’Diversiteit op de werkvloer is de nieuwe werkelijkheid’

(Trouw)

Wie een succesvol manager wil worden, moet vooral overweg kunnen met diversiteit.

„Diversiteit is misschien een containerbegrip”, zegt Sezgin Yilgin, marketingspecialist, die met Arjan Erkel een boek schreef over de opkomst van de young ethnic professional, ’Generatie YEP’. „Je denkt meteen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maar dat is binnenkort voorbij: voor dertigers en jongere generaties wordt diversiteit een realiteit.”

Diversiteit bleek afgelopen juni tijdens de Young Bilderberg conferentie voor jonge leiders op Universiteit Nyenrode de belangrijkste, maar ook de zwaarste opdracht voor een goede manager.

De honderd aanwezigen rekenden er allemaal op dat met de uittocht van de babyboomers (merendeels blanke, Nederlandse mannen) een aardverschuiving zal optreden op de werkvloer: mannen, vrouwen, autochtonen, allochtonen, arbeidsgehandicapten, jong en oud, homo’s of hetero’s uit allerlei sociale klassen moeten in toenemende mate met elkaar samenwerken.

Aan een half woord hebben collega’s dan niet meer genoeg. Het wordt hard werken aan omgangsvormen; je moet jezelf constant verduidelijken, je moet informeren en uitleggen. Onderling begrip spreekt niet vanzelf, het moet groeien.

„Wil je een afdeling met mensen van allerlei achtergronden succesvol kunnen leiden”, zegt Erkel, de cultureel antropoloog die bekend werd door zijn 20 maanden durende gijzeling in Dagestan, „dan moet je beschikken over een brede belangstelling, kennis van culturen en mensenkennis. Wij durven nu een Turkse collega niet meer te vragen naar zijn achtergrond, maar mensen willen juist graag praten. Ik noem dat ’ontgijzelen’: doorbreek de vaste patronen.”

De beste manager van een gemengde afdeling zou wel eens een allochtoon kunnen zijn, denkt Erkel. „Juist omdat hij een voorsprong kan hebben op de autochtoon qua kennis en mate van aanpassing. Hij kan schakelen tussen culturen.”

Ontgijzelen betekent ook anders denken over de werk- en levenservaring van sollicitanten. Erkel: „De allochtone kandidaat schreef misschien al op zijn tiende brieven voor zijn ouders of werkt al vanaf zijn twaalfde in de winkel. Opleidingen stapelen wordt vaak als een zwakte gezien, terwijl het juist ambitie kan weergeven. Ouderwetse managers zien daar de meerwaarde niet van in.”

Alleen een open houding en een brede belangstelling leiden tot succesvolle samenwerking tussen mensen van allerlei pluimage, denken de auteurs van ’Generatie YEP’.

Dat werkt twee kanten op. Ook bij allochtonen kan dat soms nog wel wat beter, zegt Erkel. „Zij zitten nog wel erg vaak in hun eigen studentenverenigingen en clubjes. Het is voor hun netwerk veel beter om daar uit te treden. Ik herken die neiging om je terug te trekken op je eigen cultuur wel enigszins: toen ik in Dagestan zat, voelde ik me ook ineens heel erg Nederlander. Je identiteit wordt steeds sterker in een vreemde cultuur. Die vind je ineens veel beter.”

Yilgin, van Turkse komaf, is het niet helemaal met Erkel eens: „De multiculturele studenten zitten ook meer in algemene studieverenigingen die bij hun opleiding aansluiten. Bovendien is de houding van de tweede en derde generatie allochtonen al heel anders dan die van hun ouders. Zij willen een toekomst opbouwen in Nederland en niet in het land van hun ouders. De ontwikkeling van de welvaart en het opleidingsniveau zit bij de yeppies in een stroomversnelling. Er zijn anno 2010 meer overeenkomsten dan verschillen in levensstijl, doordat jongere autochtone en allochtone studenten met elkaar zijn opgegroeid en dezelfde behoeften en kansen hebben.”

Yilgin spreekt van een proces: „Nu en in de toekomst groeit het aantal yeppies dat intreedt in de dienstverlenende sector. Mensen vinden elkaar op het werk in het vakmanschap. Dat leidt vanzelf tot onderling begrip.”

Maar de aansluiting gaat niet vanzelf, voorziet Erkel: „Als in een groep van tien mensen negen hockeyen en één bowlt, dan wordt er tijdens de lunch niet steeds naar die bowler gevraagd. Wil je die er toch bij betrekken, dan vraagt dat extra inspanning.”

Arjan Erkel (links) en Sezgin Yilgin
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden