Dividend verslaat rente op spaarrekeningen

Het dividend op aandelen heeft de rente op internetspaarrekeningen verslagen. Met alle aandacht voor koersstijgingen en een fixatie op stijgers en dalers op de beurs, is het dividend ten onrechte wat buiten beeld geraakt.

Het is niet erg spannend om tijdens een feestje te beginnen over de stabiele dividendpolitiek van DSM of het paaien van de aandeelhouders van de London Stock Exchange met een mooi dividend in 2007 om de Amerikaanse beurs Nasdaq buiten deur te houden. En toch is er de afgelopen jaren veel met het dividend gebeurd. Uit recente cijfers van beursbedrijf Euronext bijvoorbeeld blijkt dat de afgelopen zes jaar gemiddeld 3,45 procent aan dividend is uitbetaald. Het afgelopen jaar was dat 3,71 procent en dat is hoger dan de rente die op een internetspaarrekening wordt gegeven. In 2005 was het gemiddeld uitbetaalde dividend zelfs 5,04 procent volgens Euronext. Sparen of in aandelen gaan? Volgens die cijfers, en dan nog alleen gekeken naar de uitkering van dividend en niet naar de koersstijgingen of -dalingen, is het juiste antwoord: beleggen.

Het CBS heeft geen cijfers over 2006 beschikbaar, maar onlangs werd teruggeblikt op 2005. Onderzoeker Van Heiningen constateerde dat in 2005 door de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen een recordbedrag van 18 miljard euro aan de aandeelhouders is uitbetaald. In de jaren ervoor schommelde dat bedrag rond de 14 miljard. Aan het einde van de jaren negentig lag het dividend als percentage van de totale beurswaarde op 3,5 procent. Wat volgde, is een dip, maar vanaf 2002 is het dividend volgens de CBS-berekeningen gestegen naar een recordhoogte van 4,5 procent. In 2005 was dat percentage volgens het CBS zelfs hoger dan het rendement op staatsleningen en dat is volgens Van Heiningen de laatste veertig jaar niet meer voorgekomen. Beleggingen in staatsobligaties gelden als uiterst solide en daarom wordt dit rendement veelvuldig gebruikt om de prestaties van andere beleggingsproducten tegen af te zetten.

Waar zitten de grote dividendbetalers? De verzekeraars en de sector delfstoffenwinning (vooral Shell) waren in 2005 volgens het CBS goed voor 60 procent van de dividenduitkering. De verzekeraars keerden 5,1 miljard euro uit, de delfstoffensector 4,8 miljard. De handelsector kwam met een karige 137 miljoen over de brug.

Wie zoekt naar stabiliteit in de dividendpolitiek moet het vooral zoeken in aandelen uit de sectoren banken en delfstoffenwinning. Hun dividendpercentages schommelen in de periode 1994 tot en met 2005 rond de vier.

Tot 2001 was het niet ongebruikelijk om aandeelhouders de keuze te laten het dividend te ontvangen in contanten of in aandelen.

De keuzevrijheid lijkt af te nemen, zo ziet het CBS. In 2005 bestond nog voor hooguit 20 procent van het dividend keuzevrijheid. In 1999, een recent hoogtepunt in de keuzevrijheid, was dat rond de 60 procent.

Dat de aandacht voor het dividend toeneemt, is evident. Een stabiele dividendpolitiek is aantrekkelijk voor de niet-avontuurlijke beleggers die normaal gesproken in vastrentende waarden als obligaties beleggen. Zij krijgen houvast bij het bepalen van hun inkomen uit beleggingen. Voor de effectenuitgevende bedrijven is het ook een middel om de aandeelhouders aan zich te binden en te belonen voor trouw.

En wie dagelijks wat spanning wil rond dividend van de fondsen uit de AEX en de AMX kan altijd terecht op de site www.dividendpagina.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden