Dit moet de B van Boek zijn

,,Het bevindt zich onder de keldertrap, en wie het ziet, ziet daarin het hele universum vanuit alle mogelijke gezichtspunten weerspiegeld.''Reqiuem in zeven delen voor Jorge Luis Borges (geboren 1899).

Als Jorge Luis Borges geïnteresseerd was in de joodse mystieke traditie die 'kabbala' heet, dan was dat vooral vanwege een paar extreme ideeën die de kabbalisten ontwikkelden over de macht van het Woord, over de kunst van het lezen en over de betekenis van Het Boek.

Kabbalisten beschouwden de tekst van de Tora, het Heilige Boek van het jodendom, als een soort geheimschrift dat op allerlei vernuftige manieren kon worden gelezen en ontcijferd. Aangezien het om het Woord van God gaat, ligt daarin Alles besloten: één letter kan het verschil tussen leven en dood betekenen. (Zo verklaarden de kabbalisten het feit dat aartsvader Abraham pas op hoge leeftijd een zoon kreeg uit het gegeven dat er een letter aan zijn naam werd toegevoegd: Abram werd Abraham - in het Hebreeuws is dat één letter verschil - en door deze ingreep werd hij vruchtbaar.)

Het geheim van de schepping lag voor de kabbalisten verborgen in de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet. En omdat ze het geheim van de schepping zo letterlijk opvatten, zal ik hun voorbeeld vrijelijk volgen, en Borges' fascinatie voor de kabbala toelichten aan de hand van de letters waaruit het woord KABBALA bestaat. Het is een woord van zeven letters - hoe kan het anders - die evenzovele sleutels zijn om Borges' oeuvre te ontsluiten.

We beginnen met de K van KENNIS, want daar draait het allemaal om. Geen gewone kennis, maar kennis van een goddelijk geheim dat in de taal verborgen ligt. De kabbala is een mystieke taalfilosofie. Niet de menselijke taal staat daarin centraal, maar de goddelijke taal van het Scheppende Woord. Geen wonder dus, dat een schrijver daarin geïnteresseerd is. Maar hoe vind je, in het labyrint van de woorden, je weg? Daar heb je minstens een kompas voor nodig. De K van Kennis had dus ook de K van Kompas kunnen zijn. Borges' verhaal 'De dood en het kompas' gaat over een detective die de moord op een rabbijn wil oplossen door gebruik te maken van kabbalistische kennis. En dat lukt hem ook. Dat wil zeggen: bijna. Want uiteindelijk, nadat er twee andere moorden zijn gepleegd, blijkt dat deze kennis hem, met behulp van een kompas, inderdaad naar de plaats brengt waar de volgende moord - de vierde in een reeks - gepleegd zal worden. Helaas blijkt hijzelf het slachtoffer van deze laatste moord. Het is dus oppassen geblazen met deze kabbalistische kennis.

De tweede letter van het woord Kabbala is een A. Dat kan natuurlijk geen andere A zijn dan de Aleph. Ook een titel van een verhaal van Borges. De aleph is de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet en werd door de kabbalisten beschouwd als de heiligste letter van allemaal: hij symboliseerde het En Soph, de zuivere, ongeschapen Godheid die aan het begin van alles staat. Van deze letter wordt gezegd dat hij alle andere in zich bevat, en dus in laatste instantie ook het hele universum.

Een zekere Carlos Argentino Daneri, vertelt Borges, was al jaren bezig met een groot dichtwerk, getiteld 'De Aarde'. Het was zijn bedoeling 'om de hele oppervlakte van de planeet op rijm te zetten'. De verteller, die stukken van het gedicht te horen krijgt, laat aan alles merken dat hij het niks vindt. Tot hij op een dag kennismaakt met het geheim van Daneri: in diens huis bevindt zich de Aleph. Het is een punt in de ruimte, dat alle andere punten in de ruimte in zich bevat. Het bevindt zich onder de keldertrap, en wie het ziet, ziet daarin het hele universum vanuit alle mogelijke gezichtspunten weerspiegeld. De verteller is getuige van het wonder, maar verbergt zijn verbijstering en suggereert dat Daneri overspannen is. Nu begrijpt hij hoe Daneri zijn wereldomspannende gedicht kan schrijven, maar hij weigert nog steeds het serieus te nemen. De venijnige ironie waarmee hij Daneri's literaire project beschrijft staat in een vreemde verhouding tot zijn beschrijving van het wonder van de Aleph. Hij kan het zelfs niet laten om te suggereren dat Daneri's Aleph een valse Aleph moet zijn. In het Postscriptum somt hij een aantal vergelijkbare gevallen op: het zijn beschrijvingen van wonderspiegels waarin zich ook het hele heelal weerspiegelt. En die opsomming eindigt met het wonderlijke geval van de moskee van Amr, waarvan de gelovigen beweren 'dat het heelal zich bevindt in een van de stenen zuilen die de middelste hof omringen'.

De Aleph is hier dus geen letter, maar een allesomvattend punt in de ruimte. Toch is de overeenkomst met de kabbalistische letter duidelijk. Borges wijst er zelf op. Maar de manier waarop hij deze Aleph onder de keldertrap in verband brengt met Daneri's literaire ambities lijkt ons opnieuw te waarschuwen tegen een literatuur met kabbalistische pretenties.

De derde letter is de B van BORGES. What's in a name? Volgens de kabbalisten: alles. Althans in de Verborgen Naam van God. Maar de B van Borges staat voor een hele reeks andere B's: die van Buenos Aires, van Bibliotheek, en van Blindheid. Maar ook de B van Babel: de toren van Babel is het oersymbool van alle hemelbestormende menselijke projecten en van het echec daarvan. Borges ontwierp zijn eigen toren in het beroemde verhaal 'De bibliotheek van Babel'. Alweer zo'n verhaal waarin het begrip oneindigheid centraal staat en waarin het opnieuw over letters en over boeken gaat. Maar de B van Borges is ook de B van Beknoptheid: er zijn maar weinig andere schrijvers die zulke duizelingwekkende perspectieven weten op te roepen in verhalen en essays van zes, zeven bladzijden. Daarom laat ik het, bij wijze van eerbetoon, bij deze beknopte opsomming.

De vierde letter is ook een B, en dit moet de B van Boek zijn. In 'De cultus van het boek' becommentarieert Borges de geschiedenis van het boek en laat zien hoe het oorspronkelijke wantrouwen tegen het geschreven woord (dat tot een verzwakking van het geheugen zou leiden) omslaat in een verering ervoor. Ook in dit verband spelen de kabbalisten een belangrijke rol: in de Sefer Jetsira, ofwel Het Boek der Schepping, wordt het idee uit Genesis dat God de wereld schiep door zijn Woord, tot zijn uiterste consequentie gevoerd. Want voor de kabbalisten waren die Goddelijke Woorden geschreven woorden: ze stonden immers te lezen in de Tora, het Heilige Boek - en die woorden bestonden dus niet in de eerste plaats uit klanken, maar uit letters. Die letters waren derhalve ook de elementen waaruit alle andere dingen waren geschapen. Zo bracht de schepping door het Woord een direct verband tot stand tussen de begrippen Boek en Geschapen Wereld.

De religieuze metafoor van de wereld als een boek dat gelezen kon worden, zou in de westerse cultuur nog geschiedenis maken. Borges haalt twee grondleggers van de moderne wetenschap aan die deze metafoor gebruiken. Francis Bacon schreef in de zestiende eeuw dat God ons twee boeken had geschonken: het eerste was de Heilige Schrift waarin hij zijn Wil openbaarde, het tweede was de Schepping, waarin hij zijn macht openbaarde. Dat tweede boek was geschreven in een taal die we moesten leren lezen (een taal die bestond uit temperaturen, densiteiten, gewichten, kleuren etc). Later nam Galilei deze beeldspraak over: maar volgens hem was de taal waarin het boek der Natuur was geschreven wiskundig van aard. De stap van een magisch tractaat als de Sefer Jetsira, waarin het Pythagorese idee dat de wereld uit getallen bestaat wordt omgevormd tot het idee dat de wereld geschapen is uit de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet (die ook de eerste 10 getallen bevatten), de stap van daar naar het idee van Bacon en Galilei is dus minder groot dan je zou denken. En als je even doordenkt, moet je erkennen dat de pretentie van moderne natuurwetenschappers om alle geheimen van de natuur te doorgronden en hun streven naar een geunificeerde veldtheorie waarin alle natuurkrachten beschreven zouden zijn, niet minder megalomaan en alomvattend is dan die van de kabbalisten. Dat alles heeft Het Boek dus op zijn geweten.

Ook voor Borges is de wereld een boek - en omgekeerd: elk boek een wereld. In een essay ter ere van Bernard Shaw schrijft hij: ,,De literatuur is onuitputtelijk om de afdoende en simpele reden dat één enkel boek het al is.'' Want een boek, zegt Borges, is meer dan een verbale structuur: het is 'de dialoog die het aangaat met de lezer'. Elke lezer leest er iets anders in. En dan zijn we weer terug bij de kabbalisten van Safed, die beweerden dat de Tora op 600 000 verschillende manieren kon worden gelezen. Waarom 600 000? Omdat dat volgens de overlevering het aantal Israëlieten was dat de Tora in ontvangst had genomen bij de Sinaï

De vijfde letter van het woord Kabbala is opnieuw een A. De eerste was de Aleph; de tweede kan niet anders zijn dan de A van ALOMVATTEND. De kennis die de kabbalisten nastreven, is een allesomvattende kennis, en de metafysische interesses van Borges wijzen ook in die richting: denk aan het verhaal over de Aleph - het punt waarin alle punten samenkomen. Een paar andere voorbeelden uit zijn werk. Het verhaal 'De parabel van het paleis' gaat over een Chinese Keizer die zijn oneindige paleis wil tonen aan een dichter. Ze maken een wandeling en er komt werkelijk geen einde aan de binnenplaatsen, de gebouwen en de tuinen. Toch slaagt die dichter er ten slotte in het hele paleis samen te vatten in een ultrakort gedicht. Sommigen beweerden zelfs dat het maar uit één woord bestond. De Keizer vond dat een belediging en liet de Dichter ter plekke executeren. Het gedicht ging verloren, maar nog altijd, zo besluit het verhaal, zoeken zijn afstammelingen naar het woord voor het heelal. In 'Het schrift van de God' komt hetzelfde op een andere manier voor. Een Azteekse priester, Tzinacan, ontcijfert na jarenlange opsluiting in een onderaardse kerker het 'schrift van de god' in het vlekkenpatroon van een jaguar, die in dezelfde kerker zit opgesloten. Hij heeft de goddelijke formule ontdekt, de oorsprong van Alles, die hem almachtig maakt en die hem ook uit zijn kerker zou kunnen bevrijden. Maar de priester vindt het niet nodig de formule daarvoor te gebruiken, want het vinden van de formule zelf heeft van hem een ander mens gemaakt: hij is al bevrijd. Dat is het geheim van dit soort kennis: het is een kennis die alles verandert, omdat je er zelf door verandert. In dit verhaal is de taal die ontcijferd moet worden ook de taal van de schepping: hoe beperkt de mogelijkheden van de gevangene ook zijn - er is elke dag maar één kort moment waarop hij de jaguar kan zien - het blijkt voldoende om het geheim te ontraadselen, want het schuilt overal, in het kleinste detail.

Borges onderzoekt in zijn werk steeds hetzelfde: het bestaan van één punt, één verschijnsel, één ding, dat de sleutel is tot alle dingen - één Iets, dat alle andere in zich bevat en weerspiegelt. Nu is dat ook de formule waarmee de idealistische filosoof Schelling kunst definieerde: 'De eindige uitbeelding van het oneindige.' Zo past Borges dus in de traditie van een romantische kunstopvatting. Maar met evenveel recht kun je zeggen dat die romantische kunstopvatting op haar beurt weer wortelt in die oude droom van een alomvattende kennis, die magiërs, mystici en gnostici door de eeuwen heen hebben gedroomd.

Om die kennis te verkrijgen, moet je een lange en moeizame weg afleggen. Daarom kan de L van het woord Kabbala alleen de L zijn van LABYRINT. Ook dat is een geliefd motief van Borges. En hij bouwt ook zijn verhalen op als labyrinten, waarin je voortdurend dreigt te verdwalen. Daarom was hij zo dol op de Vertellingen van Duizend en een Nacht. In een essay wijst hij op het verhaal van nacht 602: 'In die nacht verneemt de koning uit de mond van de koningin zijn eigen geschiedenis. Hij verneemt het begin van de geschiedenis, die alle andere behelst en ook - monsterlijkerwijs - zichzelf.' Ziehier opnieuw een variant van het idee van het oneindige in een eindige vorm: het ene, dat alles bevat. Of anders: het deel dat het geheel omvat.

Natuurlijk vormen de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet ook een labyrint: dat van de kabbalisten. Labyrinten spelen een rol in initiatieriten: wie het middelpunt van het labyrint bereikte, onderging een transformatie en kwam er als ingewijde uit. Maar bij Borges hangen labyrinten ook samen met eenzaamheid, gevangenschap en dood.

Opnieuw een A. De derde. De A van Aleph was eigenlijk synoniem aan de A van Allesomvattend. Maar de derde A zorgt voor een contrapunt. De A van AGNOSTICUS. Want Borges was geen gelovige. Hij was een scepticus die gefascineerd werd door de grenzen van het menselijk bevattingsvermogen. Juist daarom speelt hij zo graag met absolute concepties als 'oneindigheid' en 'eeuwigheid', met ideeën als 'God' en 'Het Heilige Boek'. Daarom heeft alles wat hij schrijft ook een melancholieke ondertoon: hij maakt de muren van onze kerker zichtbaar, want ons leven is eindig, en ook ons bevattingsvermogen is beperkt. Maar hij laat tevens zien hoe oneindig de mogelijkheden zijn die we binnen die kerker van ons bevattingsvermogen kunnen benutten. In zijn essays en verhalen laat hij ons ronddolen in het labyrint van de kennis, dat een labyrint van dromen is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden