'Dit is gewoon een goed boek'

Semi-autobiografie | interview | Kluun is terug van weggeweest. Na zes jaar ploeteren komt hij met 'DJ', de eerste Nederlandse dance-roman.

Iedereen vindt wel iets van Kluun, maar hij heeft in zijn schrijven beslist iets wat een ander niet heeft. Het vermogen om een snaar te raken, bijvoorbeeld. En om die snaar op een aantrekkelijke manier te bespelen. Dat bewijst het enorme succes van 'Komt een vrouw bij de dokter' (2003). Raymond van de Klundert (1964) wordt er nóg vrijwel dagelijks op aangesproken ( 'Is dat nou echt zo gegaan? Wat ben jij dan erg!'). Maar het is ook zijn antenne voor onderwerpen die verder niet in de literatuur voorkomen, die van een Kluun een geval apart maken. In de semi-autobiografische roman 'DJ' probeert de schrijver Kluun vat te krijgen op de succesvolle en extravagant levende dj Thor, een ouwe jeugdvriend van Kluun. Doordat de auteur - die met de nasleep van een echtscheiding en een schrijfblokkade kampt - het wereldje waarin hij verkeert levendig portretteert, geeft hij de lezer in één moeite door een inkijk in de dance-scene. Als we Kluun bezoeken op zijn Amsterdamse woonboot, is hij vol energie. Het is ongetwijfeld de swing van de schrijver die zijn boek eindelijk heeft mogen loslaten. Al speelt er deze keer ook iets anders mee: zelfvertrouwen. Het gevoel dat hij steeds beter wordt en ook beter wordt gevónden.


Zit daar iets in? Er lijkt nu ook uit de hoek van, laten we zeggen, de literaire elite, erkenning te komen voor uw werk.


"Ja, die teneur herken ik wel. Het is een schoorvoetend erkennen, het is hier en daar nog wat stekelig, maar er lijkt iets te veranderen. Ik hoor nu vaker: 'Het zit toch wel goed in elkaar'. Blijkbaar moet ik er meer voor doen om erkenning te verdienen. Vergelijk het met voetbal. Als Sparta of Willem II in de Kuip of in de Arena speelt en ze krijgen geen strafschop, dan zeggen ze na afloop: Ja, maar Ajax of Feyenoord had hem gekregen. Dat is de voorsprong van de grote naam. Het zij zo. Ik weet wat ik kan en ik ben heel zelfkritisch, maar dit is gewoon een goed boek. Als dan die goede recensie van Jeroen Vullings in Vrij Nederland komt, dan is dat natuurlijk wel lekker. Een vriend van me appte: 'Ze zijn om'."


Is dit dan de eerste Nederlandse danceroman?


"Volgens mij wel. Ik ken zelfs geen internationale roman die hier zo specifiek over gaat. Ik wilde al heel lang iets met die dance-scene doen. Eerst samen met anderen. Een muziektheaterstuk maken over de geschiedenis van de dance. De 'Saturdaynight Fever' van de house, zoiets. Maar dat vlotte niet zo. Ik dacht: Ik moet gewoon gaan schrijven, ik weet er genoeg van. Aan de slag."


Toch zit er zes jaar tussen uw vorige roman 'Haantjes' en deze.


"Ik heb mijn uitgever gek gemaakt. Hij had schoon genoeg van mijn uitstelgedrag. Ik was enorm opgelucht toen hij mij uiteindelijk liet weten dat hij volledig overtuigd was van dit boek. Hoewel er natuurlijk veel elementen in het verhaal zitten die overeenkomsten vertonen met mijn eigen leven, is dit toch mijn minst autobiografische roman. En hij is in belangrijke mate tot stand gekomen in samenwerking met mijn redacteur (Harminke Medendorp, red.). Ik werk met mijn redacteur als een muzikant met zijn producer. Als oud-reclameman pak ik dat anders aan dan andere schrijvers. Een zin die heel mooi of schoon is, die gaat er toch echt uit als die mooie zin de vaart uit het verhaal haalt. Er gaan zelfs hele personages uit. Het gaat mij om het verhaal en om dat beeldend te maken. Ik heb mijn voorbeelden ook niet zozeer in de literatuur. Ik ben meer geïnspireerd door Paul Verhoeven dan door Harry Mulisch."


U lijkt een voorkeur te hebben voor onderwerpen die nauwelijks in de literatuur voorkomen. Wat maakt die dance-scene zo interessant?


"De vriendschap en de saamhorigheid. Die was al vanaf het begin enorm en was een tegenreactie op de punk, die was gebaseerd op boosheid. House en dance waren gebaseerd op vrolijkheid. Je had een no future-tijdperk en toen kwam daar ineens de house met al die smileys en die drugs. Als je voor het eerst in een club als KU of Amnesia op Ibiza of Berghain in Berlijn binnenkwam, was dat overweldigend, intimiderend. Dat had je met geen enkele andere muziek. House is ook de eerste muzieksoort die jongens de dansvloer op kreeg. Ik wilde dat mensen die helemaal niet thuis zijn in dat circuit, zouden begrijpen wat een dj nu eigenlijk doet. Wat dat betreft is dit boek wel een beetje missionaris-achtig. Hoe hij zijn publiek bespeelt. Dat echte, pure ambachtschap, daar zit zoveel liefde in. "


U bent van 1964. Gaat die dancewereld niet steeds verder van u af staan?


"Ja, natuurlijk ben ik daar te oud voor. Zeker voor EDM (electronic dance music, red.), maar ik herken wel wat er goed aan is. En de dance-scene is ook weer niet alleen voor de jeugd. Je ziet juist veel veertigers op festivals. Het is net als carnaval: voor 8 tot 88. En onderschat de dance als muziekstroom niet. 'Animals' van Martin Garrix; het is geen 'Bohemian Rhapsody' van Queen, maar een hele generatie gaat zich zo'n nummer herinneren. Zulke nummers zijn vergelijkbaar met wat destijds 'Rappers Delight' van Sugarhill Gang voor de hiphop was. Het is ook een enorm groot genre. We praten over honderden miljoenen streams per track. Honderden miljoenen! Sommigen zitten tegen het miljard aan. Bijzonder ook dat Nederlandse dj's, clubs en festivals daar een enorme invloed op hebben gehad. Nog steeds komt de helft van de top-10 van meest populaire dj's ter wereld uit Nederland."


Het gaat in het boek ook nog even over het doortweeten van een seksvideo. Lekker actueel.


"Met het filmpje van Patricia Paay werd ik door de werkelijkheid ingehaald. Ineens kreeg half Nederland haar escapade als video op app en social media binnen. We leven in een tijd dat ze dichter bij komen, de bekendheden. En daarmee lijkt niet langer geld, maar roem voor iedereen hetgeen waar het om gaat. Iedereen wil een beetje roem in de vorm van likes, volgers en re-tweets. En iedereen gebruikt elkaar om die beroemdheid te verkrijgen. De Kluun in dit boek doet dat ook, die probeert over de rug van Thor mee te liften op zijn succes. "


Op een gegeven moment laat u een uitgever in het boek zeggen: 'Mannen lezen geen fictie, dat vinden ze zonde van hun tijd'. Doet u daarom iets wat daar min of meer tussenin zit?


"Ik laat mijn personage Brandon niet voor niets tegen Kluun zeggen: 'Hé, dat boek van jou, dat is toch wel echt gebeurd, hè?'. Het gaat dan over 'Komt een vrouw bij de dokter'. Ik merk het ook aan mijn vrienden, die lezen het liefste iets wat waar gebeurd is. Het genre van de non-fictie is ongekend populair, laten we daar blij mee zijn. Als Michel van Egmond er niet was geweest met zijn 'Kieft' en 'Gijp', was een derde van de boekhandel nu verdwenen. Wil je als schrijver je verhaal naar een groot publiek brengen, dan moet je er wel reclame voor maken - en anders niet zeuren dat je boek niet verkoopt. Wat is er nobeler dan reclame maken voor cultuur? Nee, een garantie voor succes is het niet. Reclame maken kan een boek een duwtje geven, het kan het niet tot bestseller maken. Maar of het nu fictie of non-fictie is: een boek dat goed verkoopt is zelden slecht."


Kluun, DJ. Uitgeverij Podium, Amsterdam, 311 bladzijden, euro19,99.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden