dat worden ze ook niet, maar ze worden wél betere docenten, meent ook studiecoördinator Lambers in Groningen. "Het worden leraren met een helikopterview, met meer theoretische kennis die beredeneerde keuzes maken. 'We nemen niet alles meer voor zoete koek', horen we van afstudeerders."

Voor vmbo-docent Klaassen, die ook leerlingbegeleider is van de brugklassers, zit de opleiding vol waardevolle inzichten. "Het is heel verrassend wat er soms achter gedrag van een leerling zit. Dan blijkt die woede-uitbarsting van een leerling met autisme veroorzaakt doordat hij doodmoe is. Bijvoorbeeld omdat hij na elke les moest navragen wat het huiswerk is, waardoor hij bij de volgende les weer te laat kwam. Autisten hebben moeite met het scheiden van hoofd- en bijzaken, dat kost ze enorm veel energie. Het kan dan bijvoorbeeld een oplossing zijn om als docent het huiswerk altijd met een groene stift links op het bord te schrijven. Als je weet dat dat helpt, kun je kijken hoe je dat regelt met het docententeam."

Dat laatste is een belangrijk punt, zegt Lambers. Want uiteindelijk wil je niet alleen dat de docent met een master goed beslagen ten ijs komt, je wilt dat op de hele school verbeteringen plaatsvinden.

In het begin zijn afgestudeerden enthousiast, fungeren ze vaak als vraagbaak voor collega's. Lambers: "Het kortetermijneffect van de opleiding is er zeker, op lange termijn kun je nog je vraagtekens zetten."

Als een docent geen tijd en ruimte krijgt van de schoolleiding en steeds het initiatief moet nemen, is dat lastig. "Daar zouden wij als opleider misschien nog meer aandacht aan moeten besteden."

'De opleiding dwingt me na te denken wat  er op school beter kan'

Feikje Riedstra (49), eerstegraads docent Frans en dyslexiecoördinator op het Drachtster Lyceum

"Naast docent Frans ben ik dyslexiecoördinator op school. Ik moet havo/vwo-leerlingen met taal- en leesproblemen begeleiden, maar ik vond eigenlijk dat ik daarvoor onvoldoende kennis had over wat wel en niet werkt. Ik heb in de 23 jaar dat ik voor de klas sta allerlei cursussen gedaan, maar die vond ik vaak heel oppervlakkig. Zat ik weer te kijken naar een powerpointpresentatie.

Op onze school zitten ook leerlingen uit een onderwijsachterstandgebied. Het sociaal-cultureel niveau van sommige ouders is laag, er wordt bij leerlingen thuis weinig gelezen. De maatschappij waarin zij terechtkomen is juist heel talig. Ik probeer kinderen heel erg te stimuleren. Prima, pak de Voetbal International, áls je maar leest! Als docent Frans weet ik hoe belangrijk dat is. Als jongeren Nederlands al lastig vinden, dan is mijn vak helemaal een probleem.

In de opleiding leer ik technieken om leerlingen verder te helpen. Voorheen liep ik een rondje door de klas als leerlingen een boekje moesten lezen. Af en toe vertaalde ik een woordje en liet ze verdergaan. Nu neem ik bijvoorbeeld de zwakkere lezers apart en bespreek ik een paar boekjes met ze, waarvan we de eerste bladzijden samen lezen. Ik introduceer ze echt in het verhaal, probeer het betekenisvol te maken, zodat ze daarna zelfstandig verder kunnen.

De opleiding vind ik heel inspirerend, maar ook pittig naast school. Op maandagmiddag heb ik studieverlof, maar met leerlingen is er toch altijd wat. Voor je het weet begin je pas aan het eind van de middag." Lachend: "Mijn vuistregel is nu: als ze huilen gaan ze voor, anders kan het wachten."

'Om mijn werkgoed te doen, heb ik deze opleiding nodig'

Marion Alferink (25), staat vijf jaar voor de klas. Leerkracht van groep 1-2 van christelijke basisschool Paul Kruger in Coevorden

"Ik wist halverwege de pabo al dat ik na mijn opleiding nog een master wilde doen. Tijdens mijn stage had ik een jongetje in de klas met PDD-NOS en ADHD. De ene keer had ik hem en ging het heel goed in de klas, maar de andere keer ontplofte hij gewoon. Hoe kan ik jou nou bereiken, vroeg ik me af. Waarom lukt het soms wel om contact te maken met een leerling en een ander keer totaal niet? In de opleiding hoop ik te leren wat ik aan mijn gedrag kan veranderen zodat ik leerlingen op de juiste plek krijg. Hoe zorg ik ervoor dat een kind zich in mijn klas prettig voelt met zijn eigen beperkingen en talenten?

Door de invoering van het passend onderwijs zitten er in mijn kleuterklas veel kinderen die extra zorg nodig hebben. Het is mooi om hen te zien groeien, maar het vraagt wel veel van mij als docent. Wat dat betreft ben ik blij dat ik af en toe een stagiair in de klas heb. Je wilt leerlingen zo goed mogelijk begeleiden, maar je moet echt opletten dat je ook aan de kinderen toekomt die weinig aandacht vragen.

Om mijn werk echt goed te kunnen doen heb ik deze opleiding nodig. Ik zie het echt als een investering in mezelf. Wellicht dat ik later gedragsspecialist wordt binnen de vereniging, maar de klas heeft prioriteit. Ik hoef niet per se hogerop."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden