Interview

'Djihadstrijders zoeken een oorlogsroes'

In de in puin geschoten stad Aleppo zijn Nederlandse djihadstrijders aanwezig.Beeld reuters

De stroom djihadstrijders uit Europa is het afgelopen jaar sterk toegnomen. Gilles de Kerchove, coördinator antiterrorisme van de Europese Unie, maakt zich zorgen.

Rond de tweeduizend djihadstrijders uit Europa zijn op dit moment actief in Syrië, terwijl dat er in april 2013 nog maar zeshonderd waren. De meesten sluiten zich aan bij het Al-Noesra Front of bij Isis, dat het noorden van Irak heeft ingenomen en op weg lijkt naar Bagdad.

Onder de 11.000 buitenlandse strijders in Syrië, die de afgelopen drie jaar zijn geteld, zijn de Europeanen steeds sterker vertegenwoordigd. Hoe verklaart u deze toename?


"Inderdaad, Syrië is een strijdtoneel geworden met ongezien veel buitenlandse inzet. Afghanistan, Irak en Mali hebben nooit deze rol kunnen opnemen.

De reden daarvoor? Ik zie, naast de eenvoudige geografische toegang tot Syrië, minstens drie redenen. De eerste: in de wereldwijde heilige oorlog, de djihad, zijn Syrië en de Levant historisch gebied: de plaats waar het eerste kalifaat van de Omajjaden, dat een geïdealiseerde islamitische regering belichaamt, het licht gezien heeft.

De steeds verder oplaaiende strijd tussen soennieten en sjiieten is de tweede reden. Deze tegenstelling verergerde bij de aansluiting van soennitische strijders uit de hele wereld bij de Syrische rebellen en gelijktijdig de komst van sjiitische (Libanese) Hezbollah-strijders, die aan de kant van het regime van Bashar al-Assad staan.

De derde reden is de zoektocht naar een oorlogsroes, versterkt door de sociale media. De wedijver tussen jongeren is heel belangrijk. Sommige buitenlandse strijders die naar Syrië komen, krijgen de specifieke opdracht om minstens vijf andere Europese strijders te recruteren."

Als je de herkomst van de strijders uit Europa in kaart brengt, dan blijkt dat België relatief het meest wordt geraakt door dit fenomeen; het land telt meer dan 250 strijders.

"Nog vóór de oorlog in Syrië waren er in België rekruteringscellen voor djihadisten zoals Sharia4Belgium. Maar ook Frankrijk is er gevoelig voor, met meer dan 700 strijders, terwijl Luxemburg er vrijwel geen heeft. Deze kaart heeft niet alleen te maken met de omvang van de moslimgemeenschap in elk land, maar ook met de gedrevenheid waarmee de netwerken rekruteren. Specifieke aandacht moet gaan naar de rekrutering bij bekeerlingen: zij vormen vaak 10 à 15 procent van de strijders!"

Nederland zou volgens de International Centre for the Study of Radicalisation in London 150 strijders hebben in Syrië, volgens de Soufan Group slechts 120. In verhouding met België en Frankrijk is dit weinig. Hoe verklaart u dat?

"Nederland was zich heel vroeg bewust van het gevaar, waarschijnlijk door de moorden op Pim Fortuyn in 2002 en op Theo van Gogh in 2004. Het heeft een evenwichtig en intelligent antiterreurbeleid gevoerd en heeft blijk gegeven van een voortreffelijke samenwerking tussen alle betrokken diensten, politie, justitie, sociale diensten, dokters, internetspecialisten, enzovoort. Zo is er in Rotterdam het werk van de wijkagenten die vroegtijdig zorgwekkend gedrag van specifieke mensen kunnen opsporen.

Maar ook op internationaal niveau was Nederland er vroeg bij. Zij hebben deelgenomen aan de lancering van de Global Counter Terrorism Forum gevestigd in Aboe Dhabi, dat het debat uitbreidt naar niet-Europese landen."

De strijders komen niet enkel uit Europa, maar ook uit Azië, Afrika, Amerika. Hoe ziet de wereldkaart er uit voor de buitenlandse strijders in Syrië?

"De meerderheid van die strijders komt uit Arabische landen: ongeveer 6500 tot 7000. Het land dat het meest getroffen is door de rekrutering is Jordanië, gevolgd door Saoedi-Arabië, Tunesië, Libanon en Libië. De cijfers afkomstig uit die landen zijn echter minder betrouwbaar dan de Europese statistieken, vanwege het gebrek aan toegankelijke officiële bronnen.

Naast deze twee vaste groeperingen uit de Arabische en Europese landen, zijn er oud-strijders afkomstig uit de voormalige Oostbloklanden, met op kop Kosovo (ongeveer 150 strijders), gevolgd door Bosnië en Tsjetsjenië. Enkele groepen komen uit Afghanistan, Pakistan, China of zelfs Australië."

Naar welke front begeven die strijders zich?

"We hebben slechts gegevens van zo'n twintig procent van de strijders, maar de meerderheid belandt bij Jabhat al-Nusra of Isis, twee radicale soennitische groepen. We moeten wel benadrukken dat, ondanks een internationalisering zonder weerga van het conflict in Syrië, de buitenlanders toch nog maar zo'n 10 procent uitmaken van het totaal aantal strijders die tegen het regime van Assad vechten."

Beeld Trouw

De Europese landen hebben programma's opgezet om de radicalisering tegen te gaan. Hoe staan die er nu voor?

"Groot-Brittannië nam een voorsprong op andere landen bij de uitvoering van het Channel programma in 2007, dat zorgde voor een samenwerking van alle lokale instanties die in contact kwamen met djihadistische milieus: dokters, onderwijzers, sociale diensten. Het vraagstuk van de radicalisering beperkte zich niet meer tot de politie of justitie alleen.

Deze samenwerking lijkt me essentieel, des te meer door de bijkomende kwestie van de reïntegratie van teruggekeerde Syriëstrijders. Die terugkeerders kunnen in drie categorieën worden ingedeeld. De eerste zijn de ontgoochelde of getraumatiseerde strijders. Die moeten worden geholpen bij hun reïntegratie. De tweede categorie zijn degenen die komen rekruteren. Die moeten worden bewaakt. En tot slot zij die voor de rechtbank moeten verschijnen. Die moeten als voorbeeld dienen, om het ide weg te nemen dat je straffeloos kunt afreizen om in Syrië of Irak te gaan vechten.

Om deze individuele gevallen te blijven volgen zijn er middelen nodig die veel landen niet hebben. Dat gebrek aan middelen wordt nog meer gevoeld sinds Al Kaida opriep tot individueel djihadisme. Maar ik houd niet van de term 'individueel djihadisme', omdat er geen of bijna geen individuen zijn die in actie komen zonder netwerken of zonder ervaring met een strijdkamp, in Syrië of Waziristan bijvoorbeeld."

Frankrijk heef onlangs een nieuw, versterkt antiterreurplan uitgebracht. Wat vindt u van dat plan?

"Als reactie op het toenemende aantal Fransen dat naar Syrië trekt, heeft Frankrijk harde maatregelen getroffen - dit na een lange periode van minimaliseren van het verschijnsel van radicalisering binnen de moslimgemeenschap. Frankrijk heeft zijn activiteiten opgevoerd in opsporing en voorzorg door de banden met lokale spelers te versterken, wat tegenwoordig noodzakelijk lijkt in de strijd tegen het zogenaamde 'individueel' terrorisme.

Maar er zijn ook strafrechtelijke initiatieven gelanceerd in het voorstel, dat is goedgekeurd door het parlement, om nieuwe djihadistische krachten die willen vertrekken tegen te houden en reisdocumenten af te nemen van personen die zich met terroristische activiteiten bezighouden."

Het noorden van Irak is net in handen gevallen van de djihadisten. Lopen we daarmee het risico dat een nieuwe golf rekruten zal worden geworven?

"Het antwoord op die vraag is ja, voor wie gelooft dat de oprichting van een kalifaat werkelijkheid gaat worden.

Het antwoord is nee, voor wie weet dat de djihadistische strijders van Isis worden bijgestaan door de oudgedienden van Saddam Hoessein en enkele soennitische stammen, wat maakt dat het conflict deel is van de bestaande, Iraakse soennitische realiteit."

Wie is Gilles de Kerchove?
Gilles de Kerchove is geschoold in de Belgische politiek en had al snel belangstelling voor veiligheidsbeleid in Europa. Hij speelde een hoofdrol bij het opzetten van Eurojust, de in Den Haag gevestigde dienst die lidstaten steunt in de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit. Hij was ook betrokken bij de invoering van het Europees aanhoudingsbevel en had het geknipte profiel om de strijd tegen het terrorisme aan te voeren. Sinds september 2007 is hij coördinator antiterrorisme van de Europese Unie. De Kerchove brengt het wereldwijde djihadisme in kaart, van Aboe Dhabi tot Marokko, Kosovo en de Centraal-Aziatische Republieken. Zijn doel: toenadering brengen tussen de vele strategische plannen van de Europese landen en ondersteuning bieden en informatie geven op Europees niveau.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden