Dit woedde blijkbaar al in mij

interview | In de serie 'De Schepping' vertelt een kunstenaar hoe zijn werk tot stand kwam. Musicus Reinbert de Leeuw schreef voor het eerst in veertig jaar weer een orkestwerk: 'Der nächtliche Wanderer'.

Ik vond altijd dat ik zelf niet sterk genoeg was als componist. Niemand die op mijn muziek zat te wachten, zo dacht ik. Bovendien ging het uitvoeren van muziek van anderen me beter af. En toch bleef het verlangen bestaan naar het euforische gevoel dat je krijgt als je noten op papier zet."

Aan het woord is Reinbert de Leeuw (1938), bij het publiek vooral bekend als dirigent en pianist. In die hoedanigheid liet hij de wereld kennismaken met muziek die anders misschien nooit zo in de schijnwerpers zou hebben gestaan. De lijst met componisten voor wie De Leeuw zich in zijn pianisten- en dirigentenleven inzette (met name als leider van Asko|Schönberg) is oneindig.

"Hoewel ik al lang geleden ben opgehouden met componeren, ben ik wel begonnen als componist. Ik hoorde in de jaren zestig met mensen als Louis Andriessen en Peter Schat bij de Notenkrakers."

"Het proces van componeren heeft me altijd geholpen als uitvoerder en dirigent. Ik voel me dicht bij een componist en zijn partituur staan, ik weet van binnenuit wat het is. Dat heeft me opgeleverd dat ik dicht bij grote mensen stond, zoals Steve Reich, György Kurtág, György Ligeti en Galina Ustvolskaja."

In 1974 leek Reinbert de Leeuw voorgoed te stoppen met componeren: de titel van zijn compacte, stormachtige orkestwerk 'Abschied' uit dat jaar zegt wat dat betreft genoeg. Maar toch kroop het bloed waar het niet gaan kon. Recent componeerde hij bijvoorbeeld 'Im wunderschönen Monat Mai' ('driemaal zeven liederen naar Schumann en Schubert', 2003), een cyclus voor actrice Barbara Sukowa die internationaal werd geroemd en bekroond.

"'Im wunderschönen Monat Mai', het eerste werk dat ik na lange tijd weer componeerde, was geweldig om te maken. De liederen zijn weliswaar gebaseerd op Schumann en Schubert, maar ik heb er wel veel zelf aan gecomponeerd. Iets maken dat er nog niet eerder was, dat is het mooiste wat er is. Euforisch, ik kan geen ander woord voor dat gevoel bedenken."

Voorbij de grenzen van pretentie
Het is opvallend dat De Leeuw net zoals zijn mede-notenkraker, leeftijdgenoot en vriend Louis Andriessen voor het eerst sinds vier decennia jaar weer een werk voor orkest schrijft. In het groots opgezette 'Der nächtliche Wanderer' liet hij zich onder andere weer inspireren door zijn geliefde Romantiek. Het resultaat is een dramatisch monument dat zijn gelijke niet kent. De partituur maakt hem verbaasd en onzeker tegelijk.

"Blijkbaar woedden er al een tijdje dingen in mij. Ik heb lang over 'Der nächtliche Wanderer' nagedacht. In mijn hoofd componeer ik altijd veel, maar ik dacht: ik moet het nog een keer echt proberen of er voorgoed mee stoppen. Laat ik maar beginnen iets op te schrijven. Want iets in je hoofd bedenken en het dan vervolgens niet doen, dat kan op mijn leeftijd niet meer. Ik wilde bovendien niet een 'wel aardig' klinkend stuk schrijven van een minuut of 15, dat na één keer spelen op de grote stapel verdwijnt.

"'Der nächtliche Wanderer' overschrijdt alle grenzen van pretentie: meer dan 50 minuten muziek in één deel, voor groot orkest met nog een orkest achter de bühne, plus gespeelde en gesproken fragmenten op tape. Daar zit ik wel mee: wat bezielt me dat ik nu even een stuk denk te kunnen schrijven voor orkest van een uur? Als ik naar de partituur kijk, word ik heen en weer geslingerd tussen weerzin en euforie. Want ik vind het ook geweldig dat dit stuk er nu ligt. In ieder geval heb ik iets geprobeerd te maken wat er nog niet was."

Het lijkt op niks
"Ik mis de intuïtie van componisten die iedere dag noten schrijven. Louis Andriessen, mijn goede vriend sinds 50 jaar, is zo iemand: hij componeert iedere dag. Als je zó verbonden bent met je eigen muziek, dan weet je feilloos dat die ene noot geen G maar een Gis moet zijn. Dat zie ik bij Louis. Maar ik heb veel meer twijfels. Al mijn beslissingen moeten ergens op gegrond zijn voordat ik ze neem. Als je zelfvertrouwen hebt omdat je iedere dag componeert, dan ben je een echte componist.

"Pianist Gerard Bouwhuis is een enorme steun geweest tijdens het componeren. Ik weet nog dat ik in het begin met een hele stapel aantekeningen en schetsen zat: op de achterkant van andere papiertjes, op losse velletjes. Ik wist op een gegeven moment niet meer wat ik ermee moest, wat het betekende en hoe ik er ooit een stuk van zou kunnen maken. Als Gerard dan op bezoek kwam op mijn wanhopigste momenten, zei hij 'laat maar eens zien waar je mee bezig bent.' Als ik er dan met hem over sprak, dacht ik 'misschien zitten er toch wel goede dingen in'. Dat heeft me geholpen om er uiteindelijk toch aan te beginnen.

"Er komen dingen uit mijn pen waarvan ik denk: wat is dit eigenlijk? Ik zit nu nog steeds naar de partituur te kijken en ik weet het niet. Veel mensen om me heen zeggen dat ze zeker komen luisteren naar mijn nieuwe werk. Maar ik zeg dan dat ze vooral niet moeten komen en thuis moeten blijven. Het positiefste dat ik er op dit moment over kan zeggen, is dat het niet lijkt op enig bestaand stuk. Dat het niet is geïnfecteerd met mijn kennis van hedendaagse muziek, van alle componisten met wie ik heb gewerkt. Dat was in 'Abschied', mijn eerste werk voor orkest 40 jaar geleden, wel het geval. Maar in 'Der nächtliche Wanderer' gebeuren zó veel dingen: het lijkt op niks!"

Gedicht van Hölderlin
Hoe heeft De Leeuw de tijd gevonden om dit mammoetwerk te maken, naast zijn drukke bezigheden als uitvoerend musicus? "Ik heb het slot het eerst gemaakt. Daarna ben ik aan het totale overzicht begonnen. Ik stelde mezelf vragen: waar komen de drie citaten? Waarom daar? Eerst heb ik het totale plan opgezet en daarna ben ik dat gaan invullen en uitwerken. Maar dat het einde al vastlag, is heel belangrijk. Zo wist ik waar ik heen moest werken."

Het orkestwerk rust op twee muzikale en één literaire pijler, legt De Leeuw uit. Het gedicht van Hölderlin speelt een grote rol in de structuur van 'Der nächtliche Wanderer'. "Ik ben met zijn gedichten in aanraking gekomen via andere componisten. Hölderlins teksten zijn eigenlijk al muziek. Je kunt nooit precies omschrijven wat het is of wat er gebeurt in zijn gedichten: er is altijd een geheimzinnige laag, een optie op een andere betekenis. Tekst die alles al zegt is voor muziek niet bruikbaar.

"Er zijn bijna geen gedichten van Hölderlin te vinden die zo kort zijn. Die geheimzinnige afsluiting van beide strofen: 'Du naher Würger' en 'Ich ihre Würger', die nachtuil met zijn 'Furchtgeschrei', dat zijn akoestisch inspirerende dingen.

"Ik heb het gedicht in de muziek op het tekstritme geïnterpreteerd. In de helft van mijn orkestwerk speelt dat ritme een grote rol, hoewel je dat als luisteraar niet zult herkennen. Het gedicht is dus heel erg aanwezig in mijn stuk, en uiteindelijk hoor je het ook nog een keer: aan het slot klinkt de piano en draagt een acteur op band dat gedicht op een rustige manier voor."

Wagners laatste schets
"Naast het gedicht van Hölderlin is het laatste pianostuk van Wagner ook een belangrijke inspiratiebron in 'Der nächtliche Wanderer'. Het is een schets die op zijn piano gevonden is vlak na zijn dood, een elegie. Die speelt een belangrijke rol in het stuk, zonder dat het evident is. Met name de harmonie. Helemaal aan het slot klinkt dat stuk uit de luidsprekers, maar dan gezet voor accordeon. Het komt als het ware van heel ver, het orkest stamelt er nog wat omheen.

"Mijn derde grote inspiratie is de Vioolsonate van Galina Ustvolskaja. Altijd als ik dat stuk als pianist uitvoerde met violiste Vera Beths hadden we het er over: waarom zuigt dat stuk zo? En dan vooral die ene pagina, die alleen maar rond de noot Cis geconcentreerd is. Raadselachtig, met spaarzame harmonieën, obstinaat, obsessief. De altvioolsolo aan het begin van 'Der nächtliche Wanderer' verwijst daar naar. En op een gegeven moment wordt de Vioolsonate echt geciteerd, maar dan geïnstrumenteerd voor orkest. En dan is het werk al heel lang onderhuids aanwezig in de muziek."

Behalve die drie pijlers bouwde De Leeuw zijn orkestkathedraal op uit priemgetallen: "Van de grote vorm tot in de kleinste details beheersen die getallen de muziek. Daardoor heeft bijvoorbeeld het slagwerk een ritueel karakter gekregen. Altijd is die puls uit priemgetallen aanwezig. Als het slagwerk klonk, dan moest dat 23 keer, of 11. Dat heeft de structuur van het stuk bepaald."

Geboren uit noodzaak
"Ik ben nu 75 en dit is het eerste orkestwerk dat ik na veertig jaar maak. Er rust dus een enorme druk op: wat ik nu opschrijf moet raak zijn. Want de kans dat ik nóg een orkestwerk schrijf na dit is gering."

'Der nächtliche Wanderer' is in alle opzichten een extreem stuk geworden. Het is complex van structuur en taal, maar ook wat betreft bezetting: met musici die op de gang spelen (à la Mahler) en met geluidsopnames die als flarden herinnering naast het symfonieorkest klinken.

De Leeuw noemt 'Der nächtliche Wanderer' bovenal theatraal: "Het gáát ergens over. Het is nergens pleasing. Dat baart me van de ene kant zorgen. Van de andere kant denk ik dat het werk geboren is uit noodzaak: dat is vaak de mooiste ingang in muziek. Ik hou van muziek die je beeld van de muziek verandert. Ik denk dat er in ieder geval een paar mooie momenten zijn te horen. Als de piano inzet met dat Wagner-citaat bijvoorbeeld, en die stem met het Hölderlin-gedicht komt erbij. Dat is een mooi moment."

Der nächtliche Wanderer
Hu! der Kauz! wie er heult, Wie sein Furchtgeschrei krächt Erwürgen ha! du hungerst nach erwürgtem Aas Du naher Würger komme, komme

Sieh! erlauscht, schnaubend Tod - Ringsum schnärchet der Hauf

Des Mordes Hauf, er hörts, er hörts, im Traume hört' ers

Ich ihre Würger, schlafe schlafe

Première in de ZaterdagMatinee
Zaterdag 1 februari dirigeert Reinbert de Leeuw 'Der nächtliche Wanderer' tijdens de NTR ZaterdagMatinee in het Amsterdamse Concertgebouw. Op het programma ter ere van zijn 75ste verjaardag staat behalve 'Monumentum pro Gesualdo' van Igor Stravinsky ook het nieuwe werk 'Raving' van Willem Boogman.

Info: ntrzaterdagmatinee.radio4.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden