’Dit stukje moeten ze alleen gaan’

De missie in Uruzgan beheerst het komende jaar het leven van Tietie en Sietse Wijbenga. Hun drie zoons worden naar de Afghaanse provincie uitgezonden.

Trouw TV: Drie zonen op missie naar Afghanistan.

Op Trouw TV praten de ouders van militairen Paul, Hessel en Jakob over hun beleving.

Ze weten precies hoe het voelt. Op 15 augustus 2004 kwam Paul, de oudste zoon van Tietie en Sietse, tijdens een patrouille in Zuid-Irak onder hevig vuur te liggen. Wachtmeester I Jeroen Severs was op dat moment al dood nadat hij in ar-Roemajthah in een hinderlaag was gereden.

„Dat was een rotzondag”, zegt moeder Tietie, aangedaan bij de herinnering. Hessel, de middelste van de drie zoons, zat ook in Irak en belde zijn ouders dat zijn broer het goed maakte. ’s Avonds, aan het einde van die ’heel akelige zondag’, belde Paul zelf. „We mogen blij zijn dat er toen niet meer zijn gesneuveld”, zegt Tietie (49).

Juist vanwege hun ervaring met eerdere uitzendingen beseffen de ouders wat hun het komend jaar te wachten staat. „Een heel onrustige tijd en soms vreselijke heimwee.” De hele dag Teletekst aan om het laatste nieuws over Afghanistan te volgen, de oren gespitst als op de radio het woord ’Uruzgan’ valt. Tietie: „Als ik nu wat hoor over een beschieting met een raket, dan denk ik: het hoeft voor mij echt niet, hoor. Ik zet de radio ook weleens uit.”

Vader Sietse (55), bijna verontschuldigend: „Ik heb er bij de jongens echt niet op aangestuurd dat ze het leger in zouden gaan.” Zijn ervaring met de krijgsmacht strekt niet verder dan de dienstplicht. Sietse is buschauffeur en doet vrijwilligerswerk voor de hervormde kerk. Tietie doet ook veel vrijwilligerswerk.

Hun jongste zoon, Jakob van 19, gaat in februari naar Uruzgan. Paul en Hessel gaan vier maanden later met de volgende lichting mee. Alle drie dienen ze bij de luchtmobiele brigade, na de commandotroepen de fysiek meest veeleisende eenheid van de landmacht. „Daar moet je echt gemotiveerd voor zijn, anders red je het niet.” Toen Jakob na de eindoefening zijn rode baret kreeg, stond zijn trotse familie met een spandoek in het centrum van Arnhem: ’Drie broers hebben het gered / Ook Jakob krijgt vandaag zijn rode baret’. Tietie: „Generaal Gijsbers, de commandant van brigade, zei dat het uitzonderlijk is, drie broers bij dezelfde eenheid en ook nog alle drie in één keer geslaagd.”

Haar zoons, zegt hun moeder, hebben dat beroep gekozen er zijn er gelukkig mee. Wie ben ik dan om ze daarvan te weerhouden?” Bij Paul en Jakob zat de liefde voor het militaire bedrijf er al jong in. Paul wilde eigenlijk F16-vlieger worden, maar kwam niet door de selectie. Hij koos voor de luchtmobiele brigade en werd er verkenner met inmiddels drie missies in Irak en Afghanistan op zijn naam. Hessel had in zijn jeugd wat minder met defensie, maar trad toch in de voetsporen van zijn broer. Ze dienden tegelijk bij Sfir in Irak. Als wapenhersteller zit Hessel verder van de frontlijn dan zijn broers. Tietie: „Hij heeft zijn eigen stekkie op de basis en dat past wel bij hem.”

Bij Jakob „zat het er gewoon in” dat hij beroepsmilitair zou worden. Als jochie ging hij al mee naar de open landmachtdagen en deed vol overgave mee aan het schieten. Nu is hij mitrailleurschutter en gaat als eerste van de drie naar Uruzgan. Daar is Paul, de oudste zoon, eigenlijk niet blij mee. „Hij was liever als eerste gegaan, of samen met Jakob. Hij wil toch een beetje op zijn broers passen. Maar het komt wel goed met Jakob”, zegt Tietie. Geëmotioneerd: „We hopen er altijd te zijn voor de kinderen, maar dit stukje moeten ze alleen gaan, dat kan ik niet meemaken. Ik zou weleens stiekem in Uruzgan om een hoekje willen kijken. We moeten erop vertrouwen dat het goed komt. En ze gaan nooit alleen. Er is er altijd Eén die met hun meegaat.”

De Wijbenga’s vinden steun in hun geloof en bij de plaatselijke geloofsgemeenschap. Het adres van de jongens wordt in het kerkblad vermeld. Ook onbekenden sturen een kaartje. „Bij een vorige uitzending liet de dominee op Vredeszondag een kaart de kerk rondgaan. En na die hinderlaag in Irak kwam de dominee op zondagmiddag al langs. Dat doet echt heel goed.”

Van de eerdere uitzendingen weten de Wijbenga’s dat ze een grote invloed op hun leven hebben. „Wij ondernemen de missie samen, zij daar en wij thuis.’’ Wat niet wil zeggen dat alles vrijuit wordt verteld. De jongens houden zich op de vlakte over de gevaren, de ouders over wat er thuis eventueel loos is. Sietse kreeg een lichte hartaanval toen Paul de eerste keer in Afghanistan was.

„De eerste twee dagen wist hij het niet. Je wilt ’m sparen. Hij zit in Afghanistan en moet daar zijn werk doen. Maar dat heeft Paul me niet in dank afgenomen.”

Paul kwam eind 2004 ’heel opstandig’ en cynisch uit Irak terug. Tietie: „Met Kerst zongen we in de kerk over de wijzen uit het oosten. ’Wijzen uit het oosten?’, zei Paul. ’Ze moorden elkaar daar uit!’ Ik heb me echt zorgen over hem gemaakt, maar gelukkig is het goed gegaan. ’Blijf praten’, zeiden we tegen hem, ’al is het tot midden in de nacht’.”

„Ze komen anders terug dan ze weggaan, rustiger. Eerst is het nog weleens van ’het leven is een feest’, maar als ze een missie hebben meegemaakt en er zijn dingen gebeurd, dan denken ze toch meer aan de diepere dingen van het leven.’’

Drie zoons uit één gezin in het leger op een gevaarlijke missie: de vergelijking met Steven Spielbergs film Saving private Ryan ligt voor de hand. In de oorlogsfilm zijn drie van de vier broers Ryan gesneuveld en geeft de legerleiding opdracht om de enige overlevende te redden. Tietie en Sietse Wijbenga houden rekening met het ergste.

Tietie: „Je wilt niet weten wat er kan gebeuren; dat schuif je weg. Je denkt dat het goed komt. Tenminste, ik wel. Toen Paul voor het eerst op missie ging, zat-ie hier op zaterdagavond zijn nabestaandenboek te schrijven. Dat vond ik heel akelig; dat heeft me heel wat tranen gekost. Zo’n jongen is net twintig! Die hoort op zaterdagavond te gaan stappen. Maar het is geen spelletje.”

Sietse: „Het is een realiteit; het kan gebeuren. Hoe je je daarop voorbereidt? Ik heb wel in m’n achterhoofd dat er wat kan gebeuren en we houden er rekening mee. We gaan bijvoorbeeld niet naar het buitenland op vakantie als de jongens op uitzending zijn. Eind volgend jaar willen we naar familie in Australië, maar dat doen we alleen als de kinderen thuis zijn.”

Tietie: „Van de week hadden we het over Kerstmis. Paul zei: ’Het kan wel de laatste keer zijn’. Ik zeg ’Doe niet zo gek!’ ’Maar het is wel de realiteit’, zei hij toen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden