Dit land lonkt liever naar het goede

Het Kwaad is overal. De piloot van uw vakantievlucht kan een zelfmoordenaar zijn, uw dochters nieuwe vriend een jihadist, de buurman een zware crimineel. Hoe gaan we om met het kwaad in de wereld en in onszelf? Verslaggeefster Harriët Salm onderzoekt het in een serie. Vandaag: Moet het kwaad terug op de kansel?

Op een regenachtige zondagmiddag tegenover metrostation Kraaiennest in de Amsterdamse Bijlmer wijst voorganger Tom Marfo (58) met een breed armgebaar naar de druilerig ogende wereld om hem heen. "Je ziet ze niet, maar terwijl wij hier spreken luisteren overal demonen mee. Ja, Satan is heel actief", zegt hij met emotie in zijn stem.

Hij zal erover preken in het Engels tegen zijn voornamelijk Ghanese aanhang, zoals hij dat elke week doet. Die dienst van the House of Fellowship, in een gebouwtje naast de metro, zou om drie uur beginnen, maar Marfo neemt eerst rustig de tijd om zijn bezoek te vertellen hoe slecht de wereld eraan toe is. Zijn intussen binnendruppelende gemeenteleden - de hooggehakte dames in kleurrijke Afrikaanse gewaden, de heren keurig in het pak, hun rondrennend kroost eveneens op hun paasbest - moeten maar even wachten.

"Het kwaad bestaat, ja, de hel bestaat, ja, Satan bestaat", herhaalt Marfo. "Kijk om u heen: ik zie zwangere tieners, ik zie gebroken huwelijken, ik zie culturen die elkaar niet begrijpen, ik zie oorlogen. Satan is aan de winnende hand."

Satan is voor hem een echte aanwezige figuur, geen abstract symbool. Mensen die zich christenen noemen en tegelijk beweren dat er geen hel en geen Satan bestaat, kan hij niet begrijpen. Satan zelf gebruikt hen als spreekbuis, vermoedt hij. Om verwarring te zaaien in de kerk.

Alle kwaad in de wereld is volgens deze traditionele protestantse voorganger terug te voeren op de zondeval. God maakte Adam en Eva in het paradijs heel duidelijk: jullie mogen eten van alle heerlijkheid hier, maar niet van deze ene boom. "Ze hadden dus twee keuzes: a. we doen het goede en luisteren naar God en b. we doen het slechte en luisteren naar Satan. En ze kozen b."

En zo komt het: de mens werd van nature slecht. Alleen wie Christus in zijn hart toelaat, kan het gevecht met het kwaad winnen. God laat via de Bijbel de mensen de weg naar het goede zien, met simpele geboden, zoals 'heb uw naasten lief als uzelf'. Hielden we ons daaraan dan zou er geen kwaad in de wereld zijn, denkt Marfo. Maar helaas.

Zelfmoord

De stevige theologische taal van deze voorganger klonk in vorige eeuwen ook in de belangrijkste protestantse kerken, maar die tijden zijn voorbij, ziet Govert Jan Bach (64). Deze theoloog en sinds kort gepensioneerd pastoraal-psycholoog nipt aan een espresso in een café in de Amsterdamse Watergraafsmeer. De duivel wordt niet meer gezien als een persoon. De hel heeft afgedaan, ziet hij.

Maar het kwaad is daarmee niet de wereld uit, verre van, voor wie het nieuws volgt. Toch lijkt met de persoonlijke Satan, ook het abstractere kwaad uit de grotere kerken als onderwerp verdwenen. En dat vindt hij verkeerd.

"De goede boodschap staat tegenwoordig centraal, de liefde van Jezus, de diakonie, de hulp voor de mensen in nood, voor de derde wereld. Maar de kerk zou zich meer moeten bezighouden met het kwaad in de mensen zelf."

Bach heeft in zijn werkende leven 'veel, heel veel' kwaad gezien. Hij werkte als pastoraal psycholoog in gevangenissen en daarna ruim dertig jaar in een psychiatrische instelling, de Amsterdamse Valeriuskliniek. Hij praatte met moordenaars, met psychisch zieken. Vijftien keer pleegde een cliënt van de kliniek waar ook hij dicht bij betrokken was, zelfmoord.

Zelfmoord is in zijn ogen net zo goed een kwaad als moord. "Het is verschrikkelijk voor de mensen die erbij betrokken zijn: de ambulancebroeder, degene die de persoon vindt, de familie die dit verder met zich meedraagt in het leven." Hij spreekt liever niet over zelfdoding, dat is een te verzachtende term in zijn ogen.

Calvijn stelde scherp, zegt Bach, dat de mens geneigd is tot alle kwaad. "Je hebt in je leven de opdracht om het kwaad in jezelf te leren kennen, opdat je niet kwaad aanricht in de wereld om je heen."

Psycholoog Carl Jung noemde het de schaduw, het duistere deel van jezelf dat je niet kent. Maar dat wel altijd met je meegaat. Bijna alle verhalen in de Bijbel gaan erover, stelt Bach. "Godsdiensten bieden vanouds de mogelijkheid om dit persoonlijke kwaad te leren kennen en het vervolgens te keren. Maar dan moet er wel over gesproken worden."

De kerken willen de mensen tegenwoordig te graag een leuk gevoel geven uit angst voor kerkverlating, is zijn indruk. Dat past, in Bachs beleving, bij de huidige maatschappij, waar het streven naar persoonlijk genot voorop gaat.

Op eigen kracht

Laten de grote kerken tegenwoordig echt het kwaad links liggen?

Op de faculteit godgeleerdheid van de Amsterdamse Vrije Universiteit haalt hoogleraar religie en cultuur Matthias Smalbrugge eens diep adem. "Staat u mij toe een klein college te geven."

Smalbrugge, tevens PKN-predikant in Aerdenhout, steekt van wal. "Ja, er wordt inderdaad meer dan in het verleden in de kerken gesproken over het feit dat de mens het goede kan doen, dat er liefde is in het leven en dat dat belangrijk is. Daar zijn historische redenen voor aan te wijzen."

De protestantse kerken hebben sinds Calvijn in de loop der eeuwen altijd gesteld, zoals opgenomen in de Heidelbergse catechismus, dat de mens uit zichzelf geneigd is tot alle kwaad en niet in staat tot enig goed. "De mens is bij het doen van het goede afhankelijk van God. We doen het dus niet op eigen kracht, zegt die traditie."

Maar de twee grote wereldoorlogen van de vorige eeuw hebben de kerken onder invloed van een grote theoloog als Dietrich Bonhoeffer doen inzien dat die positie niet langer houdbaar was. Na de verschrikkingen van Auschwitz werd duidelijk dat de mens actiever verantwoordelijkheid moet nemen om het goede te doen. We moeten, zoals Jezus zijn volgelingen opdroeg, het zout der aarde zijn, was de theologische uitkomst van deze overdenking. Smalbrugge rondt zijn college af: "Daar komen we vandaan, uit die correctie door de geschiedenis."

Dat er dus meer aandacht kwam voor het goede in de kerken is logisch. Niet de huidige tijdgeest, maar het kwade verleden heeft dat ingegeven.

Toch, zegt ook Smalbrugge, speelt de tijdgeest wel een rol. Want een kerk volgt in het algemeen de patronen van zijn eigen cultuur. Het is geen cultuurinitiator, het is een volgende instantie. En: "We leven in een samenleving die soms liever wegkijkt en daarom naar het goede lonkt. Uit angst voor het kwaad dat het niet wil zien."

Moeten de protestantse kerken dan ook volgens hem weer vaker spreken over de mens als geneigd tot alle kwaad? Smalbrugge is geen man van eenvoudige uitspraken. Hij vindt de werkelijkheid veel te complex om simpel over 'de mens' en over 'alle kwaad' te spreken. Ieder mens, zegt de hoogleraar, maakt zijn eigen individuele morele afwegingen.

Buchenwald

Hij haalt een boek uit zijn tas. Het is het levensverhaal van de Fransman Hélie de Saint Marc. "Dit is nu echt iemand die in zijn levensverhaal worstelde met goed en kwaad."

In 1922 geboren in Bordeaux, kwam De Saint Marc in de oorlog bij het gewapend verzet. Hij werd verraden en belandde in concentratiekamp Buchenwald waar hij ternauwernood de oorlog overleefde. "Bij de bevrijding was hij bewusteloos, zo slecht was hij eraan toe."

De Saint Marc herstelde en besloot na de oorlog zijn leven in dienst te stellen van zijn land. Hij werd militair, vertrok naar de toenmalige Franse kolonie Indochina. Hij beloofde de lokale mensen, die met de Franse kolonialisten samenwerkten: Wij laten jullie niet in de steek. Uiteindelijk kwam het bevel van hogerhand om zich toch terug te trekken. Smalbrugge: "De Saint Marc beschrijft hoe hij die arme dorpelingen met de kolf van zijn geweer van de vertrekkende vrachtauto's moest slaan. Hij heeft zich dat als een oerschuld aangetrokken."

In Algerije kwam hij in vergelijkbare omstandigheden. Weer beloofde hij bescherming aan mensen die de Fransen steunden. En weer liep het anders, de Fransen onder De Gaulle besloten dat Algerije onafhankelijk werd. "Toen zei hij: Ik heb het al een keer verkeerd gedaan. Dit keer doe ik het anders." Hij bleef achter de lokale mensen staan die tegen onafhankelijkheid streden. Die strijd verloren zij.

Uiteindelijk is hij voor die keuze gevangengenomen en heeft tien jaar celstraf gekregen. Smalbrugge vat samen: "Heb je Buchenwald meegemaakt, heb je echt alles voor je land gedaan, heb je je geweten zuiver gevolgd, kom je in de gevangenis."

Hij is later overigens gerehabiliteerd en kreeg de hoogste Franse onderscheiding, voor hij in 2013 overleed.

Smalbrugge: "De Saint Marc concludeert: uiteindelijk gaat het in het leven om de moed om te durven kiezen voor wat je als kind al geloofde dat het goede was. Je moet die originele gevoelens vasthouden en vormgeven."

Er is niet één kwaad, er is niet één mens, dat wil Smalbrugge met dit verhaal vertellen. Ieder individu maakt in zijn leven eigen keuzes. "Je bent niet goed of kwaad, je maakt keuzes die goed of kwaad zijn. Dat is het menselijk vermogen. Je weegt af: dat doen of dat doen en dan kies je."

Om het goede te kiezen, kunnen verhalen, zoals de bijbelverhalen, helpen, denkt Smalbrugge. Al zijn die complexer dan de meeste mensen willen geloven.

Hij geeft een voorbeeld. Jozef wordt door zijn broers in de put geworpen. Het loopt uiteindelijk goed met hem af. "Maar later als hij koning is en zijn broers bij hem komen, dan leeft hij zich wel uit in een heerlijk sadisme. Hij sluit ze op, hij beschuldigt ze expres vals."

Jozef wordt graag gezien als de voorloper van Jezus, de rechtvaardige koning. Maar het verhaal is niet zo eenduidig als wordt voorgesteld, wil Smalbrugge maar zeggen. "Die bijbelverhalen zijn heel gelaagd, daar valt moeilijk een heldere keuze tussen goed en kwaad uit op te maken. Heel vaak denk je: oke, dat is de slechterik, maar later vraag je je af: hoe slecht is die vent eigenlijk?"

Kerken zijn goed in moralisme, ziet hij. "Ze zeggen dan bijvoorbeeld: in de Bijbel draait het om verzoening. Nou, nee dus. In de Bijbel draait het nergens om. Er is niet 'de Bijbel'. Het is een verzameling boeken geschreven tussen zeg 1000 voor Christus tot circa 200 na. In die tijdspanne kun je geen eenheid verwachten. Ze spreken elkaar dus ook voortdurend tegen."

Als de kerken mensen willen steunen bij het maken van morele keuzes, vergt dat intellectuele eerlijkheid, stelt hij. "Lees wat er werkelijk staat in de Bijbel. En vertel waar de teksten elkaar tegenspreken."

Ontkerkelijking

Terug in de Amsterdamse Bijlmer ziet pinkstervoorganger Tom Marfo in de relativering van Smalbrugge Satan aan het werk. Terwijl inmiddels zo'n honderd kerkgangers alvast zingen over de glorie van de Heer, de handen geheven, waarschuwt hij. Pas toch op met het nuanceren van het woord van God.

Marfo: "Zelfs gewone kerkgangers trekken de teksten tegenwoordig in twijfel, ze zien grijze gebieden. Onzin: die zijn er niet. Zo redeneer je alle heldere waarden die God heeft gegeven weg. Je kunt niet uitkiezen wat je aanspreekt in de Bijbel en weglaten wat niet. Als geschreven staat dat Satan bestaat, dan bestaat hij."

Relativeren leidt tot ontkerkelijking. En daaraan gaat de wereld kapot. "Het is zelfdestructie. God heeft regels waar we ons aan moeten houden. God geeft ons orde, maar ik zie alleen maar meer en meer chaos in de wereld."

'Weer van mij het kwade, zodat mij geen smart treft', staat in gouden letters op een donkerblauw fluwelen banier aan de muur van zijn kerkruimte. Dan begint hij zijn preek. "We weten dat we de duivel moeten weerstaan", houdt Marfo zijn gemeenteleden voor. "Hallelujah." Amen, antwoorden zij in koor.

Dit is de vierde aflevering in een serie over het Kwaad. Vorige afleveringen verschenen op 30 mei, 6 en 13 juni.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden