’Dit is een vulkaan, de lava kan zo gaan stromen’

Het gaat goed op zijn school, zegt directeur Bart Engbers trots. Relatief goed. Want zwarte scholen horen niet op roze wolken. ’Ik ga elke dag op vakantie, maar het kan ook elke minuut misgaan.’

Soms heeft hij de neiging de telefoon aan te nemen met ’advocatenkantoor Engbers’. Het succesverhaal van het Vader Rijn College, een vmbo-school (700 leerlingen, negentig procent allochtoon) in de Utrechtse probleemwijk Overvecht, is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Soms waant hij zich, tussen alle hoofddoekjes, op vakantie. Maar dan gebeurt er weer iets. „Dan gaan ze elkaar weer te lijf Het is hier levensecht.”

Volgende maand gaat hij naar de rechtbank. Bart Engbers (59) is de directeur van ’het handen schudden’. In december stelde het Vader Rijn College een docente op non-actief die ineens weigerde leerlingen en collega’s de hand te schudden. Ondanks een uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling, die de lerares steunde, zette Engbers door en vroeg ontslag aan. „Wij hebben uitsluitend leerlingen uit kansarme wijken. Die hebben al moeite genoeg straks werk te vinden. Dan helpt het niet als ze geleerd hebben dat ze geen hand hoeven te geven. Wij doen dat wél.”

Het rumoer rond de juf was snel verstomd. Er waren wat meisjes die ook geen handen meer wilden schudden, er waren er „die als een non verkleed kwamen”. Maar Engbers kreeg de boel onder controle: „We willen hier geen religieus vlagvertoon. Elk jaar vragen ze om een aparte gebedsruimte tijdens de ramadan. Nee dus. Dit is een openbare school.”

Leven op een vulkaan. Hij dacht dat het van tijdelijke aard was. Maar de toenmalige minister Winsemius bracht hem tijdens een bezoekje vorige maand op andere gedachten. Je moet leren leven op die vulkaan. Als dat lukt, heb je een superschool, luidde zijn boodschap. „Hij had de vinger op de zere plek gelegd. We dansen op een vulkaan. We moeten gewoon wennen aan het idee dat er elke minuut een incident kan plaatsvinden waardoor de lava begint te stromen.”

Ze komen uit de bergen van de Rif of Anatolië, de ouders van zijn leerlingen. „Uit Nederland anno 1950. Een dorp, een kerk. Je gedraagt je, je wordt terechtgewezen of uitgesloten. Een boerengemeenschap.”

„En dan word je in één keer neergekwakt in een Europese stad. In hun flats blijven ze denken als dorpsbewoners. Ze kunnen er niet aan wennen dat ze alles zelf moeten doen, dat ze het zelf moeten bedenken, dat er niets vanzelf gaat. Hun kinderen moeten daarbij helpen.”

Scholen dienen als bruggen tussen culturen, zo wordt steeds vaker geredeneerd. Engbers is blij met de erkenning. „Ik las een tijdje geleden een boekwerk van de Vrom-raad: Stad en Stijging. Ik was bang dat een stel stenenstapelaars hun eigen filosofietje probeerde te verkopen. Maar hier stond het echt: onderwijs, arbeidsmarkt, wonen en vrije tijd: dat zijn de vier pijlers. Met onderwijs bovenaan. Maar we kunnen het niet alleen.” Het werd ook de bron voor het nieuwe wijk-denken voor het integratiebeleid van Balkenende IV.

Dit is de praktijk van alledag op een gitzwarte school in een achterstandswijk. „Van sommige kinderen straalt de ellende af. Ze komen ongewassen, onverzorgd, soms met grote wallen onder de ogen binnen. En dat is slechts de buitenkant. Maar ze komen. Soms zelfs hollend om maar op tijd te komen. Soms nadat ze thuis nog door hun vader zijn geslagen. Deze school doet er voor hen toe.”

Het is het resultaat van hard werken. En van de nieuwe weg die het Vader Rijn College drie jaar geleden insloeg. Geen woordjes stampen, maar manieren leren. Geen Duitse naamvallen of oubollige Nederlandse literatuur, geen ’staatsterreur van het diploma-denken’, maar de jongeren leren waar ze straks in de maatschappij echt iets aan hebben en ze voorbereiden op het mbo, waar ze wél hun diploma’s moeten halen. „Wij hebben de drempel naar het middelbaar beroepsonderwijs verlaagd. Iedereen heeft de mond vol van de enorme uitval, maar bij ons gaat het beter dan ik ooit had durven hopen.”

De school ging op de schop. „Dat was pure overlevingsdrang. De school zat stampvol, de eindexamenresultaten waren best goed, maar we hadden geen toekomst. En we boden onze leerlingen geen toekomst. We hadden een grote afdeling techniek, omdat we vonden dat jongens met hun handen moesten leren werken. Maar er was nauwelijks belangstelling voor. Onze afdeling economie was overvol, maar die opleiding sloot helemaal niet aan op de vraag op de arbeidsmarkt. We zijn met andere richtingen begonnen.”

„We hadden een jongens- én een meisjesschool binnen één hek. De jongens deden techniek, de meisjes economie. Omdat dat op een vmbo nu eenmaal hoorde. Nu leert alles door elkaar heen. Je ziet het terug op het schoolplein. Ze beginnen nu normaal met elkaar om te gaan. We krijgen zelfs onze eerste Marokkaanse stelletjes. De omslag is er. Ook op dat gebied.”

Uit onderzoek bleek dat scholieren van het Vader Rijn College zich flink onderscheiden van leeftijdgenoten. Ze hebben thuis steevast veel problemen, ze voelen zich niet welkom (en gediscrimineerd) in de rest van de stad, maar hun school voelt als een veilige haven.

„Dat laatste is natuurlijk hartstikke mooi. Maar het contrast is te groot. We zijn nu bezig de school over het hek heen te tillen, om de jongeren ook buiten het schoolplein perspectief te bieden.”

Daaraan wordt hard gewerkt. Vader Rijn opent straks een activiteitenwinkel bij station Overvecht, waar de Wizzl-winkels zijn geweken voor terreur. „Wij gaan de winkel met eigen veiligheidsmensen bewaken. Dat worden stagiairs. Als ons geen stageplekken worden aangeboden, dan verzinnen we zelf wel iets.”

Scholieren van de vmbo-school gaan werknemers van een woningbouwvereniging coachen. „Mensen uit een witte wereld weten niet wat er achter de allochtone voordeuren gebeurt. Onze leerlingen kunnen onderhoudsmonteurs daarover uit eigen ervaring bijpraten.” Voor de bedrijfsauto’s en de leasebakken van de directeuren heeft Engbers monteurs in de aanbieding, hun bedrijfsfeestjes kunnen door de school worden gecaterd.

„Ik ga elke dag op vakantie”, zegt hij trots. „Ik ben blij met mijn zwarte school. Dit is een vulkaan, maar ik leer erop te leven. Stel je voor dat je als school een mix bent van Overvecht en de Sterrenwijk, zo’n wijk vol Chantalletjes. Nee, dank U. Dan heb je een schoolplein vol maatschappelijke controverses. Hoofddoekjes tegen blote buiken. Dan krijg je vaders met de honkbalknuppel op bezoek. Dat Marokkaantje heeft aan de navelpiercing van mijn dochter gezeten! Is dat dan beter voor de integratie?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden