Review

'Divided' versus 'United we stand'

Wie won eigenlijk de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2000? De vraag lijkt na de terroristische aanval op Amerika irrelevant. Gezworen vijanden tijdens de langste verkiezingscampagne uit de Amerikaanse geschiedenis verschijnen nu zij aan zij voor de camera in rituelen van eensgezinsheid. Op de ruïnes van het World Trade Center hebben de Newyorkse burgermeester Giuliani en Hillary Clinton elkaar gevonden in hun strijd voor federale gelden voor de wederopbouw voor de staat New York, terwijl George W. Bush erop stond dat bij de gedenkdienst in de kathedraal in Washington Al Gore, zijn aartsrivaal van weleer, aanwezig zou zijn.

Kondigen deze symbolische gestes een nieuw politiek tijdperk van verzoening aan? Of verbloemen ze maar voor even de bittere machtsstrijd tussen Republikeinen en Democraten, die in het jaar 2000 op alle fronten -in het Congres, het Hof en andere gerechtshoven en in het Witte Huis- werd uitgevochten?

De ware stortvloed aan publicaties naar aanleiding van de meest gedenkwaardige verkiezingen uit de Amerikaanse verkiezingen geeft geen eensluidend antwoord op die vraag. The New York Times stelde al vrij snel een mooie kroniek samen van de 36 dagen van de naverkiezingen, waarin (voor wie het allemaal wil herbeleven) de krantenartikelen van de scherpste analysten en commentatoren in chronologische volgorde zijn herdrukt.

De verkiezingen van het jaar 2000 lieten een juridisering van het politieke ambt zien, maar ook een politisering van de rechtszaal. The Miami Herald simuleerde de hertelling volgens de juridische spelregels zoals die vóór de uitspraak golden, om uit te maken of Al Gore had kunnen winnen als het Hoogste Gerechtshof in Washington niet had ingegrepen. Na hertelling van alle stembiljetten concludeert de krant in een gedegen boek dat Bush toch gewonnen zou hebben.

Deze uitslag laat echter onverlet, zo stelt de Herald, dat in Florida meer kiezers op Gore hebben gestemd. De Gore-advocaten hielden namelijk de zogenaamde 'overvotes' buiten hun rechtszaken, een fatale beslissing. 'Overvotes' zijn stembiljetten, die een stemmachine als ongeldig afwijst omdat deze twee in plaats van één gemerkte kandidaat leest. Na aanvankelijk een verkeerde kandidaat te hebben aangekruist, hadden namelijke tienduizenden kiezers in het stemhokje de zeer slecht ontworpen stembiljetten gecorrigeerd. Gore zou hebben gewonnen als de rechters stelselmatig voor een ruimere interpretatie van de kieswet hadden gekozen, die zou zijn uitgegaan van wat kiezers hadden bedoeld (voters intent) in plaats van de nukken van de stemmachines.

Had een andere juridische en politieke strategie van het Gore-kamp verschil gemaakt? Journalisten van politiek Washington zijn verdeeld over deze vraag. De linkse schrijver Jake Tapper belooft in zijn 'Down and Dirty' daarover een boekje open te doen. Maar de ondertitel boven zijn warrige verslag, 'The Plot to Steal the Presidency', maakt hij niet waar. Want ondanks de beschrijvingen van een bikkelharde strijd, waarin beide kampen geen juridisch, politiek en public relations-middel schuwden, ontdekt Tapper noch bij de Republikeinen noch bij de Democraten een sinister complot. Onbegrijpelijk is ook Tappers laatste woord tot de lezer: geld, de media en de politici zijn weliswaar allen debet aan het politieke proces, maar wie wil weten wie verantwoordelijk is voor de rotzooi in Florida, die moet in de spiegel kijken, zo is zijn boodschap.

Juristen wijzen bij beantwoording van de schuldvraag in geheel andere richting. Verbijstering, ongeloof en diepe verontwaardiging viel het hoogste hof vooral uit de juridische hoek ten deel. Onder juristen bestaat vrijwel consensus over de zwakte van de juridische gronden onder de beslissing van het Hoogste Gerechtshof om de hertelling in Florida te stoppen, baseerde. Door deze beslissing gaf het Hof, met de kleinst mogelijke meerderheid van 5 tegen 4, Bush in feite zijn presidentschap cadeau. In zijn 'J'accuse'-achtige pamflet, 'The Betrayal of America', laat de ex-advocaat Vincent Bugliosi geen spaan heel van het juridische gehalte van de uitspraak 'Bush vs. Gore'.

Bugliosi gaat in zijn oordeel het verst: de conservatieve rechters hebben zich in de juridische zin van het woord als criminelen gedragen. De door Reagan en Bush Sr. benoemde opperrechters hadden een direct belang bij de uitslag van de verkiezingen, omdat de volgende president hun opvolgers en medecollegas in een volgende termijn zou benoemen.

De Harvard-hoogleraar Dershowitz, zelf advocaat voor de campagne van Gore in Florida, sluit zich daarbij in gelijke woorden onomwonden aan en oordeelt in zijn 'Supreme Injustice' dat de beslissing de meest corrupte is uit de Amerikaanse geschiedenis. Beide auteurs wijzen op de tegenstrijdigheid in de posities van de conservatieve rechters in deze rechtzaak. Dezelfde opperrechters die zich voorheen lieten voorstaan op de letterlijke interpretatie van de wet, de macht van de afzonderlijke staten boven die van de centrale overheid en de roep om juridische terughoudenheid in maatschappelijk gevoelige kwesties, schroomden niet om vanuit het centrale hof politiek te interveniëren in de staat Florida.

Dat dergelijke kritiek ook tot geheel andere conclusies kan leiden, laat de door Reagan aangestelde federale rechter, Richard Posner, in zijn boek 'Breaking the Deadlock' zien. De schrijver erkent dat Gore waarschijnlijk door een meerderheid in Florida en de Verenigde Staten werd verkozen en dat de cruciale uitspraak van het hof juridische grond miste. Toch prijst Posner het pragmatische antwoord van het conservatieve hof op wat hij ziet als de politieke en constitutionele crisis van de hertelling in Florida.

Die mening wordt gedeeld door de politicologen Ceaser en Busch in hun zeer heldere, gedetailleerde analyse die het hele verkiezingsproces bestrijkt, van de voorverkiezingen tot en met nasleep van de uitslag. Zij zien in de naverkiezingen eerder een constitutionele crisis dan een democratie in werking, en zij billijken daarom de politieke tussenkomst van de rechters. Als politicologen zijn zij minder geïnteresseerd in recht en rechtvaardigheid dan in de machtsverhoudingen.

In hun visie genoot het Hof als enige instelling in het bestel genoeg gezag om een oplossing te bieden in de crisis. Maar als er sprake was van een mogelijke constitutionele crisis, waarom brachten de meeste Amerikanen dan zoveel geduld op voor het morsige politieke proces? Waarom lieten de meeste Amerikanen het advies van commentatoren aan Gore dat hij zijn verlies moest erkennen, links liggen en bleven zij hem steunen in zijn verzoek om meer tijd om zijn gelijk te bewijzen?

Het lijkt erop dat de politieke elites en commentatoren, net als ten tijde van de Lewinsky-affaire, het opnieuw aan het verkeerde eind hebben gehad. Toen steunden Amerikaanse kiezers het beleid van Clinton, ondanks de voorspellingen van opinieleiders dat ze hem zouden afvallen.

De gids van Stephen Wayne over naoorlogse presidentsverkiezingen in Amerika wijst in een nabeschouwing over het jaar 2000 op de historische parallellen met eerdere presidenten met een minderheidsmandaat, zoals John Quincy Adams, Rutherford B. Hays en Benjamin Harrison. Tot dusverre zijn de Amerikaanse presidenten die met een minderheid aan stemmen, zoals Bush in 2000, door het Kiescollege in het zadel zijn geholpen, nooit herkozen. In alle gevallen werden deze presidenten geconfronteerd met te grote politieke verdeeldheid.

Tot 11 september leek het presidentschap van Bush daarop geen uitzondering te zullen worden: over elke sociale en politieke kwestie werd tussen de partijen in het Congres en het hof tot de laatste snik gevochten. Maar nu is het politieke landschap onherkenbaar veranderd, als gevolg van de aanslagen in New York en Washington. Afwijkende meningen worden gesmoord in patriottisme, eensgezindheid en de roep om uitbreiding van militaire budgetten. Onderwijs, gezondheidszorg en de AOW zijn politiek de eerste slachtoffers van de ramp.

Onderwijs, gezondheidszorg en sociale zekerheid zijn in Washington als onderwerp voorlopig van de agenda verdwenen, het geld wordt uitgegeven aan veiligheidsmaatregelen, reddingsoperaties voor de vliegtuigindustrie en grote defensieprojecten. Alle sociale kwesties lijken uit het nationale debat verdwenen. Toch lijken de kiezers zich niet te laten afleiden, zelfs niet in het getroffen New York, zo bleek uit polls aldaar in de afgelopen week. Ondanks de roep om meer veiligheid en militaire vergelding tegen de terroristen, stonden bij de eerder afgelaste lokale voorverkiezingen onderwijs en gezondheidszorg deze week wel degelijk bovenaan de agenda van de Newyorkers.

In de hier besproken boeken hebben juristen, politicologen en journalisten -de direct belanghebbende professionele spelers van het nu opeens zo ver weggezonken verkiezingsdrama- gesproken. De vraag is of de zeer diepe kloof die deze publicaties in kaart hebben gebracht alleen tijdelijk is gedicht door de aanslagen op 11 september of dat wij te maken hebben met een nieuw tijdperk, waarin Amerikanen hun politieke tegenstellingen niet langer uitvechten, omdat ze de vijand buiten de grenzen eensgezind tegemoet willen treden. Het is in ieder geval goed te bedenken dat de kiezer telkenmale eigenwijzer is gebleken dan de media willen (laten) weten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden