DNA bisschop Tutu in kaart gebracht

Aartsbisschop Tutu maakt vandaag zijn DNA-code openbaar. Hij hoopt dat Afrikanen daardoor meer gaan profiteren van genetisch onderzoek.

De Afrikaanse geestelijke Desmond Tutu staat vandaag in het wetenschappelijke vakblad Nature. Als proefpersoon, wel te verstaan. Wetenschappers uit Amerika, Afrika en Australië hebben zijn volledige DNA-code opgehelderd. Tutu’s hele genetische hebben en houden is nu via internet te raadplegen.

Ook zijn persoonlijke medische geschiedenis staat erbij. Zo heeft hij prostaatkanker, polio en tbc gehad. „Privacy? Dat interesseert Tutu niet zo”, meldt hoofdonderzoeker Stephan Schuster vanuit Namibië. „Het was toch al bekend dat hij die ziektes heeft gehad. Hij vindt het belangrijker dat ook zwarten dankzij dit onderzoek kunnen profiteren van de genetische wetenschap. Tot nu toe was dat vooral iets van het Westen. Tegen zulk onrecht strijdt Tutu al zijn hele leven. Daarom deed hij graag mee.”

Tot nu toe was de complete DNA-code van acht individuen in kaart gebracht; onder hen slechts één zwarte. Samen met het DNA van Tutu publiceren de onderzoekers vandaag ook nog de erfelijke code van vier vertegenwoordigers van het San volk, of bosjesmannen. Met die hele reeks informatie wordt het mogelijk om voor kwalen die zwarten extra hard treffen, zoals prostaatkanker en hoge bloeddruk, de verantwoordelijke zwaktes in het DNA op te sporen. Therapieën komen dan sneller in zicht, zeker ook omdat de onderzoekers hun data gratis ter beschikking stellen.

Een bijkomende reden om het DNA van zwarten onder de loep te nemen, is dat zij genetisch veruit de grootste diversiteit kennen. De vier bosjesmannen en Tutu, lid van een Bantu-stam, behoren tot de oudste evolutionaire lijnen van de mensheid. „Ze wonen in het zuiden van Afrika. Dat gebied wordt al twee miljoen jaar door mensen bevolkt”, zegt Schuster. „Ze zitten onderaan de evolutionaire stam, op het dikste punt. Daarom herbergen ze een enorme genetische variatie. Uit ons werk blijkt dat twee bosjesmannen onderling sterker van elkaar verschillen dan een Europeaan en een Chinees.”

De grote variatie maakt dat zwarten soms onverwacht reageren op medicijnen. Zo geven hiv-remmers extra bijwerkingen, waardoor veel Afrikanen met de therapie stoppen. Genetisch onderzoek kan helpen om voor hen betere medicijnen te ontwikkelen. Ook op korte termijn levert het onderzoek de deelnemers iets op: sociale erkenning. Schuster: „Namibië heeft hooguit twee miljoen inwoners, maar wel vijftig etnische groepen. De vier bosjesmannen zijn Namibische stamoudsten, allen ouder dan 80 jaar. Met dit onderzoek willen ze hun eigenheid genetisch documenteren, in de hoop op meer erkenning.”

Dat lijkt al deels gelukt. De bosjesmannen leiden nog een traditioneel leven als jagers-verzamelaars: als nomaden. Uit het onderzoek blijkt dat ze genetisch niet zijn aangepast aan een gesetteld boerenleven. Dat brengt namelijk extra infectiegevaar met zich mee, vooral van malaria. Deze bosjesmannen hebben daar nog niet de genetische bescherming tegen ontwikkeld, die je in Noord-Afrika ziet. „Het is dus gevaarlijk als de overheid deze mensen dwingt zich op een vaste plaats te vestigen”, aldus Schuster. „Gelukkig zijn lokale politici daar inmiddels ook van overtuigd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden