ReportageRecycling

Dit lab moet gaan uitvogelen hoe je van een T-shirt een goed nieuw T-shirt maakt

Onderzoekers Maud Kuppen en Eske Hurenkamp met lector Jan Mahy van de Hogeschool Saxion. Beeld Koen Verheijden
Onderzoekers Maud Kuppen en Eske Hurenkamp met lector Jan Mahy van de Hogeschool Saxion.Beeld Koen Verheijden

Van oud textiel nieuwe kledingstukken maken gebeurt nog weinig. Het Circulair Textiel Lab in Enschede moet daar verandering in brengen.

Het is eigenlijk een fabriek in het klein. Vier machines staan er. In de eerste gaan plukjes gerecyclede stof, een uit elkaar getrokken spijkerbroek bijvoorbeeld. Er ontstaat een vlies, dat wordt verdeeld in banen, zogeheten lonten. De lonten draaien in elkaar op een andere machine en het laatste apparaat spint er een draad van. Klaar om stof mee te weven. “We hebben alles in huis om van een oud T-shirt een nieuw te maken in één dag”, vertelt Jens Oelerich, onderzoeker bij Hogeschool Saxion in Enschede.

De hogeschool heeft onlangs dit nieuwe Circulair Textiel Lab in gebruik genomen. “Dit is een unieke opstelling, die is er nog niet in Nederland”, zegt Oelerich. “Voorheen moesten we met minstens 100 kilo naar een textielverwerker, die de machines voor ons moet stopzetten om proeven te doen. Je bent zo twee weken verder voor je een lap stof hebt. We kunnen hier met kleine hoeveelheden veel sneller testen hoe je textiel het beste kunt recyclen.”

Zoeken naar de juiste balans

Dat is niet eenvoudig. Het resultaat van het minifabriekje is het best met een mengsel van mechanisch en chemisch gerecyclede stof. Het oude T-shirt is mechanisch uit elkaar te trekken, dan breken de vezels in korte stukken. Of de stof is met chemicaliën op het niveau van de moleculen uit elkaar te halen, daar zijn weer langere vezels van te maken. De plukjes in de eerste machine, ze zien eruit als donzige bolletjes, zijn bij voorkeur een combinatie van die twee. “Een mix levert de beste nieuwe vezel op. Maar we moeten uitvinden welke mix precies. Hoe sterk is de nieuwe draad? Voelt het ook prettig aan als je het draagt? Welke stoffen zijn het beste te verwerken? We kunnen de machines steeds anders instellen en snel het effect zien.”

Teststroken in het textiellab. Beeld Koen Verheijden
Teststroken in het textiellab.Beeld Koen Verheijden

Het lab moet gaan helpen textiel hoogwaardiger te hergebruiken dan nu gebeurt. Nog maar heel weinig afgedankte kleding krijgt nu een nieuw leven als kledingstuk: ruim 1 procent. 12 procent verandert in isolatiemateriaal bijvoorbeeld, of vulling voor matrassen of autostoelen. Dat moet anders, zoals blijkt uit de recent gesloten ‘denim deal’ tussen makers van spijkerbroeken en de Nederlandse overheid: in 2023 moet 5 procent van elke verkochte spijkerbroek uit gerecycled materiaal bestaan. Volgens EU-richtlijnen moet in 2030 alle textiel maar liefst 50 procent duurzaam en gerecycled materiaal bevatten.

Veel uitdagingen

“Daarvoor moet nog heel wat gebeuren. We staan nog maar aan het begin”, vertelt Jan Mahy, lector aan de hogeschool. “De textielindustrie is de vierde meest vervuilende sector in de wereld, als je alle aspecten meerekent, van te lage lonen tot klimaat. Grote kledingmerken schetsen soms het optimistische beeld dat ze al kledingstukken maken met 10 of 20 procent gerecycled materiaal. Maar dat bestaat vaak uit snijstukken, ofwel lappen die in de fabriek overblijven. Dat is relatief makkelijk want de samenstelling en het gebruik ervan is bekend. De uitdaging van gedragen kleding is dat er van alles aan vastzit: knopen, ritsen.” 

Vaak is niet precies duidelijk wat de samenstelling van een kledingstuk is. Labels kloppen geregeld niet, een uitleesmachine moet eerst de samenstelling onthullen. “De vraag naar katoen is groter dan het aanbod”, licht Mahy toe. “De olieprijs is laag en dus wordt er veel polyester verwerkt. Die mengsels van katoen en polyester zijn een drama om te recyclen op dit moment en al helemaal als er ook elastisch spul, stretch, in verwerkt is. We moeten nog uitvinden hoe we dat het beste kunnen doen.”

Een stad keert terug in de textiel

Mahy hoopt dat met behulp van het lab de productie van stof met gerecycled textiel sneller opgeschaald kan worden. In de stichting TexPlus werkt de hogeschool samen met het plaatselijke bedrijfsleven, overheden en afvalverwerking. Kennis die de hogeschool opdoet kan de industrie op die manier direct gebruiken. Zo kan er ook een nieuwe draai gegeven worden aan de textielstad die Enschede van oudsher was. 

Het doel van TexPlus is om in 2023 in de regio Twente 7 miljoen kilo minder textiel in de verbrandingsoven te laten belanden. “We willen aantonen dat voor textiel, dat vaak een enorme reis over de wereld maakt, ook een lokale, circulaire keten te maken is”, zegt Mahy. Vanuit Brussel zijn de hernieuwde textielambities van Enschede ook opgevallen. Het initiatief geldt als ‘best practice’, een voorbeeld voor andere landen in de EU.

Lees ook:

Nederland moet aan het tweedehandsje

Er stromen te veel grondstoffen door de Nederlandse economie, de afvalberg is te groot en consumenten zijn niet ingesteld op producten die niet hagelnieuw zijn. Meer ‘drang en dwang’ kan daar wellicht verandering in brengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden