DNA verraadt de gangen van de stern

vogelbescherming | Met behulp van DNA-analyse kunnen vogelonderzoekers laten zien waar de zwarte sterns in het IJsselmeer vandaan komen. 'Dit helpt ons om bedreigde vogelsoorten gerichter te beschermen', zegt bioloog Jan van der Winden.

Aan het eind van iedere zomer verzamelen zich duizenden zwarte sterns in het IJsselmeergebied. Vooral de kunstmatige eilandenarchipel De Kreupel, een paar kilometer ten noorden van Andijk en sinds kort ook de Markerwadden, in het Markermeer, zijn populaire rustplekken. Het grootste deel van de vogels die daar samenkomen, broedt niet in ons land. Het afgelopen jaar broedden er bijvoorbeeld maar een dikke duizend paar zwarte sterns in de Nederlandse moerassen. De rest van die IJsselmeervogels komt dus van elders. Maar van waar?

Vogelonderzoeker Jan van der Winden houdt zich al heel bezig met die vraag, zowel in zijn werk als ecologisch adviseur als, in zijn vrije tijd, liefhebber van moerasvogels. "Het gaat al jaren bergafwaarts met de zwarte stern. In de eerste jaren nadat de eilandjes van de Kreupel door Rijkswaterstaat waren aangelegd, rond 2003, was het een eldorado voor deze vogels. Op het hoogtepunt kwamen hier 60.000 sterns na het broedseizoen bijeen, om bij te tanken voor de trek naar Afrika. Nu zijn dat er nog hooguit 10.000. Niemand weet wat er met de rest is gebeurd."

Van der Winden probeert de gangen van verschillende soorten vogels al jaren te achterhalen met behulp van onder andere kleurringetjes aan de poten, die vrijwilligers vervolgens met de telescoop op verschillende plaatsen op de aardbol kunnen aflezen. Omdat dit voor zo'n kleine vogel als de zwarte stern, met ook nog eens heel korte pootjes erg lastig is, heeft hij enkele tientallen van deze vogels uitgerust met een minuscule chip aan de poot, die de positie op aarde van dag tot dag bijhoudt. Van ongeveer 25 vogels kon Van der Winden die chip een jaar later ook weer van de poot afhalen om hem uit te lezen. "Op die manier hebben we laten zien dat de zwarte stern een groot deel van de kusten van zuidwestelijk Afrika als winterkwartier gebruikt. Ze verblijven bovendien opvallend vaak op zee. En dat terwijl het bij ons broedvogels zijn van de zoetwater moerassen. Bovendien hebben we met die chips tot nu toe onbekende tussenstops in de Middellandse zee en bij de Canarische eilanden ontdekt."

Het afgelopen jaar heeft Van der Winden een nieuw instrument aan zijn onderzoek toegevoegd: DNA-analyse. Samen met Amerikaanse, Canadese, Oekraïense en Russische onderzoekers publiceert hij deze maand de resultaten van dat werk in het Journal of Ornithology. Van der Winden: "We hebben in verschillende broedkolonies - van Nederland, via Letland, tot diep in oostelijk Siberië - DNA-analyses gedaan aan de hand van bloed of verse veertjes die we van gevangen vogels hebben verzameld. Daarin hebben we heel specifieke stukjes DNA gevonden die karakteristiek blijken voor de verschillende broedkolonies. Vervolgens zijn we op de Kreupel gaan kijken welk DNA we daar aan het eind van de zomer bij de vogels terugvonden. Toen bleek dat hier alleen vogels uit het gebied tussen Nederland en Letland komen bijtanken. De vogels die verder naar het oosten broeden nemen blijkbaar een andere route naar het zuiden."

Aan de Rijksuniversiteit Groningen doen biologen Yvonne Verkuil en Jesse Conklin ook DNA-onderzoek aan vogels om hun herkomst na te gaan. "Ik ben wel een klein beetje jaloers op het werk van de zwarte sternenonderzoekers", zegt Verkuil gekscherend. "Op basis van slechts zeven onderscheidende stukjes DNA konden zij al met een behoorlijke zekerheid zeggen waar een vogel vandaan komt. Dat is voor lang niet alle vogelsoorten zo makkelijk. Wij hebben zelf bijvoorbeeld onderzoek gedaan aan drieteenstrandlopers en kemphanen. Wij maakten gebruik van acht stukjes DNA, maar wij konden bijna geen genetische verschillen ontdekken tussen bijvoorbeeld de drieteentjes die op Groenland broeden, of de soortgenoten die uit Siberië bij ons langskomen in het najaar. Waarschijnlijk zijn verschillende groepen steltlopers nog maar relatief kort, meestal na de laatste ijstijd, van elkaar gescheiden geraakt. De verschillende groepen zwarte sterns zijn mogelijk al langer van elkaar geïsoleerd geraakt, waardoor de genetische verschillen wat uitgesprokener zijn."

In haar onderzoek aan de steltlopers pakt Verkuil het tegenwoordig dan ook wat ruiger aan. "We maken nu gebruik van een analyse op basis van maar liefst 15.000 stukjes DNA. Darmee kunnen we voor een vogel als de kanoet nu redelijk precies bepalen uit welke broedpopulatie hij afkomstig is. En dat voor minder dan honderd euro per vogel!"

Het genetisch werk is een belangrijke toevoeging aan het vogelonderzoek, vindt ook Verkuil. "Met de huidige stand van de techniek is het nog steeds nodig dat je de vogel vangt om een DNA-monster van voldoende kwaliteit te pakken, maar in de toekomst zou het misschien ook wel kunnen met veertjes die je gewoon van de grond opraapt. Bovendien hoef je ze nu al maar één keer te vangen om al een hele hoop geschiedenis te achterhalen. Met kleurringen moet je de vogel terugzien, en met chips moet je ze zelfs terugvangen. Dat hoeft met genetisch onderzoek niet meer."

Van der Winden ziet vooral grote winst voor de bescherming van vogels. "Als je een vogelsoort waar het slecht mee gaat goed wilt beschermen, zul je toch moeten weten waar ze het hele jaar door uithangen. Dat we tegenwoordig op basis van het DNA van sommige vogels de trekwegen al in kaart kunnen brengen is daarbij een enorme winst."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden