Dit verhaal over Darfur was het risico waard

CEES VAN DER LAAN

Een reportage is een mensenleven niet waard, zeggen wij altijd als we voor een beslissing staan de verantwoordelijkheid te nemen voor een collega die afreist naar een gevaarlijk gebied. Een verhaal kan echter ook het risico waard zijn om verteld te worden aan een groter publiek. In deze week van herdenking en bevrijding heb ik deze afweging van de risico's en de consequenties daarvan opnieuw ervaren.

We openden donderdag de krant met een verhaal van freelance-collega Klaas van Dijken over het systematisch verkrachten van vrouwen en meisjes in de Soedanese regio Darfur. "Acht maanden zwanger was Munira Mohamed toen ze in haar huis door drie mannen werd verkracht, onder wie minstens één Soedanese militair. Daarna vergrepen haar belagers zich aan haar elfjarige dochter Moasa", luidden de eerste twee zinnen op de voorpagina. Zinnen waarin al het leed van de regio lijkt samengebald.

Van Dijken nam risico's door, samen met de Amerikaanse fotografe Adriane Ohanesian, met een rebellenmilitie door de frontlinies naar het geïsoleerde berggebied Jebel Marra te trekken. Eerst met een volgeladen, aftandse pick-uptruck en vervolgens te voet en op ezeltjes. Daar, in de bergen, trof hij tienduizenden vluchtelingen aan, in barre omstandigheden, in hutjes en grotten. Vergeten of onbereikbaar voor hulp van de internationale gemeenschap. Vrouwen en meisjes systematisch verkracht door Soedanese militairen en Arabische milities. Klaas van Dijken tekende het allemaal op in twee indrukwekkende, lange reportages in de Verdieping.

Een verhaal waard om te schrijven, dat zeker, maar ook om de risico's te nemen? Deze week had ik de eer om in de Nieuwe Badkapel in Den Haag een praatje te houden in het kader van Dodenherdenking en Bevrijdingsdag, een bijna hallucinerende ervaring omdat de bijeenkomst 's ochtends om vijf uur begon, in het donker. Nacht van de bevrijding, heette deze bijeenkomst. Ik mocht herdenken wie ik wilde. Voor mij een uitgelezen moment om de namen te noemen van enkele bijna vergeten collega's die ooit mijn pad kruisten en aan wie ik nog vaak moet denken: de Amerikaanse tv-producent David Kaplan, in 1992 doodgeschoten in Sarajevo door een sluipschutter, de Italiaanse tv-journalist Ilaria Alpi, in 1994 vermoord in Mogadishu, de Duitse journalist Gabriël Gruner, in 1999 doodgeschoten door een sluipschutter in Kosovo, de Nederlandse journalist Sander Thoenis, in 1999 vermoord op Oost-Timor en de Amerikaanse verslaggever Kurt Schork, in 2000 in Sierra Leone om het leven gekomen in een hinderlaag.

Zij waren journalisten die met passie, idealen, elan en onverschrokkenheid de wereld in trokken om verslag te doen van belangwekkende gebeurtenissen en ze betaalden er de hoogste prijs voor. Jaarlijks komen tientallen journalisten bij de uitoefening van hun vak om het leven. De killed list van de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ) bevat dit jaar tot nu toe 48 namen, vorig jaar 135 en het jaar daarvoor 123.

Klaas van Dijken zelf en zijn chef Wilma Kieskamp denken dat de risico's van zijn reis naar het gebergte Jebel Marra in Darfur goed in te schatten waren, in ieder geval niet vergelijkbaar met de omstandigheden waarin eerder genoemde collega's de dood vonden. Hij kende de regio goed en had er lokale contacten. Toch bleef ook deze reis riskant. Hij kwam terug met indrukwekkende verhalen, die niet een leven waard waren, maar die wel een vergeten regio weer even op de kaart zetten. Dat klinkt dubbel en zo is het ook.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden