Review

Diva Renée Fleming excelleert in ongewoon en ambitieus recital

Je moet maar durven! In een zaal gevuld met vele sponsor-gasten alleen maar onbekende en 'ongemakkelijke' muziek zingen. De Amerikaanse diva Renée Fleming durfde het gelukkig en oogstte er bovendien een groots succes mee. Musici van het statuur van Fleming zouden dat veel vaker moeten doen: zich inzetten voor nieuwe muziek, zodat die in de best denkbare omstandigheden kan opbloeien.

In een bomvol Concertgebouw trakteerde Fleming haar publiek op onbekende muziek van Henry Purcell, op de cyclus 'Apparition' van George Crumb, op 'The Giraffes go to Hamburg' van André Previn, op de 'Altenberg Lieder' van Alban Berg en op een zestal losse liederen van Robert Schumann.

De 'bekende' Schumann kwam dus pas helemaal aan het slot en zelfs daarná in haar drie toegiften, maakte Fleming er zich niet gemakkelijk van af: nog een lied van Berg, een scène uit 'A Streetcar Named Desire' van Previn en Marietta's lied uit 'Die tote Stadt' van Korngold. Goed beschouwd was alleen de smeltende aria van Korngold een echte muzikale bonbon, en die smaakte nu veel lekkerder dan wanneer Fleming ons daarvoor al een heel doosje vol had voorgehouden.

En als de toegestroomde Fleming-fanaten voornamelijk voor praalzieke pralines waren gekomen, dan lieten ze hun teleurstelling in ieder geval niet merken. Integendeel. Fleming behaalde met haar ambitieuze recital een triomf, en terecht.

Het programma was bijzonder inventief opgebouwd, zo'n opbouw die je verwacht in een ZaterdagMatinee. De wanhopige 'Gabriel, Gabriel, Gabriel'-uitroepen in Purcells 'Tell me, some pitying angel' kwamen als het ware terug in de even desolate verzuchting 'gewartet, gewartet, oh - gewartet' in Bergs vierde 'Altenberg Lied'. En zo waren er meer interessante linken en parallellen. Zo'n grote dramatische scène uit Purcells 'The Blesseds Virgin's Expostulation' lijkt qua muzikale opzet verwant aan André Previns cantate 'The Giraffes go to Hamburg', over de onfortuinlijke verscheping van twee giraffen uit Afrika. De Heilige Maagd en de giraffen werden met aandoenlijke en aangrijpende inleving door Fleming tot leven gebracht. In het laatste stuk kregen Fleming en haar fantastische begeleider Hartmut Höll prima versterking van Herman van Kogelenburg op altfluit.

Hoogtepunt van de avond was George Crumbs 'Apparition' uit 1979. Crumb schreef het voor Flemings lerares Jan DeGaetani. Fleming en Höll (op versterkte piano) kregen er de zaal muisstil mee. Het evocatieve stuk op poëzie van Walt Whitman, waarin Fleming verleidelijk neuriede en fluisterend haar hoofd in de piano verborg, kon nauwelijks met meer impact worden uitgevoerd.

In de liederen van Berg en Schumann etaleerde Fleming haar onwaarschijnlijk legato en die onaards klinkende, stralende hoogte. Jammer van de verstaanbaarheid, een euvel waar ook Joan Sutherland mee kampte. Maar verder mag Fleming terugkomen. Snel graag!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden