Column

Dit is geen land voor sterke man

Premier Mark Rutte geeft de wekelijkse personferentie na de ministerraad.Beeld anp

Stel dat het waar is dat ons boze volk een sterke leider wil, wat voor beleid zou die leider dan moeten voeren? Het volk is niet één, zoals de openingskop van deze krant gisteren suggereerde, maar sterk verdeeld in wat de politieke filosoof Paul Frissen omschreef als 'een woud van minderheden'. Daarom deugde ook de illustratie, een gebalde vuist als symbool van een eendrachtige volkswil, van geen kanten, nog los van de associaties die de massief granieten vorm oproept met autoritaire regimes uit het recente verleden.

Onduidelijk is immers wat de ondervraagden in het onderzoek van de politicoloog Krouwel bedoelen met hun 'ja' op de stelling 'dat Nederland een sterke leider nodig heeft die snel over alles kan beslissen'. Hebben ze een dictator op het oog, een verlicht despoot, een figuur als Colijn, of denken ze aan een Macher als Lubbers, die in de jaren tachtig op basis van een strak regeerakkoord een hard bezuinigingsbeleid voerde onder het motto 'no nonsense'? Beogen ze het parlement naar huis te sturen vanwege het tijdrovende 'democratische geneuzel', zoals deze krant veronderstelde, of dat niet?

En dan nog kun je, door het ontbreken van nadere vragen, niet met de uitslag uit de voeten. Colijn is de geschiedenis ingegaan als een sterke leidersfiguur, maar hij voerde net zo'n omstreden bezuinigingsbeleid als Rutte nu. Willem Drees, destijds met zijn partij de SDAP een felle opponent van Colijns aanpassingspolitiek, zei naderhand dat deze dankzij zijn leidersimago ('s lands stuurman) het nationaal-socialisme in Nederland klein heeft gehouden.

Electorale beloning

Colijn had niet veel op met het parlement, dat klopt, maar hij kon niet regeren zonder het vertrouwen van de volksvertegenwoordiging. Een leidersfiguur of niet, hij versleet tijdens de crisis vier kabinetten. Moet nu de sterke leider die ons volk zou willen, ook straf bezuinigen, zoals Rutte in navolging van Colijn doet om de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen, of juist tegemoet komen aan de gesignaleerde boosheid over die bezuinigingen? Lubbers, niet zozeer het type sterke man als wel een bekwaam en behendig premier, is achteraf geprezen en (net als Colijn) electoraal beloond voor zijn impopulaire herstelbeleid. Moet de sterke leider zich nu wel of niet aan hem spiegelen?

In het midden van de jaren dertig schreef de historicus Huizinga (1872-1945) dat het Nederlandse volk in de loop van zijn bestaan 'voor sterke uitingen van politiek extremisme onvatbaar' is gebleken. De moord op de gebroeders De Witt in het rampjaar 1672 beschouwde hij als 'een uitbarsting van oorlogspaniek'. Hij schreef die immuniteit toe aan onze burgerlijke volksaard, die in zijn ogen leidde tot 'geringe oproerigheid van de volksklassen' en 'effenheid van het nationale leven'. Die aard kan uiteraard, zoals hij ook erkende en bij de groeiende antiparlementaire stemming tijdens de crisis vreesde, veranderen. Zeker in onzekere tijden als thans de onze.

Autoritair leiderschap
De journalist J.L. Heldring (1917-2013) verklaarde de geringe populariteit van het nationaal-socialisme, dat alle macht in één persoon wilde concentreren, mede uit de verzuiling, die mensen sterk aan het eigen politieke huis bond. Maar na de ontzuiling zijn de Nederlanders volgens hem 'stroomloos' geworden en wellicht nu wel vatbaar voor vormen van autoritair leiderschap. De aanhang van de autoritair, door één man geleide PVV geeft daarvoor een aanwijzing. De NSB kwam nooit hoger dan acht procent, de PVV behaalde in 2010 zestien procent.

Een verontrustend percentage, maar de conclusie dat de verleiding van de sterke man spectaculair zou zijn gegroeid, is op basis van Krouwels onderzoek niet te trekken. In 2004 haalde premier Balkenende na een vergelijkbaar onderzoek van RTL ('helft Nederlanders wil een nieuwe Fortuyn') de schouders op. Pijnlijk hervormingsbeleid maakt nu eenmaal niet geliefd, zei hij, ook wijzend op de tanende populariteit van collega-regeringsleiders elders.

Rutte en Samsom onderkenden een jaar geleden bij de start van het kabinet ook drommels goed dat ze zich met hun beleid niet populair zouden maken. Maar getuigde het juist niet van het ware leiderschap dat ze desondanks en in weerwil van hun grote onderlinge verschillen een coalitie vormden?

 
Getuigt het juist niet van het ware leiderschap dat Rutte en Samsom ondanks hun grote verschillen een coalitie vormden?
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden