'Dit is een boodschap dat we nog meer en beter moeten bidden'

Duizenden inwoners van Jeruzalem, bijna allemaal in het zwart gekleed, stromen door de straten van Har Nof. Zwart, niet omdat ze in rouw zijn - ook al zijn ze dat, in diepe, collectieve rouw - maar omdat ze ultra-orthodox zijn. De avond valt al bijna, en het zwart voelt vandaag nog somberder.

Deze ochtend, even na zonsopgang, werden vier leden van hun gemeenschap op brute wijze vermoord. Vier inwoners van dezelfde straat, ze waren in hun synagoge voor het ochtendgebed.

Of de Palestijnse daders willekeurig te werk gingen of juist deze joodse bevolkingsgroep wilden treffen, dat is niet duidelijk. Maar veel aanwezigen op de begrafenis zien er een boodschap van God in. "Een boodschap dat we meer moeten bidden, beter moeten bidden, of voor sommigen wellicht dat ze daarmee moeten beginnen, de boodschap is voor iedereen persoonlijk", zegt Menachem, een jonge inwoner van Har Nof.

Rebecca, die met haar man en kinderen op de begrafenis was, en alle slachtoffers kent, spreekt over hun 'heiligheid'. "Dat ze werden gedood in hun gebedskleding betekent dat ze in hun mooiste kleding terugkeren tot God."

Dat velen een betekenis vinden in hun geloof, wil niet zeggen dat het leed lichter is vandaag. Daar zit een jonge vrouw te huilen op een stoepje, en verderop staan vier vrouwen in stilte bij elkaar. De afschuw is bijna van hun gezicht te lezen. Een tragedie, zeggen velen.

Barel staat stilletjes op een afstandje te kijken naar de synagoge. Op de vraag 'waarom hier?' heeft hij maar een antwoord: "Omdat ze joden willen aanvallen, joden willen doden, daarom hier. Een andere reden is er niet." Hij praat zacht, aarzelend bijna.

Hij is geboren en opgegroeid in deze buurt, verhuisde toen hij ging trouwen. Nu is hij terug, voor even. "Ik hoorde op het nieuws van de terreuraanslag in mijn oude buurt. Ik wilde hierheen komen, wil het voelen." De namen van de slachtoffers zijn dan nog niet bekend, maar Barel weet zeker dat er mensen bij zijn die hij kent.

Even verderop staan alle camera's in een dikke cirkel om iemand heen. Yaakov, heet hij. Hij was vanmorgen in de synagoge, toen het gebeurde. "We waren aan het bidden, ik hoorde schoten", vertelt hij in alle rust, terwijl het pas een paar uur geleden gebeurde. "De terroristen gingen op een tafel staan, schreeuwden Allahu akbar en begonnen te moorden." Hijzelf lag op de grond, vertelt hij. "Ik zag dat een van hen een wapen had. Hij schoot en koos weer een nieuw slachtoffer. Ik voelde me hopeloos."

De Israëlische media blijven maar doorvragen, en hij blijft maar doorvertellen. "Natuurlijk was ik bang, doodsbang. Ik heb gebeden. Wat kun je anders doen?"

Daarna rende hij naar huis, belde hij de politie, het Allahu akbhar nog in zijn hoofd. Dat zal er nooit mee uitgaan, zegt hij.

Heel Israël spreekt erover vandaag, en gruwt ervan. Een aanslag in een gebedshuis, met zulke wapens. Is de derde intifada aangebroken, of is die op komst?, zo vraagt men zichzelf af en aan elkaar. Moeten synagoges beveiligd gaan worden, of ga je dan overstag voor terreur, ook al zo'n vraag.

"We spraken er net over", vertelt Ina, die met haar dochter van de begrafenis komt gelopen, "wat het betekent dat we in de synagoge worden aangevallen". Haar dochter: "Ze zijn vermoord omdat ze aan het bidden waren." Maar haar moeder is het daar niet mee eens. Gruwelijk, ja, daar stemt ze mee in. Maar een religieuze oorlog is het niet, zegt zij. Of misschien nog niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden