'Dit klooster is een spaarpot van vergane glorie'

WEERT - Ze gaan weg, de franciscanen-minderbroeders. Vele eeuwen geleden kwamen ze naar Weert. En met korte tussenpozen hebben ze er zo'n 535 jaar gewoond. Maar het spook van de vergrijzing heeft de Limburgse bedelbroeders ingehaald. Het klooster moet worden verkocht. De hoogbejaarde paters kunnen niet langer de energie opbrengen voor het broodnodige onderhoud.

Een nieuwe bestemming is al gevonden. Het klooster zal geleidelijk veranderen van een bejaardenoord voor hulpbehoevende paters in een verzorgingstehuis voor minder spiritueel verheven ouderen. Het plaatselijke verzorgingstehuis gaat het proces begeleiden. Monumentenzorg houdt onderwijl een oogje in het zeil zodat de cultuur-historische waarde van het pand niet wordt aangetast.

Rouwig zijn de ruim vijftig bejaarde minderbroeders niet over het verlies van hun klooster. “Franciscus is nooit in een klooster gaan zitten, die moest er niets van hebben”, zegt Rein Pollmann, voor de gelegenheid gebombardeerd tot perspater. De heilige Franciscus zou bij een bezoek aan zijn devoten zijn ogen waarschijnlijk niet geloven. Want het comfort is groot. Sombere kleine kamertjes zijn in de afgelopen jaren omgebouwd tot ruime vertrekken met veel licht, een tv, telefoon en brandalarm. Een druk op een knop zorgt ervoor dat binnen no time een van de circa tien aanwezige zusters in de kamer staat. “Allemaal met subsidie uit Den Haag tot stand gekomen”, smaalt Pollmann. Met 68 is hij een van de 'jongeren' in huis. De gemiddelde leeftijd van de kloosterlingen ligt rond de 78. In 1952 was dat nog 32 jaar.

De jaren vijftig waren de gouden jaren van het franciscanisme in Nederland. Weert stond toen ver buiten de eigen provincie bekend als 'haard' van waaruit de idealen van Franciscus - armoede, broederschap en vrede - straalden. Het bestuur van de franciscanen in Nederland (provincialaat) was er gevestigd. Samen met onder meer de Franciscaanse Missiebond, de secretarie, het archief en iets ogenschijnlijk onbeduidends als de postzegelvereniging. Op hoogtijdagen herbergde het klooster ongeveer 180 mensen.

Parel van Weert was echter de cursus theologie, die vanaf 1853 aan het klooster werd gegeven. Honderden fraters haalden hier hun geestelijk brevet voor de grote stap in de 'boze buitenwereld': “In het aloude klooster van Weert ontvangen de priesterkandidaten de laatste vorming en bereiken zij door Gods genade hun heerlijk en heilig ideaal”, zo kan men nog lezen in het boekje Minderbroeders in Nederland uit 1929.

Veertig jaar later, rond 1970, was het echter afgelopen met de bijzondere status van het Limburgse klooster. Het provincialaat verhuisde naar Utrecht en nam in zijn kielzog alle andere bijzondere activiteiten mee. Weert werd weer het plattelandsklooster dat het in 1461 was, toen graaf Jacob I van Horne in een vrijgevige levensavond aan de franciscanen zijn afgedankte kasteel 'den Aldenborch' schonk.

Boven de ingang van het klooster herinneren grote cijfers nog altijd aan het jaar van de gift van de verlichte despoot - volgens de kerkelijke annalen leefde en stierf graaf Jacob uiteindelijk als 'heilig minderbroeder'. Echt lang hebben de franciscanen niet van hun statige onderkomen kunnen genieten. De Reformatie maakte korte metten met het klooster en de in 1526 in gebruik genomen kerk. Bij drie opeenvolgende beeldenstormen - respectievelijk in 1566, 1572 en 1578 - werd het kloostercomplex grotendeels verwoest.

De 17e eeuw gebruikten de minderbroeders voornamelijk om hun bezit weer op te bouwen. De huidige gangen stammen nog uit die tijd. Het klooster is gebouwd naar klassiek model in een vierkante vorm rond een binnenplaats. De kerk werd in de 17e eeuw voorzien van een meubilair in barokstijl - nog altijd een juweeltje. Het klooster, dertig man sterk, ging een steeds grotere rol spelen in de regio. Het leverde clandestien pastores voor de Meierei: verkleed als marskramers trokken minderbroeders met hun boodschap door het 'generaliteitsland' Brabant om de lokale, rooms-katholieke bevolking een hart onder de riem te steken.

Een rampjaar was 1797. Franse revolutionairen jaagden de franciscanen uit hun klooster. De bezittingen werden geïnventariseerd en vervielen aan de staat. Het pand werd verkocht aan een welgestelde, Weerter familie, die het in 1836 aan de Franciscus' zonen teruggaf. Al die tijd had één minderbroeder in het klooster een verborgen leven geleid.

Voor pater Pollmann betekent Weert niet meer dan een dak boven zijn hoofd. Acht jaar geleden kwam hij er wonen in het kader van een vut-regeling. “Dit klooster is veranderd van een pressiegroep in een kompressengroep”, zegt hij. “Het is letterlijk een sterfhuis geworden voor de oude provincie (de oude garde franciscanen - red.).”

De kruinschering, de kloosternamen (“je kreeg een lijstje met hele rare namen waaruit je moest kiezen”), de bruine pijen en dito schoenen, de strikte dagorde met om 1 uur 's nachts de metten en lauden en om kwart over elf “sext en none, waarna vrijdags schuldkapittel”. Het is in Weert allemaal verleden tijd. Het leven van de bejaarde kloosterlingen heeft iets los en liefelijks gekregen, vindt Pollmann.

“Voor degenen die het kunnen opbrengen”, zegt hij, “is er voorafgaande aan het ontbijt 's ochtends om acht uur een godsdienstoefening en eucharisatieviering.” Om twaalf uur is het middaggebed. Tot drie uur kan “de meute een dutje doen”. Om half zes volgt een tweede bijbelbijeenkomst, nu van een half uur. 's Avonds om half tien is nog gelegenheid voor “een borreltje of een potje bier”. “Maar de meeste paters zitten dan al in hun eigen kamer televisie te kijken. Voor velen is de tv een zegen.”

Van zijn vader, een galanterieënhandelaar in Leiden, nam Pollmann de levensles over “nooit in de handel te gaan”. Hij wilde franciscaan worden. Niet dat hij, toen hij de beslissing nam, ooit van Franciscus had gehoord. Laat staan van zijn idealen. Dat kwam pas later. Hij kende de groep. In Leiden hadden de franciscanen drie huizen voor parochiewerk. Bovendien bedienden ze de plaatselijke HBS. “Ze bevielen me wel. De beroepspriesters waren heel wat stijver. Daar ging geen inspiratie van uit.”

“In de kleine plaatsen waren we als franciscaan gezien”, herinnert Pollmann zich. “In de grote steden kropen we weg. Ik heb na mijn opleiding in Weert vanaf 1953 in Amsterdam gewoond. Als universiteitsstudent was ik voorbestemd voor een loopbaan voor de klas. Liepen we elders in bruine pijen, in Amsterdam deden we dat liever niet. Daar werd je op aangekeken. We kropen in een mooi, zwart Engels priesterpak. Je liep in alle anonimiteit door de straten. Vermomd om erger te voorkomen.”

Weert is, zo zegt de pater, de laatste stad in Nederland waar je nog franciscanen kan tegenkomen in het traditionele, bruine habijt. “Sommigen lopen zelfs nog op blote voeten en dragen Shakespeariaanse kloosternamen als Servus, Sebastianus of Agapitus.” In Frankrijk is de bruine pij allang uit het straatbeeld verdwenen. In Duitsland daarentegen dragen volgens Pollmann alle franciscanen nog hun oude kloffie. “Duitsers zijn ontzettend uniform-geil.”

Pollmann probeert nog altijd naar de idealen van Franciscus te leven. “Ik ben er niet de hele dag mee bezig. Maar je hebt een bepaalde habitus gekregen om te weten, nee dat past niet bij ons, dat moeten we niet doen. De baas spelen is typisch niet-franciscaans. Heel sterk relativeren is dat juist wel. We zitten meer op de lijn GroenLinks dan VVD. Al zullen er allerlei oude recepten en voorschriften uit de kast worden gehaald als er in dit klooster wordt gestemd. Dan zal de meerderheid toch CDA stemmen.”

“Als minderbroeders hebben we altijd de zorg voor de minderen, de gekwetsten op ons genomen, zoals aids-patienten en vreemdelingen. Onze jonge jongens in Rotterdam en Amsterdam werken ook onder die groepen. Ja, hier in Weert doen we dat niet meer. Dit klooster is een spaarpot van vergane glorie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden