’Dit was een sport voor boerenpummels’

Als Richard Groenendaal (37) terugkijkt op zijn loopbaan is hij best tevreden. Morgen neemt hij in St. Michielsgestel afscheid van zijn publiek.

Soms zijn het niet de overwinningen waar iedereen van afweet, maar zit het geluk van een loopbaan in een klein moment – krijgt een terugblik gestalte bij de gedachte aan een nietige wedstrijd, met een bijzondere afloop. Richard Groenendaal stopt over een paar weken met veldrijden en fietst morgen in ‘zijn’ St. Michielsgestel nog een laatste ronde over het parcours waar hij in 2000 wereldkampioen werd.

Nog altijd heeft Groenendaal gemengde gevoelens als hij terugdenkt aan die dag. Hij won, was verreweg de beste, maar werd later het slachtoffer van een heuse rel, waarin niet hij – de winnaar toch – maar de Belgen de hoofdrol speelden. Zijn ploeggenoot Sven Nys zou de benen stil gehouden hebben omdat het sponsorbelang (Rabobank) zwaarder telde dan zijn eigen belang. Nog altijd wordt er schande van gesproken. ‘Nys belazert België’, kopte een Belgische krant de volgende dag.

Nee, dan denkt Groenendaal liever terug aan een mooie winterse dag in Soestduinen. Hij deed daar in 1993 mee aan een kerstcross. „Ik sta daar aan de start, wil aanzetten voor de eerste meters en voel dat mijn ketting breekt. Zie ik vervolgens aan de kant van de weg een man staan, met een sportfiets met bagagedrager. Ik vroeg hem: mag ik je fiets lenen, dan kan ik naar de materiaalpost fietsen. Dus die fiets over het hek heen getild, nieuwe ketting gehaald en toen ben ik er achteraan gereden.

Wat volgt is een lange inhaalrace, die Groenendaal nooit zal vergeten. „Het enige wat ik kon doen was rijden en rijden. Ik dacht: ik maak er maar een trainingswedstrijd van. Ze riepen: je rijdt nog prijs, je rijdt nog prijs. Uiteindelijk won ik die wedstrijd. Dat zijn natuurlijk heel mooie dingen. Dat zijn dingen die niet breed worden uitgemeten, maar voor een sportman heel waardevol zijn.”

Groenendaal vertelt het verhaal in zijn villa in St. Michielsgestel. Zelf bij elkaar gefietst. Op de oprit staat een oude Opel Omega – de wagen die tegenwoordig steevast wordt herkend als hij aan komt rijden bij een veldrit. „Als ze die ouwe bak zien aankomen, gaan de hekken direct open”, lacht de voormalig wereldkampioen. Tijdens het gesprek wijst hij op een fotolijstje met daarin een oorkonde. In sierletters staat er: ‘Con riconoscenza por la gloriosa carriera’. Hij kreeg het een paar weken geleden bij een veldrit in Italië.

„Dat was nog echt een ouderwetse cross. Daar werden we weer als helden ontvangen. De mensen waren blij en trots dat we daar kwamen fietsen. Ik moest me bij de ouders van de organisatrice omkleden. Kreeg ik op mijn donder omdat ik mijn schoenen buiten voor de deur had laten staan. Dat was niet nodig geweest. En daar kreeg ik die prijs. Als waardering voor mijn loopbaan.”

Groenendaal werd naar voren geroepen, vlak voor de start. „Dat is nog nergens gebeurd dit seizoen, maar daar wel. Ja, dat is waardering. Dat is gewoon leuk. Het was ook echt een wedstrijd zoals die vroeger overal werden gehouden. Zo crosten we vroeger in Frankrijk bij een boer door de wijngaard en moesten we de dag van tevoren komen eten met de verzorgers en alle renners. Die tijd is voorbij.”

Terugkijkend komt Groenendaal tot de conclusie dat er veel is veranderd. De crosser kent het wereldje al langer dan hij zelf rijdt. Zijn vader Reinier was een befaamd renner, ze reden nog twee jaar samen. De oude Groenendaal hield het vol tot zijn veertigste. „Vroeger was het puur amateuristisch, een echte volkssport. Een sport voor de boerenpummels. Dat is steeds meer geëvolueerd door media-aandacht. Onder aanvoering van de UCI werd de sport opgestuwd. De dagprijzen stegen van 150 gulden naar 3000 gulden. Dat was voor de veldrijder echt een schok. Toen is de professionalisering van het veldrijden in gang gezet.”

De romantiek van het veldrijden is er door verloren gegaan. Groenendaal zag het gebeuren. „Tegenwoordig komt iedereen met een camper naar de wedstrijd. Er worden complete rennersdorpen opgebouwd. Vroeger zat iedereen samen in een kleedkamer, ergens achteraf in een aftandse voetbalkantine. Daarna gooide je je tas op het stuur en reed je twee kilometer naar de start. Dat was leuk, toen werd er nog gelachen en werd er veel verteld. Nu heb je wedstrijden dat ik Bart Wellens of Sven Nys niet eens zie of spreek.”

Maar ook Groenendaal ging erin mee. Ook hij heeft een camper – het gemak telde uiteindelijk zwaarder dan de charme. In de herfst van zijn loopbaan rijdt hij zijn rondjes nog, maar werkt het lijf niet langer mee. Vooraan meedoen is er niet meer bij. „Dat maakt de stap om te stoppen ook niet zo groot.”

Dat hij überhaupt nog rijdt is een klein wonder. In 2003 had hij de verzekeringspapieren om te stoppen al in huis. Hij besloot toch door te gaan, ondanks een zere knie. Lachend: „Ik heb mijn carrière echt helemaal uitgemolken. En ik ben tevreden; heb nergens spijt van. Ik ben iemand die zwart-wit denkt. En als ik dan terugkijk is het wit. Ik heb het gewoon goed gedaan. Ik mag trots zijn op mezelf.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden