’Dit kan de vonk zijn die de vlam in de pan doet slaan’

De dood van Pierre Gemayel (34), de minister van industrie, is in Beiroet met onbehagen ontvangen.

Sinds Hezbollah en de pro-Syrische coalitie hun ministers uit het kabinet hebben teruggetrokken en met massale demonstraties dreigen, is iedereen bang dat de toenemende ruzie tussen de voor- en tegenstanders van de Syrische belangen tot een nieuwe burgeroorlog zal leiden.

„We zijn bezorgd”, zegt een Libanees op de plek waar de minster werd doodgeschoten. „Dit kan de vonk zijn die de vlam in de pan doet slaan.”

Zodra je klassieke muziek op een gewone Libanese zender hoort, weet je dat het mis is; er is iemand vermoord. In Jdeideh, de wijk waar de minister om half vier in een auto werd klemgereden en neergeschoten, patrouilleren soldaten door de straten. „De situatie is netelig”, zegt een legerkapitein. „Dit is waar zijn aanhangers wonen, en hij was erg geliefd.” Waarom een minister, die wist dat de Syriërs het op hem hadden gemunt, in een gewone auto, zonder escorte, door de drukke wijk reed, weet hij niet. „We kunnen het hem niet meer vragen.”

Op een kantoor van de Kataeb, de politieke partij van Gemayel, komen de mannen uit de buurt bijeen. De sfeer is grimmig. Ze willen niet praten. „Hij was een gentleman”, zegt iemand. „Meer hebben we niet te vertellen. We weten hoe het begint. Het probleem is dat we nooit weten hoe het eindigt.” Syrië zit achter de aanslag. „Wie anders?”

De symboliek van deze moord ontgaat niemand. Het was een mislukte moordaanslag op Pierre’s grootvader, ook Pierre geheten, in 1975, die de directe aanleiding vormde van de zestien jaar durende burgeroorlog.

De vader van Pierre, oud-president Amin Gemayel, maant tot kalmte op tv. „We willen geen onrusten nu.” Maar verderop in de stad worden banden in brand gestoken.

Dat er iets stond te gebeuren was duidelijk. Geagea, een andere politicus voorspelde deze week zelfs dat de volgende stap van de Syriërs een moordaanslag op een minister zou zijn. De Libanese bevolking ziet met lede ogen toe hoe de toon van de politieke debatten de afgelopen tijd alsmaar agressiever werd.

Het debat concentreert zich rond het VN-tribunaal over de moord op oud minister-president Rafic Hariri. Syrie, dat volgens het VN-rapport een hand heeft in die moord, wil geen tribunaal, en wordt daarin gesteund door de pro-Syrische president, Lahoud, en de pro-Iraanse Hezbollah. Zij hebben echter net geen derde deel in het kabinet van Siniora, die de anti-Syrische coalitie leidt.

Hezbollah wil nu meer ministersposten en dreigt de regering omver te werpen. Er zijn al zeven ministers weg, zodat er nu – met de dood van Gemayel – nog maar zestien over zijn. Hezbollah wil via vreedzame protesten de regering stoppen, maar president Lahoud zei eerder dat een nationale regering, waarin de pro-Syrische coalitie een derde deel zou hebben, er zou komen, ’ongeacht de kosten’. Zulke taal wekt weinig vertrouwen bij de mensen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden