Dit is het verhaal van de vrouw die de psychiatrie op z'n kop zette

De ziekenzaal voor vrouwen in het dolhuis Slijkeinde in Den Haag, rond 1910. Beeld Collectie Haags Gemeentearchief

In de psychiatrie worden ervaringsverhalen steeds belangrijker. Johanna Stuten-Te Gempt bracht een van de eersten naar buiten in 1892. Wie was zij en wat bracht zij teweeg? Trouw dook het archief in.

Als de neerslachtige Johanna Stuten op 8 september 1889 een tochtig pand wordt binnengebracht, denkt ze dat ze in handen van bandieten is gevallen. Ze wordt 'door een lange reeks van gangen en onder het rinkelen van sleutels als in een gevangenis, in een grote, holle kamer gebracht en neergezet in een soort inquisitiestoel'.

De stoel is voorzien van een hangslot, ijzeren hengsels en leren riemen. Johanna wordt zo stevig vastgebonden dat ze niet meer kan bewegen. Als de 60-jarige dame van stand de volgende ochtend bezoek krijgt van een arts, beseft ze dat ze in het dolhuis Slijkeinde is beland. Haar man is net overleden en dat heeft haar in een crisis gebracht; waar ze precies aan lijdt, is niet bekend.

Dit is het verhaal van de vrouw die de psychiatrie op z'n kop zette. Johanna Stuten tekende als een van de eerste psychiatrisch patiënten haar verhaal op. 'Mijne ervaringen in het krankzinnigengesticht te 's-Gravenhage', verscheen in 1892 onder haar eigen naam. Dat is bijzonder in een tijd waarin schrijvende vrouwen amper werden geaccepteerd en het taboe op psychische ziekten nog veel groter was dan nu.

Stuten staat aan het begin van de patiëntenbeweging waarin ervaringsverhalen steeds belangrijker zijn geworden, zegt Floris Mulder, wetenschappelijk medewerker van het Dolhuys in Haarlem, het museum over de geschiedenis van de psychiatrie. Vandaag de dag verschijnt er iedere maand wel een boek met een titel als 'Hoe ik mijn depressie overwon'.

Sleutelfiguur

Museum het Dolhuys heeft onlangs besloten Stuten tot een van de 'sleutelfiguren' te maken van de geschiedenis van de Nederlandse psychiatrie, vertelt Mulder. "In de geschiedenis van de patiëntenbeweging is ze onderbelicht gebleven", zegt hij. Er is ook nog weinig over haar bekend. Wie was deze moeder der mondige patiënten?

De naaikamer van dolhuis Slijkeinde. Beeld collectie Haags Gemeentearchief

Uit de kranten van die tijd blijkt dat in de weken na de publicatie van het klaagschrift een voor die tijd flinke mediastorm ontstaat. De Haagse pers duikt erop, journalisten spreken met omwonenden die getuige zijn geweest van mishandelingen. De gemeenteraad belegt een geheime spoedbijeenkomst, en er worden zelfs Kamervragen gesteld.

Er is veel discussie over de betrouwbaarheid van het geschrift. 'Hebben wij hier te doen zoal niet met opzettelijke laster, dan toch met grote overdrijving, misschien met fictie of fantasie van half krankzinnige, onbetrouwbare personen?', wil het liberale Kamerlid Hendrik Goeman Borgesius weten van de verantwoordelijk minister.

Onrust

Maar niet alleen de buitenwereld is in rep en roer, ook in het krankzinnigengesticht wordt het onrustig. Na publicatie komen de hoge pieten bijeen: de regenten (een soort raad van toezicht), de directeur en de geneesheer, om te vergaderen over het 'lasterlijke geschrift'. Ze besluiten de ophef maar te negeren - immers, niemand gelooft een gek, toch?

Maar Stuten is niet zomaar een gek. Ze is nogal mondig en was eerder een lastpak voor het gesticht waar zij met een tussenpoos in totaal tien maanden verbleef, blijkt uit het notulenboek van de inrichting dat in het Haags gemeentearchief is bewaard. Als haar zoon dreigt met een rechtszaak omdat zijn moeder hem vertelde over haar ervaringen in de isoleercel, wordt er een spoedvergadering belegd.

Stuten vindt dat zij is mishandeld, zal ze later schrijven in haar boek. Ze speelt graag piano - daar wordt ze rustig van - maar dat wordt haar opeens ontzegd, net als het lezen. Als ze protesteert, legt haar dokter haar het zwijgen op. "Neen mijnheer", reageert Johanna, "ik zwijg nu niet langer meer op al uw barbaarse bevelen."

Ze wordt pardoes afgevoerd naar de isoleercel, die op dat moment blank staat. 'Om een harde stoel te bereiken moest ik door het water waden waardoor mijn voeten gestoken in pantoffels, in een oogwenk drijfnat waren.' Om haar voeten droog te houden, zet ze die op de pot die zo vreselijk stinkt dat ze ervan braken moet.

Ze schrijft: 'Ik had in dat afgrijselijke hok ruimschoots de tijd om na te denken over het levensraadsel dat de ene mens zich het recht aanmatigt om volkomen straffeloos misbruik te mogen maken van zijn macht over een medemens.' Ze krijgt last van haar reuma door de kou en de tocht en kan amper meer bewegen. Maar een deken krijgt ze niet.

Het exterieur van dolhuis Slijkeinde. Beeld Collectie Haags Gemeentearchief

Ze raakt in gesprek met een Haags meisje dat in de andere isoleercel zit en daar is vastgebonden. De verontwaardiging druipt van de passages in het boek af. Stuten ziet graag een bliksemstraal neerdalen op 'zulk adderengebroedsel dat tot zóiets in staat is' om zo iedereen die voor de malaise verantwoordelijk is 'van de aardbodem te verdelgen'.

Door dit soort vijandige taal aan te slaan (elders noemt ze haar oppassers 'bloeddorstige tijgers'), kiest zij het narratief van slachtoffer versus dader, duidt Mulder, in haar geval: patiënt versus instelling. "De inrichting is een verlengstuk van het concentratiekamp, zeg maar. Dat is niet in alle geschriften uit die tijd het geval: er zijn ook positieve verhalen te vinden die over herstel gaan."

Herstelverhalen

In de hausse aan ervaringsverhalen van vandaag de dag, zijn deze twee perspectieven ook terug te vinden. Waar het ene verhaal vanuit het slachtofferperspectief is geschreven, verhaalt het andere juist van de hobbelige weg naar herstel. Volgens Mulder is er de laatste tijd vooral een opleving van de laatste categorie: de herstelverhalen.

Waarom? "Een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van de psychiatrie is dat de gebruikers zelf inspraak hebben gekregen. Zij spelen inmiddels een grote rol in de hulpverlening, als ervaringsdeskundigen", legt Mulder uit. Ofwel: er is meer ruimte om bínnen instellingen het gesprek te voeren over de kwaliteit van zorg, daarom is de noodzaak van klaagschriften er minder.

Zo vullen patiënten enquêtes in over hun verblijf in ggz-instellingen, soms zelfs al tijdens dat verblijf. Kunnen ze naar een vertrouwenspersoon toe, is er een klachtencommissie, zijn er landelijk georganiseerde patiëntenverenigingen die strijden tegen stigma's. Als er klachten zijn over de zorg, worden er meestal interne onderzoeken gedaan.

Dat laatste gebeurt overigens ook al in 1890: het bestuur van het gesticht in Den Haag zoekt uit wat er precies is gebeurd in de isoleercel waar Stuten zo'n akelige tijd doormaakte. In een vergadering wordt geconstateerd dat er geen sprake is van 'onbehoorlijke bejegening'.

Volgens de verantwoordelijke arts is ze in de cel geplaatst omdat ze te brutaal was. Daarnaast bracht ze haar medepatiënten in een onrustige stemming door leugens te verkondigden. Dat de boel overstroomd was, klopte wel: er was gortig gedweild.

De keuken van dolhuis Slijkeinde. Beeld Collectie Haags Gemeentearchief

De voorzitter van de vergadering, blijkt uit het notulenboek, neemt de kwestie als enige serieus. Hij stelt voor dat vrouwen van stand voortaan niet zomaar in de cel worden gestopt als straf voor hun gedrag, maar alleen als zij een gevaar voor hun omgeving en zichzelf vormen.

De geneesheer protesteert. Het is volgens hem niet wenselijk dat het bestuur zich bemoeit met de behandeling die hij noodzakelijk acht voor een patiënt. Een vergadering later krijgt de voorzitter toch zijn zin: de isoleercel mag geen strafmaatregel meer zijn voor dames van stand.

Zie hier de eerste mijlpaal in het debat over de isoleercel.

Door alle ophef die ontstaat over het boek van Stuten, is de staatsinspectie voor krankzinnigenhuizen gealarmeerd. Zij kondigt een onderzoek aan. Vijf jaar eerder, in 1884, is een nieuwe krankzinnigenwet van kracht geworden, waarin het toezicht op dolhuizen is geregeld en de psychiatrische zorg gemoderniseerd.

Over de uitkomst van het onderzoek wordt in het notulenboek niet gerept, maar in de vergadering die volgt, dient de geneesheer zijn ontslag in. In de volgende vergadering gaan de regenten (bestuurders) de laan uit, evenals de directeur. De burgemeester van Den Haag komt op bezoek en spreekt van een 'onhoudbare toestand'.

Uit het jaarverslag van de krankzinnigeninspectie, dat weer in een ander archief is opgeborgen, blijkt dat de inspectie bij honderd mensen inlichtingen inwint. Het blijkt nog erger dan gedacht. Naar de mishandelingen waar de inspecteurs van horen, wordt gerechtelijk onderzoek ingesteld. Uiteindelijk worden in totaal 165 mensen gehoord.

Het leidt tot vervolging van drie werknemers, maar niet tot veroordelingen. Vooral omdat de verklaringen van de verpleging 'vaag en verward' waren. "Het personeel volgde blijkbaar het wachtwoord 'elkaar niet verraden'", aldus het rapport.

Bezoek koningin Emma

Als koningin Emma een paar jaar later het dolhuis binnenschrijdt over een rode loper, is zij zeer tevreden met hoe het eruit ziet. Op last van de inspectie is het gesticht volkomen gerenoveerd. De verblijven zijn verbeterd, van kunstmatige ventilatie voorzien, de verwarming is gerepareerd en de tochtige isoleercellen zijn vervangen door nieuwe.

Personeelsleden die patiënten hebben mishandeld, zijn ontslagen. In hun plaats zijn gediplomeerde vrouwen aangenomen. De inspectie concludeert dat 'in geen gestichtsorganisatie een zoo groote omwenteling tot stand kwam als in dat te 's Gravenhage'. Het boekje van Stuten vormde daar de aanleiding voor.

Ook wordt Stuten genoemd in het jaarverslag van 1892 van de vereniging voor psychiatrie. Haar verhaal heeft volgens hen een gunstige invloed gehad op alle gestichten in Nederland. Door het geschrift zijn zij bang geworden dat in hun instelling 'een tweede mevrouw Stuten' schuilt. 'Dat maakte hen huiverig en kwam zo de ongelukkige krankzinnigen ten goede', aldus de vereniging.

Je kan Stuten best de moeder van de mondige patiënten noemen, vindt Mulder. Daarom verdient ze een bijzonder plekje in het museum. Dat krijgt ze pas over twee jaar, als het museum heringericht wordt en hoe kan het ook anders, ervaringsverhalen de rode draad van de vaste tentoonstelling gaan vormen.

Want Johanna Stuten-Te Gempt was misschien de eerste, maar lang niet de laatste openhartige patiënt. Dat kostte haar ook iets.

Over de beschimpingen aan haar adres, zei ze tegen het Algemeen Handelsblad: "Ik zal misschien veel moeten dulden en lijden, maar ik moet en zal spreken."

Dit verhaal kwam tot stand met behulp van documenten uit het Haags Gemeentearchief en het Nationaal Archief.

Lees ook:

Als je op je zestigste pas hoort wat je al die tijd mankeerde

Alie Ongena heeft een leven van verkeerde diagnoses achter de rug. 'Het moest 45 jaar duren voor de juiste diagnose met bijbehorende medicatie kwam.'

Ze wilde een 'goede dood', nog voor de Kerst

Euthanasie bij ernstig psychiatrisch lijden kan onder strikte voorwaarden, maar wat doet dat met andere patiënten? Psychiaters maken zich zorgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden