Dit tranendal is geen wachtkamer

Onkerkelijk filosofe Karin Melis wil volgende maand gedoopt worden in de rk kerk. Een verslag in afleveringen over uitzien tegen de berg op.

'Dus jij gelooft werkelijk dat er een hiernamaals bestaat? Dat er een beloning voor dit ondermaanse is? Want je weet, het hiernamaals is de grondslag van het katholieke geloof.'' Hij kijkt me uitdagend aan, deze man die ik sinds mijn achttiende ken; hij ontwierp dakkapelletjes en ik had mijn rijbewijs nog niet eens. Ik had zoiets allang zien aankomen maar ik wist noch wanneer noch wie die confrontatie met me zou aangaan.

Laat ik eerst, om deze dwingende vraag een contextuele inbedding te geven, over deze man vertellen. Hoe merkwaardig het toch is om, pak 'm beet een decennium, overzee te verdwijnen om dan weer de draad op te pakken alsof je nimmer weg bent geweest. Ik vind het een vreemd maar fascinerend verschijnsel. Dat je na een langdurige en bewogen afwezigheid met een oogopslag, de rimpels ten spijt, naadloos contact legt, dat de klank van de stem over de tijd heen springt. Het is, zo bedenk ik me, de verinnerlijking van die persoon als een gemakkelijke fauteuil in de hoeken van je beleving waarin je je uitgeput, gedachteloos kloppend op de armleuningen, vlijt. Zo'n mens die je koppig in vreemde gezichten, gebaren en gestalten zoekt. En dan, bij het fysieke weerzien, ben ik ontroerd door de kracht van gevoelens die weigeren met de vleugels van de tijd weg te vliegen.

Terug naar het hiernamaals en hoe ik nu toch in vredesnaam bij mijn volle verstand kan denken dat dat ook maar op enigerlei wijze gelegitimeerd kan worden. De dierbare in kwestie is sinds jaar en dag van het katholieke geloof gevallen en bouwt inmiddels huizen als kastelen. Hij vaart er wel bij. Het leven is zinloos en daarmee ook enig uitkijk op verbetering. Erger, de man heeft als kleine jongen de naburige parochie van mijn allereigenste Sint Jozef bezocht. Sterker, hij ging naar dezelfde kerk, de Victorparochie wel te verstaan, waar mijn dochter en ik gedoopt zullen worden, omdat de Sint Jozef die eerste maand van het komend jaar verbouwd wordt. Ach, dat bloed, dat kruipt maar.

Het hiernamaals aldus als een doekje tegen dat bloeden op aarde. Nee, geen flauw idee waar dat hiernamaals zich mag bevinden. Trouwens, al mag het het fundament van het katholieke geloof zijn, in zachte heelmeesters heb ik nooit geloofd. Hier en nu moet ik het maken en niet daarginder. God kan nooit bedoeld hebben dat dit aardse leven, dat, toegegeven, de trekken van een tranendal vertoont, als wachtkamer functioneert: inert, ontdaan van enige verantwoordelijkheid zijn de ogen op de wijzers van de klok gericht. Niet voor niets zijn we in vrijheid geboren en is het leven ons gegeven. Honderden keren kunnen we uitroepen dat we kinderen willen hebben. Van hebben en houden, dat weet elke ouder, kan natuurlijk geen sprake zijn. En dat strookt ook met het onvermogen van de vergevorderde technologie om het moment suprême, daar waar de eicel een zaadje toelaat, te beheersen. Noodgedwongen ontvangen we kinderen in vrijheid, dit is, het leven. Een gift wordt altijd in vrijheid gegeven, anders is het geen gift meer. Wat dat betreft is de natuur, onderworpen aan wetmatigheid, onvrij.

Kom nu niet aan met instinctmatige voortplantingsdrift, al zou de kerk dat goed uitkomen. En, ik voeg het er maar meteen aan toe, het blinde instinct zou de pijl van Cupido in zijn vliegende boog met stomheid geslagen doen stoppen. De dood aan Eros. Dat kan natuurlijk, maar het is nog maar zeer de vraag of dat met ons liefdesgevoel strookt. Want ook liefde is een gave en geschiedt in vrijheid. Kan niet anders. Ik wil het dan niet eens hebben over hoe we als wezens, god zij dank begiftigd met bewustzijn, in staat zijn die instincten te beheersen. Ook dat heet vrijheid.

Maar de man, die mij, eerlijk is eerlijk, intens na aan het hart ligt, triomfeerde met de op natuurwetenschappelijke leest geschoeide rationaliteit aan zijn zijde. Met ogen van 'daar heb je niet van terug'. En dat had ik dan ook niet. Het geloof legt het altijd af tegen natuurwetenschappelijk gefundeerde argumenten, zoals, wanneer de tafels gedraaid zijn, de fysicus met de ogen naar de hemel geslagen het toneel zal moeten verlaten. Geloof en de natuurwetenschappen, het zijn appels en peren. In die volgorde.

Ons existentiële besef van onze eindigheid, het drama van ons leven en ondraaglijke verlangen, is simpelweg niet in natuurwetenschappelijke formula te vatten omdat die eindigheid van een andere geaardheid is. De taal van de fysicus is per definitie reductionistisch, hoe anders zou je de voorspelbaarheid in vizier kunnen krijgen. Terwijl ons bestaan weerloos is als de flits van het licht dat jaren overbrugt en weerkaatst. Zelfs hij heeft daar niets van terug. Maar dit bedacht ik pas later.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden