Dit is pop, geen wereldmuziek

Kenia’s jongste popgeneratie is trots om Afrikaans te zijn, maar wil af van het folkloristisch aandoende label ’wereldmuziek’ dat anderen op hen plakken. „Het staat een doorbraak naar het Westen in de weg.”

Blinky Bill (27) heeft veel weg van de Amerikaanse superproducent André 3000, bekend van hiphopduo Outkast. Zelfde baardje, zelfde eigenzinnige kledingstijl, zelfde brilletje. En hij heeft dezelfde baan. Bill is namelijk producent van Kenia’s jongste popsensatie Just A Band (JAB).

Vanachter zijn Apple-computer, drummachine en mengpaneel zorgt Bill samen met Jim Chuchu en Dan Muli voor een revolutie in de Oost-Afrikaanse muziek. De heren, die elkaar op de universiteit ontmoetten, nemen hun albums allemaal op in hun simpele appartementje net buiten het chaotische centrum van de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Hun onderkomen/opnamestudio, dat bezaaid ligt met gitaren en waar de bank tevens Bills bed is, hebben ze gedoopt tot Just a house.

Hoewel ze steeds populairder worden in Kenia, stroomt het grote geld nog niet binnen. Bill kan van het produceren voor andere artiesten leven, maar Jim heeft naast JAB fotografie- en ontwerpklussen. Dan maakt animaties voor de Keniaanse televisie.

Hoe omschrijf je de muziek van Just A Band eigenlijk?

„We hebben er zelf ook nog geen term voor gevonden”, zegt Bill droogjes. „Wij hebben wel het gevoel dat we nieuw terrein aan het verkennen zijn.” JAB’s geluid is volgens Bill het best te omschrijven als een eclectische mix van pop, house, hiphop en Afrikaanse geluiden, wat dat ook moge zijn. Bill: „We luisteren ook veel naar Jamiroquai, Les Wanyika (legendarische Keniaanse band, red.), maar ook naar de bluesy pop van Citizen Cope, de instrumentale hiphop van The Roots en ook de experimentele muziek van Björk uit IJsland. We worden geïnspireerd vanuit alle windstreken.”

Momenteel is het nummer ’Usini Bore’ (’Verveel me niet’ in Swahili) van JAB’s tweede album ’82’ – alledrie de bandleden zijn in 1982 geboren – een monsterhit in Kenia.

Het doet in de verte denken aan The Chemical Brothers. „Bij ons eerste album, ’Scratch to reveal’, waren we lang niet zo populair”, vertelt Bill. „Het publiek moest aan ons wennen. We klinken namelijk niet typisch Keniaans.” Of, zoals een Keniaan die in het bezit was van een cd van JAB vol ongeloof vroeg: „Zijn deze jongens zwart? En nog Afrikaans ook?”

„Maar wie bepaalt wat Afrikaanse muziek is?”, vraagt Muthoni Ndonga (26), alias The Drummer Queen, zich af. Singer-songwriter Muthoni wordt met haar mix van rock, soul en hiphop Kenia’s jongste popbelofte genoemd. „Voor mij voelt dat als een vorm van kolonisatie om Afrika te willen definiëren of te classificeren. Alsof Afrikaanse artiesten alleen één bepaald geluid mogen laten horen omdat het anders niet meer Afrikaans is.”

Muthoni wordt de drumkoningin genoemd vanwege haar virtuositeit op grote trommels. „Als je muziek uit Afrika al zou willen typeren, dan is het wel het geluid en de maat van de drum. Die vormt vaak de kern van veel Afrikaanse muziek. Maar die drum vind je ook terug in rockmuziek uit Europa of de Verenigde Staten. Neem een fantastische rockband zoals The BLK JKS (spreek uit: The Black Jacks) uit Zuid-Afrika. Zij stonden in de toptien van veelbelovende bands van het tijdschrift Rolling Stone. Zijn zij niet Afrikaans omdat ze rockmuziek maken? Vertellen zij geen Afrikaanse verhalen?”

Eind vorige maand presenteerde Muthoni haar nieuwe album ’The human condition’ tijdens een maandelijks muziekfestival dat ze zelf organiseert. Naast muzikant en zangeres is de Keniaanse namelijk ook ’sociaal ondernemer’.

Muthoni noemt haar eigen muziek grappend ’afro-edge’. „Omdat ik de randen en grenzen opzoek van mezelf en die van mijn publiek. Ik word geïnspireerd door moderne muziek uit Afrika maar ik hou ook erg van de vernieuwende Londense scene.

Afrikaanse muziek, of het nou eigentijds of traditioneel is, krijgt aan deze kant van de aardbol meestal het label ’wereldmuziek’ opgeplakt. Het belandt in een aparte categorie, ergens achterin de muziekwinkel. Hetzelfde geldt voor muziek uit Azië of Zuid-Amerika.

Jim, bandlid van JAB, ergert zich daar dood aan. Van Afrikaanse muzikanten wordt toch nog altijd een vertrouwd, primitief Afrikaans geluid verwacht, vindt hij. „Maar wij maken vernieuwende popmuziek”, zegt Jim, die als fotograaf, filmer en grafisch ontwerper tevens verantwoordelijk is voor de albumhoezen en videoclips van JAB. „Alleen als muziek uit een ontwikkelingsland komt, wordt het wereldmuziek genoemd. Dat vind ik zo suf.”

Geen gedwongen huwelijk tussen westerse en Keniaanse muziek voor JAB. Jim: „Wij proppen niet ergens een traditioneel instrument tussen om authentiek over te komen. Wij wonen in Kenia, maar door internet en via de satelliet horen wij dezelfde dingen als jongeren in het Westen.”

Op Kenia’s equivalent van muziekzender TMF – Kiss TV – zijn naast Afrikaanse artiesten ook volop Amerikaanse en Europese hits te zien.

Het hokje ’wereldmuziek’ is volgens Muthoni om meerdere redenen vervelend. „Het beperkt Afrikaanse artiesten om hun eigen geluid te vinden. Gelukkig zijn sommigen nu begonnen om muziek te maken waar ze echt zelf in geloven, ongeacht het genre.”

Maar het belangrijkste nadeel van een ’wereldmuziek’-etiket: „Het weerhoudt ons van een doorbraak buiten Afrika, waar nog steeds het idee bestaat dat Afrikaanse muziek heel traditioneel klinkt. Maar wij maken hier ook allerlei ontwikkelingen door, net zoals jullie in Europa. Zo veel verschillen we niet.”

De verhalen die Muthoni vertelt over dromen, verbroken relaties en hoop zijn universeel, zegt ze. „Ze zijn alleen soms in het Swahili gezongen en spelen zich af in een grote stad in Afrika. En natuurlijk maak je daar andere dingen mee dan in een stad in Europa. ’Mikono Kwenye hewa’ gaat over verborgen agenda’s, maar niet alleen in de politiek, ook in relaties en huwelijken. Het nummer ’Silence’ is wel weer een reactie op de Keniaanse overheid, die de politieke ruimte, rechten en vrijheid, die aan het Keniaanse volk toebehoren, schaamteloos inpikt.”

Dat is volgens Blinky Bill van JAB juist het grote verschil tussen muzikant zijn in Afrika of in Europa. „Wij maken hier onrecht mee waar we, of we dat nou willen of niet, iets mee moeten. Dus vaak hoor je maatschappijkritiek in onze teksten. Je hebt als muzikant in Kenia, als voorbeeld voor jongeren, een zekere verantwoordelijkheid. Wij zouden alleen feestmuziek kunnen maken, maar dat zou niet eerlijk zijn tegenover ons publiek of onszelf.”

Kenia werd eind 2007 overspoeld door etnisch geweld na de frauduleuze verkiezingen. Meer dan duizend mensen kwamen om en ruim 300.000 mensen sloegen op de vlucht. De huidige eenheidsregering van Mwai Kibaki en Raila Odinga weigerde een tribunaal op te zetten om de verdachte aanjagers van het geweld, onder wie ministers, te vervolgen. De hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag heeft de rechters inmiddels formeel verzocht een onderzoek toe te staan naar de misdaden.

JAB’s huidige hit ’Usini Bore’ is keiharde kritiek op de ’kliek van oude idioten’, zoals JAB de Keniaanse overheid en de politieke elite noemt. In het cd-boekje staat: „We vervloeken ze omdat ze het ons zo moeilijk maken om trots op onszelf en onze afkomst te zijn en om onze dromen dromen te realiseren. We houden zielsveel van ons land, maar we haten onze leiders.”

Maar hoe gevaarlijk zulke directe kritiek in Kenia kan zijn, merkten de jongens van Sauti Sol. Bien-Aime Baraza, Willis Chimano, Delvin Mudigi en Polycarp Otieno (allen 22) zijn op dit moment de populairste popband van Kenia. Enige tijd geleden spraken zij zich uit over een schietpartij door de Keniaanse politie, waarbij drie onschuldige burgers, inclusief een kind, omkwamen. „We waren te gast bij radiostation Capitol FM”, zegt woordvoerder Baraza. „Toen besloten we een geïmproviseerd nummer te zingen met de titel ’Police are shooting’. Direct daarna werden we telefonisch met de dood bedreigd door de eigenaar van de zender. Die bleek vriendjes te hebben bij de politie en in de regering.”

Maar dat weerhield Sauti Sol er niet van om het nummer ’Blue Uniform’, ook een directe aanval op de gezaghebbers, uit te brengen. Het is een grote hit in Kenia. „Wij zijn toch een spiegel voor onze leeftijdsgenoten. We kunnen niet onze mond houden.”

Sauti Sol valt op door de perfecte samenzang en hun akoestische instrumenten. De jongens, allen met een andere etnische achtergrond, van Kikuyu tot Luya, hebben veel tijd gehad om daarop te oefenen. Ze kennen elkaar van de middelbare school, waar ze in een koor zaten en een a capellagroep vormden.

In 2006 waren ze finalisten van Spotlight on Kenyan Music, een nationale talentenjacht. Hun eerste album ’Mwanzo’ kreeg lovende kritieken en hun liedjes zijn steevast op de Keniaanse radio te horen.

„Afro-coustic of Afro-contemporary noemen wij onze sound”, zegt Baraza. Sauti Sol leent veel van het diepe geluid van Afrikaanse koren als Ladysmith Black Mambazo uit Zuid-Afrika, maar ook Afrikaanse sterren als Salif Keita uit Mali zijn vootrbeelden voor Sauti. „Maar wij geven een iets ruiger en stadser geluid aan onze muziek.”

De hippe studenten – ze dragen Arafat-sjaaltjes, geruite gympjes, felgekleurd T-shirt – zouden net zo goed uit Amsterdam kunnen komen. Sommige van hun nummers, zoals het Engelstalige ’Sunny Days’, hebben een ontspannen, Jason Mraz-achtig geluid. Alleen de paar regels in Swahili verraden dat het hier een Afrikaanse band betreft. In september waren ze in een maand in Amsterdam en traden ze op in Bitterzoet. Sauti Sol heeft geroken aan Europa.

Uiteindelijk dromen ook Muthoni en de mannen van Just A Band van een internationale muziekcarrière. Wat als Bills Apple-computer, waarop hij de muziek van JAB produceert, niet in Nairobi had gestaan, maar in New York of Los Angeles? Bill denkt er vaak over na hoe een groter publiek buiten Kenia en Oost-Afrika op zijn muziek zou reageren. „Ik hou zelf erg van muziek buiten Afrika. Maar Europeanen en Amerikanen weten heel weinig van wat er muzikaal gebeurt in Afrika. Er is zo weinig muzikale uitwisseling tussen onze werelden.”

Muthoni heeft goede hoop. „Godzijdank is er technologie. De grote bazen die de internationale muziekindustrie leiden, hebben gelukkig geen controle over de muziekstroom online, die op mobieltjes en iPods. En we hebben sociale netwerksites als MySpace en Facebook, waarop je zelf je muziek kunt zetten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden