déja vu

Dit is duurzaam beleggen op zijn achttiende-eeuws (toen mensenhandel echt niet meer kon)

Het titelblad van Considerations on keeping Negroes, door John Woolman

“Erst kommt das Fressen, und dann kommt die Moral”, luidt een van de beroemdste zinnen uit ‘Die Dreigroschenoper’ van Kurt Weill en Bertolt Brecht. Als de maag allang is gevuld, drukt de honger naar geld ethische overwegingen echter nog steeds gemakkelijk naar de achtergrond. 

Toch gingen in de achttiende eeuw – ver voor de sinds deze week door de Nederlandse staat uitgegeven groene obligaties – al stemmen op om met het verstand en gevoel voor de ander te investeren.

Binnen het Genootschap der Vrienden, beter bekend als de quakers, werd vanaf de oprichting midden zeventiende eeuw al geageerd tegen de slavernij. Midden achttiende eeuw werd dit sentiment sterker en sterker. Mensenhandel druiste in de ogen van veel quakers in tegen de wil van God. 

Tijdens een jaarvergadering van de beweging in Philadelphia in 1758 werd een voorstel aangenomen waarin quakers werd gevraagd zich voortaan te onthouden van elke betrokkenheid bij slavenhandel. Vier jaar daarvoor had quakerleider John Woolman al een boek geschreven over de verschrikkingen van de slavernij, ‘Some considerations on the keeping of Negroes’. In 1772 volgde een zo mogelijk nog confronterender antislavernijpamflet ‘Some historical account of Guinea’ van de hand van de van oorsprong Franse quaker Anthony Benezet.

Afschaffing

De Amerikaanse revolutie speelde de quackers aan beide zijden van de Atlantische Oceaan uit elkaar. In Groot-Brittanië bleven ze vooroplopen in de strijd die uiteindelijk resulteerde in afschaffing van de slavenhandel in 1803 en van de slavernij in 1838. In de Verenigde Staten stuitte een mogelijk einde op meer verzet, zelfs in de kringen van de quakers zelf, waar voorstanders van afschaffing geregeld in conflict kwamen met tegenstanders.

Ook in andere christelijke kringen werd nagedacht over bewust beleggen. De Britse theoloog/predikant John Wesley was halverwege de tachtig toen hij in 1787 zijn gedachten over verantwoord financieel beheer verwoordde in zijn preek ‘The use of money’. Op zijn best was geld een gave Gods, vond de man die aan de basis stond van de methodistenbeweging. Het was een middel om hongerigen te voeden, dorstigen te laven en naakten te kleden. Maar geld kon evengoed het verkeerde in de mens opwekken en kon eindeloos winstbejag van de vele anderen schaden.

Wesley gaf zijn volgelingen op dit gebied drie opdrachten mee: verdien wat je kunt, spaar wat je kunt en geef wat je kunt. Het eerste motto zou in principe het slechtste in de mens kunnen losmaken, maar de voorganger onderstreepte vooral de samenhang tussen de drie motto’s. Hij trok het ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’ door naar de wereld van het geld. De drang om te verdienen mocht anderen niet schaden. Wie ergens geld instak moest oog houden voor de gemeenschap en verspilling van zowel geld als natuurlijke hulpbronnen was uit den boze.

Milieu en natuurbehoud

Met die laatste opmerking liep Wesley ver voor de troepen uit. In de eeuwen die volgden zou het bij pleidooien voor verantwoord investeren over veel gaan, behalve over milieukwesties. Christenen liepen te hoop tegen het verdienen aan zaken als alcohol, tabakswaren en gokken. Tussen en tijdens oorlogen moesten wapenfabrieken maar ook andere industrie (denk bijvoorbeeld aan de leveranciers van gifgassen) het ontgelden. In het geval van mensonterende arbeidsomstandigheden ontraadden vakbonden het financieel steunen van de verantwoordelijke bedrijven.

De gedachte dat milieu en natuurbehoud ook een cruciale rol dienden te spelen in het denken over duurzaam investeren begon pas echt te leven in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Vervuiling werd steeds zichtbaarder. Bovendien waarschuwde het rapport ‘De grenzen aan de groei’ van de Club van Rome voor het opgebruiken van de aarde.

Déja vu

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden