Dobberen over de Ganges

Badende sadhu's, rouwende families, eindeloze rijen voor een beroemde hindoetempel: Varanasi overweldigt met zijn drukte, geuren en kleuren.

Mijn verkenning van Varanasi begint zoals die voor elke bezoeker zou moeten beginnen: net voor zonsopkomst, met een boottocht over de Ganges. Met visserszoon Raja aan de riemen dobber ik stroomafwaarts langs de getrapte vloedkades (ghats) van India's heiligste stad. De ochtendnevel lost langzaam op in de opkomende zon, het silhouet van tempels en paleizen wint aan kleur.

Op de trappen daaronder begint de dag. De monniken van een yogaschool brengen hun ochtendgroet aan de zon. Vrouwen slaan de was droog. Een ventje van een jaar of acht jaagt een kudde waterbuffels de rivier in, en overal langs het water prevelen gelovigen een schietgebedje alvorens zich onder te dompelen in Moeder Ganga.

Wat Mekka is voor een moslim, is Varanasi voor een hindoe. Een gelovige wordt geacht tenminste eenmaal in zijn leven af te reizen naar het spirituele hart van India om daar zijn zonden weg te spoelen met een heilig bad - al vraag je je af hoe dat bad reinigend kan werken, wetende dat zo'n beetje alle afvoerpijpen van noord-India de Ganges als eindstation hebben.

Varanasi heeft een extra probleem. Wie hier de laatste levensadem uitblaast, zo wordt gezegd, verbreekt de eeuwige cyclus van dood en wedergeboorte en bereikt per direct het nirwana, de hoogste staat die de mens kan bereiken. Varanasi is daarom een populaire plek om te sterven. Twee van de kades zijn speciaal bestemd voor lijkverbrandingen. Voor de zwartgeblakerde tempel van Manikarnika Ghat gebeurt dat met tientallen tegelijk.

Vrienden en familie staren zwijgend in de vlammen, koeien en geiten doen zich te goed aan de meegebrachte bloemen. Alleen mannen mogen bij de verbranding aanwezig zijn. Er mag namelijk niet worden gehuild. Dat zou de ziel belemmeren op zijn pad naar verlossing. Zodra het vuur zijn werk heeft gedaan, verdwijnen de verkoolde resten in de rivier. De lijken van kinderen, zwangere vrouwen en sadhu's (heilige mannen) worden niet verbrand, maar verzwaard met stenen in het midden van de Ganges te water gelaten.

Toch hoef ik me volgens mijn jonge gids Raja geen zorgen te maken over de kwaliteit van het water. Hij neemt elke middag een duik en voelt zich prima. "Van ver lijkt de rivier vies", zegt hij, terwijl hij met zijn hand wat water schept. "Maar kijk, van dichtbij is het heel schoon. De Ganges stroomt uit het hoofd van Shiva. Daarom is het water zo krachtig. Als u ziek bent, maakt de Ganges u beter."

Hoewel Varanasi tienduizenden tempels en heiligdommen ter ere van talloze goden telt, is de stad vooral het onbetwiste koninkrijk van Shiva, India's stoerste God. Met zijn drietand en dreadlocks oogt hij als een mengeling van Neptunes en Bob Marley. De yogagod wordt meestal afgebeeld in meditatieve houding met de ogen half gesloten en een derde oog in zijn voorhoofd als teken van zijn verlichte staat. De Ganges ontspringt in zijn lange lokken.

Bij de half verzonken Scindia Tempel zeg ik Raja gedag en ga aan land. De boottocht was prachtig, maar Varanasi is meer dan een kleurrijke rivièra aan de Ganges. Het hoger gelegen hart van de stad is een oneindig labyrint van stegen van nauwelijks een meter breed, waarin je alleen maar kunt verdwalen in een levende mensenzee en een te veel aan geuren en kleuren.

Hier bevindt zich ook Varanasi's beroemdste tempel: de Viswanath oftewel Gouden Tempel, vanwege zijn enorme gouden koepel. Net zoals de rest van de stad werd de tempel in de loop der eeuwen vele malen verwoest en telkens weer herbouwd. De huidige versie stamt uit de achttiende eeuw. Maar volgens de hindoes stond de oorspronkelijke tempel iets verderop, precies waar nu de witte Gyanvapi Moskee staat. Moslims vormen nog altijd een kwart van de bevolking van de stad en zijn beroemd vanwege hun vakmanschap in het weven van natuurlijke zijde.

Om religieus geweld te voorkomen, heeft het Indiase leger de Gouden Tempel omringd met een ingenieus netwerk van controleposten en metaaldetectoren, wat de drukke stegen alleen nog maar drukker heeft gemaakt. Wie de tempel wil bezoeken moet over uithoudingsvermogen beschikken. Op drukke dagen verzamelen de pelgrims zich al ver voor zonsopgang en staan vervolgens urenlang dicht opeengepakt in een kilometerslange slang, die schijnbaar stilstaand door de binnenstad sluipt.

Wilt u aansluiten, wees dan gewaarschuwd: niet-hindoes mogen het heilige der heiligen niet aanschouwen.

Dat heilige der heiligen is de belangrijkste 'Jyotirlinga' van het land. Een 'linga' is het stenen fallussymbool dat in elke Shivatempel prijkt. 'Jyotir' betekent stralend. Volgens de overlevering zijn er twaalf Jyotirlinga's, overal waar Shiva zich ooit manifesteerde als een oneindige straal licht. Het aanschouwen ervan zou de gelovige helpen met het loslaten van diens aardse verlangens.

De spectaculairste verschijningen in Varanasi zijn de 'naga's': de naakte, met as ingesmeerde volgelingen van Shiva. Vooral om en nabij belangrijke feestdagen zijn er honderden in de stad. Officieel hebben zij het materiële leven opgegeven voor een meditatief bestaan. In werkelijkheid is het onderscheid tussen bedelaar, handelaar en heilige niet zo een, twee, drie duidelijk. De meeste naga's consumeren grote hoeveelheden hasj en zijn bepaald niet vies van geldgiften.

Na een paar uur in de drukte van de binnenstad, biedt de Ganges altijd weer soelaas. Op de trappen voor de rood-wit gelakte Kerak Tempel kijk ik uit over de rivier. Hoewel diep landinwaarts gelegen, is Varanasi als een stad aan zee. Bij hoog water strekt de Ganges zich uit zo ver als het oog reikt. Maar zelfs bij laag water bestaat de horizon uit niet meer dan een zandbank en een vaal streepje groen. Wellicht heeft dit idee van oneindigheid bijgedragen aan de bijzondere positie die Varanasi inneemt binnen het hindoeïsme.

"Kijk", zegt een vriendelijke, zilvergrijze man naast me. "Die sadhu neemt een bad. Er wonen 33 goden in Varanasi en elke middag - onzichtbaar voor het menselijk oog, natuurlijk - nemen zij een bad. Daarom gaan ook veel sadhu's 's middags naar de rivier: voor een bad met de goden."

"Het hindoeisme is moeilijk", zeg ik.

"Teveel goden." "Nee hoor", antwoordt de man. "God is zoals jij en ik. Jij bent vader, zoon en man. Zij zijn allemaal verschillend, en toch allemaal jou. Met God is het hetzelfde. Hij heeft vele gezichten, maar hij is uiteindelijk één en dezelfde."

Hoe kom ik er?
Er rijden dag en nacht treinen tussen Delhi en Varanasi. De snelste en comfortabelste rit duurt zo'n negen uur en kost 15 euro.

Het kan goedkoper, maar dan zit u twee keer zo lang in een derdeklas trein. En dat wilt u niet - geloof ons.

India's heiligste stad is vanuit het hele land ook goed per vliegtuig bereikbaar.

Overnachten
Wat betreft accomodatie biedt Varanasi tal van opties: van een bed in de binnenstad tot een luxe 5-sterren kamer met uitzicht op de Ganges.

Mag ik overal in?
Het heilige der heiligen in de Viswanath Tempel mag slechts door hindoes worden aanschouwd, maar verder zijn alle heiligdommen voor een ieder toegankelijk. Het fotograferen van de lijkverbrandingen is niet toegestaan, al doen de meeste toeristen dat toch.

Heb ik een visum nodig?
Binnenkort zal ook de Nederlandse toerist een visum kunnen krijgen bij aankomst in India, maar voorlopig moet dat nog (online) worden geregeld bij de Indiase ambassade in Den Haag. Kosten: vanaf 64,50 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden