Dit is niet John Travolta, dit is Bill Clinton

WASHINGTON - Terwijl hij nog naschokt van emotie en de tranen van zijn gezicht veegt vraagt gouverneur en presidentskandidaat Jack Stanton het bibliotheekszaaltje met analfabeten in opleiding eventjes te luisteren naar het volgende relaas.

“Het gaat over mijn oom Charlie. Het gebeurde voor ik was geboren, dus ik heb het van mijn Momma. Maar ik weet dat het waar is.” En Jack Stanton vertelt dat oom Charlie als oorlogsheld terug komt uit het Verre Oosten in zijn geboorteplaats, met de Medal of Honor op de borst gespeld. Iedereen juicht hem toe, klopt hem op de schouders en biedt hem prachtige banen aan. En wat gebeurt? Oom Charlie slaat het allemaal af. “Hij lag maar op de bank Luckies te roken en hij was niet van de bank af te krijgen. Want, weet je, hij kon niet lezen. En hij had niet de moed daar wat aan te doen, niet de moed om hulp te vragen. Jullie kunnen dat wel opbrengen. Als men mij vraagt waarom ik zoveel tijd en geld in leren lezen-programma's wil steken dan is het omdat ik dan echte moed tegenkom. En dat maakt mij sterker.”

Na deze I-feel-your-pain-variant valt het publiek in zijn armen en de gloednieuwe campagnemedewerker en voormalige universiteitsdocent Henry Burton is bijna tot tranen toe bewogen. De volgende dag ontmoet Burton oom Charlie en vertelt hem van de bijeenkomst in de bieb. “Heeft ie dat verhaal over me opgehangen?”, reageert de oom en loopt verder. Het hele analfabetisme-relaas is van begin tot eind verzonnen. Bijna tegelijkertijd komt - het is vroeg in de ochtend - de bibliothecaresse de slaapkamer van Stanton uit, terwijl de gouverneur net bezig is een overhemd aan te trekken. De vrouw trekt haar jurk hier en daar wat recht. “Alles goed, liefje?”, vraagt Stanton onverstoord, om er in een adem tegen Burton aan toe te voegen: “Heeft miss Baum geen prachtig project?” En daarna neemt hij de telefoon over, want 'the missus' is aan de lijn.

Als de overvolle bioscoopzaal in Pentagon City, een voorstad van Washington, het allang niet doorhad dan weet men het nu: dit is niet gouverneur Stanton, dit is Bill Clinton, gouverneur van de staat Arkansas en toekomstige president. Maar eigenlijk valt die conclusie al in de eerste vijf minuten. In beeld verschijnt een hand die die van anderen schudt. Terwijl een stem buiten beeld uitleg geeft over de magie van het gebaar komt een tweede hand in beeld die de arm vastpakt. Boven, onder, soms bij de schouder. De hele persoon verschijnt in beeld. Een man van in de veertig, groot en massief, zeker vijftien kilo's te zwaar met licht grijzend haar. En hij praat met een zangerig zuidelijk accent en een hese stem. Het publiek lacht. Dit is niet John Travolta, dit is Bill Clinton.

'Primary Colors', die vrijdagavond in bijna tweeduizend bioscopen in de VS in roulatie ging, is een film, die voor het publiek - en de geldschieters - niet op een beter ogenblik had kunnen komen. Hij is gebaseerd op een boek met dezelfde titel, dat twee jaar geleden verscheen en de verkiezingscampagne beschrijft van de 'fictieve' Jack Stanton, zijn echtgenote Susan en hun medewerkers. Aanvankelijk verschool de auteur zich achter de naam Anonymous, maar later bleek ex-Newsweekredacteur Joe Klein erachter te zitten. Klein versloeg in 1992 de verkiezingscampagne van Clinton. Het was duidelijk; de Stantons waren gemodelleerd naar de Clintons. En wat is er voor het publiek mooier dan een film over de intriges van een campagne en de seksuele affaires van de kandidaat op het moment dat de namen van Paula Jones, Monica Lewinksy en Kathleen Willey dagelijks de voorpagina's halen?

'Primary Colors' is een film die de tekortkomingen, de onbeschaamde indiscreties en het gemanipuleer van Stanton (Clinton) genadeloos vastlegt, maar ook zijn charmes, zijn politieke hartstocht en zijn vermogen met het gewone publiek contact te maken. In de VN vraagt men zich af of 'Primary Colors' een positief beeld schetst van de president of dat de film zijn imago verder zal beschadigen. Regisseur Mike Nichols en John Travolta zijn als bewonderaars van Clinton en hetzelfde geldt voor tal van financiers van Universal Studios, de producent. Er waren geruchten, en niet meer dan, dat Nichols op verzoek van het Witte Huis bepaalde scenes heeft weggelaten - zoals een bedscene van Susan (Hillary) uit de met bijna 2,5 uur toch al flink lange film. En er was alweer het gerucht dat Travolta een dealtje met Clinton had: een sympathiek beeld van de president in ruil voor een pleidooi voor een minder harde aanpak van de Scientology in Duitsland. Travolta is, net als Tom Cruise, een overtuigd aanhanger van Scientology.

Om ongetwijfeld filmische redenen zijn bepaalde aspecten wat aangezet, maar de eerste 60 à 80 minuten lijken een tamelijk waarheidsgetrouw beeld van Stanton/Clinton te geven. Het laatste deel is gebaseerd op fantasie en spreekt minder aan. Stanton, in het nauw gebracht door aanhoudende seksuele schandalen, wordt electoraal bedreigd door een nieuwe kandidaat met een onberispelijk imago, oud-gouverneur Fred Picker van Florida (Larry Hagman, ofwel JR Ewing). De medewerkers van Stanton duiken in 's mans verleden en komen onder meer via een aidspatient - dus het laat zich snel raden - met een 'dodelijk' dossier over de kandidaat thuis. De reactie van de Stantons is onthullend.

Er komen een aantal zeer vermakelijke scenes in voor. Prachtig is de in huilen uitmondende lofzang van Stanton en zijn campagneleider Richard Jemmons (James Carville) op hun Momma's en de manier waarop de medewerkers omzichtig Susan Stanton trachten voor te bereiden op het openbaar worden van (seks)schandalen. De ruwe Jemmons: “Stel, je zit in de bosjes te schijten en plotsklaps staat er een everzwijn voor je...”. Emma Thompson is overtuigend als de soms getergde, soms verbijsterde maar uiteindelijk met een ijzeren wil opererende Susan Stanton - oei, wat zijn die petsen op Jacks gezicht hard.

En Kathy Bates is een briljante Libby Holden (Clintons oud-stafchef uit Arkansas Betsey Wright), die de bimbo's - zoals kapster Cashmere McLeod (Gennifer Flowers) moet uitschakelen en de schandalen de kop indrukken. Deze 'dijk van een pot' zorgt voor een paar prachtige slagzinnen zoals “Mister, bereid je je erop voor een missus te worden” tegen een schandaaljournalist, terwijl ze hem een pistool in zijn kruis duwt. En de opmerking “We hadden je moeten castreren toen het nog zin had”. Tegen haar oude baas Stanton, uiteraard.

De meeste vraagtekens roept Henry Burton op, gebaseerd op George Stephanopoulos, de jonge medewerker die grotendeels verantwoordelijk was voor het beeld naar buiten van Clinton. Hij wordt innerlijk verscheurd door de vraag of hij de handelingen van Stanton moet blijven dekken en staat voor het aspect 'moraal' in de campagne en de film. Stephanopoulos, die inmiddels weer 'vrij man' is heeft na het uitbreken van het Monica Lewinsky-schandaal als commentator van ABC-televisie Clinton scherp aangevallen. Het Witte Huis is ontstemd over dit verraad. Sommige commentatoren hebben geprobeerd in George's ziel te kijken en menen het te hebben gevonden. Stephanopoulos is, ondanks sussende beweringen van Clinton, met de zaak Lewinsky net een keer teveel bedrogen door de president. Net zoals Stanton met zijn sirenezang Henry Burtons geweten tot het uiterste rekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden