Dobbelen

In zes jaar kan een mens veel veranderen. Gelukkig maar, wil ik bijna zeggen, want vaak denk ik nog met schaamte terug aan de feestjes in de eerste. En dan vooral aan het dobbelen: een spel dat aantoont hoe griezelig dun dat kunstmatige laagje dat wij beschaving noemen, kan zijn.

Voor een goed partijtje dobbelen heeft men slechts nodig: één dobbelsteen, minimaal twee personen, én: een overschot aan hormonen. De dobbelsteen bepaalde wat je moest doen, uiteenlopend van het geven van een hand (bij 1), tot het geven van een tongzoen (bij 5). Gooide je zes, dan mocht je zelf kiezen uit de opties, oftewel: zes was ook tongen. In de eerste hadden we namelijk de schier heilige opdracht op onze schouders genomen iedereen dat jaar te 'ontgroenen'.

Als je gegooid had, was het zaak uit de kring hormoonspiegels de ware te kiezen. Gezocht werd naar de combi: wel wanhopig, niet afzichtelijk: ,,Wil jij met me bekken? Ja? Lach eens? Laat maar. Wil jij... o nee, jij bent een jongen. Wil jij... o wacht, is dat paprikachips? Laat maar...''

Als je eenmaal een geschikte partij had gevonden, kon het zoenen beginnen. Dit onderdeel was evengoed verstoken van ook maar de schijn van romantiek: zoenen deed je midden in de kring van gapende pubers. Slechts de allerergste romantici sleepten hun date mee achter het schuurtje. Al dan niet vergezeld van een arbiter die het aantal seconden bijhield. Dit werd gedaan om het ergste visserslatijn te voorkomen ,,We hebben wel een halve minuut gezoend!''

Ik kijk uit naar het veranderen van mijn habitat - zodat niemand meer je verleden kent.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden