Dobbelstenen van God

Het islamitische Jordanië: Een land dat niet alleen een gebrek aan olie en water heeft, maar ook aan heilige plaatsen. Het land wedijvert met het joodse Israël om de gunst van de toerist. Zo zou Jezus op Jordaans grondgebied zijn gedoopt.

Jordanië is een geschenk van de Jordaan. Net als in Egypte, dat Herodotus een geschenk van de Nijl noemde, beperkt de vruchtbare grond zich tot enkele tientallen kilometers terzijde van de rivier. Maar de Nijl graaft zich duizenden kilometers door het zand, en bevloeit het land ter weerzijde, terwijl Jordanië maar honderd kilometer lang van het water profiteert, en alleen op de oostelijke oever. Op de andere oever liggen Israël en de spookstaat van de Palestijnen. In die strook in het noorden van het land wonen de meesten van de 5 miljoen Jordaniërs.

Daarbuiten, dat wil zeggen op negentig procent van het oppervlak, heerst de woestijn. Zelfs van het Jordaanwater is de Jordaniërs het vruchtgebruik maar beperkt gegund, want Israël slurpt het leeuwendeel op. Jordanië is een zuinig geschenk. Geen wonder dat, hoewel het twee keer zo groot is als Nederland, het land zich in alle ernst overbevolkt acht. Maar Jordanië is niet vol, Jordanië is droog.

Naast Israël is Jordanië ook nog door andere geweldenaars omringd: Saoedi-Arabië, Irak en Syrië. Elk van die landen kan zich in een reputatie verheugen -niet altijd even respectabel- dankzij de beschikking over middelen die de hulpbronnen van Jordanië verre overtreffen.

Het Hasjemitische Koninkrijk van Jordanië zoals het voluit heet, heeft geen olie in de grond. De titel vermeldt de twee zaken waaraan het land dat zoveel kleiner en armer is dan zijn buren, zich vastklampt: de rivier, en de dynastie die sinds 1946 het land als een verlichte despotie bestuurt. De Hasjemieten, een oorspronkelijk Saoedische clan, wordt een directe afstamming van de profeet Mohammed toegeschreven.

De in 1999 gestorven Hoessein en zijn zoon, de huidige koning Abdoela, zijn overal. Behalve op de plekken waar men de portretten van koningen verwacht, zoals in kantoren en op voorpagina's, prijken ze ook op de achterkanten van auto's. Hoessein heeft het land voor al te grote aanrijdingen met zijn buren behoed, en zijn inspanningen voor een veilig Midden-Oosten hebben Jordanië een rol in de wereldpolitiek bezorgd. 'Wij zijn een rustig hoekje in een lawaaierige buurt', zegt de gids trots.

Behalve over water concurreren het islamitische Jordanië en het joodse Israël ook om de gunst van de christenen. Toerisme, en dat is veelal bijbels toerisme, zorgt voor 15 procent van de Jordaanse inkomsten. Aan de rand van de Jordaan, even voor de rivier in de Dode Zee verzout, is Jezus door Johannes gedoopt. Op Jordaans grondgebied zegt de gids stellig. Hij staaft het met citaten.

Een deftig gekleurde vogel vliegt van het Jordaanse naar het Israëlische riet. Dáár, vertelde vier jaar geleden een Israëlische gids, ook met het Nieuwe Testament in de hand, had de doopplechtigheid plaats gevonden. Stroomopwaarts wordt ook de plek waar volgens het evangelie een kluitje boze geesten naar een groep zwijnen was overgeheveld, door beide landen opgeëist. Wedijver te over in de Jordaanvallei, en geen verstandig mens zal in zo'n twist partij kiezen. De afstand tot de gevaarlijke stenen des aanstoots in Jeruzalem is hemelsbreed nog geen 25 km. Maar je gunt het liever aan de Jordaniërs, die niet alleen aan olie en water gebrek hebben, maar ook aan heilige plaatsen.

De westgrens, die als een boekrug door de Jordaanvallei en de Dode Zee naar de golf van Akaba loopt, versterkt de indruk dat Jordanië een doordruk van het heilige land is. Maar even ten zuiden van de Dode Zee bezit het land in de stad Petra een monument dat een stilzwijgende kritiek uitoefent op het religieus fanatisme dat al zo lang in deze 'lawaaierige buurt' woedt. Aan de Israëlische kant van de Dode Zee liggen het barse sectariërsnest Qumran en het zelfmoordenaarsfort Masada.

Petra is daarentegen een necropool die niets grimmigs heeft. De woningen van de Nabateeërs, een volk dat hier rond de jaartelling huisde, handelde en tol hief, zijn grotendeels verdwenen. Maar de elegante roze façades van de graftombes die zij in de rotswanden van een canyon ciseleerden, spreken van een rekkelijke levensopvatting die graag van de culturen in de buurt wat leende. Het Nabatese pantheon was ook een verstandig clubje. Een zonnegod en een maangodin regeerden losjes over wat mindere goden die de zorg over zaken als handel en watervoorziening hadden. De combinatie van Egyptische, Griekse en Romeinse trekjes geeft een frivool karakter aan hun monumenten, en de enkele inscriptie die zij zich veroorloofden spreekt van eigendom en eigendunk. Petra is een hulde aan het hellenistisch levensgevoel, dat van opportunisme een kunst maakte.

Maar ook de Nabateeërs kwamen oorspronkelijk uit de Arabische woestijn, net als de Israëlieten die veertig jaren rondzwierven, vanuit het oosten de Jordaan overstaken en Palestina veroverden. De Hasjemieten waren alleen de laatste stam die vanuit de onafzienbare leegte op de vruchtbare halve maan afstormden. Het koningshuis in spe reed de Jordaanvallei binnen op de vleugels van wat de Grote Arabische Revolutie van 1917 heet, de geboorte van een nationaal gevoel onder de nomaden.

Wie na een bezoek aan Petra, dat niet voor niks het dankbare decor van films (Indiana Jones) en strips (Kuifje) is geweest, richting de Rode Zee reist, rijdt door de woestenij die T.E. Lawrence ('of Arabia') en de overgrootvader van de huidige koning Abdoela als uitvalsbasis voor hun guerrilla tegen de Turken gebruikten. Het gebergte is hier nog verder uitgesleten dan de kloven waarin de Nabateeërs zich schuil hielden, en tussen de zandduinen verrijzen reusachtige stenen kolossen. Dobbelstenen van God, of misschien de brokstukken van religies die het niet gehaald hebben, waarmee volgens Lawrence de randen van de woestijn bezaaid ligt. Lawrence schrijft in 'Seven Pillars of Wisdom' (1926) dat de woestijn een smeltoven is die aan de lopende band geloof produceert, religies die 'de leegte van de wereld en de volheid van God benadrukken'.

Drie van die godsdiensten zijn langs de diepe slenk waarvan de Jordaanvallei het noordelijke uiteinde is, uitgewaaierd over Europa, Azië en verder. Dat is dringen geweest, en de pijnlijke resultaten van de overdaad doen zich nog elke dag voelen in Jeruzalem.

De kamelen in Zuid-Jordanië vervoeren geen mirre en wierook meer, en geen strijders voor een geloof en een Arabische natie. Nu rijden er toeristen op. De bedoeïnen die hun tijd uitzitten, laten de bezoekers even proeven van de 'landschappen als in een kinderdroom, zo wijds en stil.'

Dat wil niet zeggen dat de ex- en import van goederen en ideeën is komen stil te liggen. Wie vanuit de woestijn terugrijdt naar Amman, deelt de weg met een eindeloze rij vracht en tankwagens. Niet alleen containers worden in Akaba ontscheept voor vervoer naar Bagdad, maar op de auto's die per oplegger noordwaarts reizen zijn nummerborden uit Texas te onderscheiden.

Je hoort Jordaniërs wel zuchten dat ze zo weinig grondstoffen hebben. Maar het bezit van olie heeft zijn bezwaren, zoals de ruwe attenties van een wereldmacht. De oude en nieuwe wegen in de grote slenk hebben veel veroveraars en profeten met haast gezien, maar meestal op doortocht. De Jordaniërs van vandaag worden niet zo rijk van de transitorechten als de Nabateeërs van gisteren. Maar dat bespaart hun ook de extravagante ongelijkheid van de oliestaten.

Er schuilt iets sympathieks in de vele huizen die je ziet waaruit de betonijzers omhoog steken. Het vertolkt de bescheiden hoop van mensen in afwachting van betere tijden: straks misschien een verdieping erop.

De grote verhalen zijn beperkt tot de miljoenen Palestijnen, die in Jordanië dromen van een thuisland. Maar zelfs zij lijken een praktisch vernuft te hebben ontwikkeld waarin hun bestaan hier en nu voorop staat. Schoon water en een fatsoenlijke behuizing zijn in het Midden-Oosten al hoge aspiraties.

De onzekere balans tussen realisme en geloofsijver komt een Nederlander bekend voor, en ook de omstandigheid dat de nederzettingen bij gratie van de weg bestaan. Maar te volgen hoe die weg zich slingert tussen woestijnen en langs een zoute zee, door ravijnen en over hoge bergen, om tenslotte bij de dappere Jordaan aan te komen, is een belevenis waar geen mens nuchter bij blijft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden