'Dit is de film die ik niet wilde maken'

Als blanke moeder van gekleurde kinderen ziet filmmaakster Karin Junger dat racisme 'm vaak zit in alledaagse dingen. Door de ogen van haar dochter en twee zonen onderzoekt ze in 'Ik alleen in de klas' hoe het is om als 'zwarte', 'gekleurde', 'ander' te leven in een 'witte' wereld. "Dit is de film die ik niet wilde maken."


Idealistisch en vol optimistime begon ze ooit aan het ouderschap, samen met haar Surinaamse man: kleur, dat doet er niet toe. Ruim twintig jaar later vindt Junger (1957, Brussel) dat ze, als witte opgegroeid in wit West-Europa, naïef is geweest. 'Ik ben ingehaald door de werkelijkheid.'


Het idee (of noem het de urgentie) voor de film begon in huiselijke kring. Junger liet haar kinderen opgroeien in de Amsterdamse Bijlmer. "Voor mensen met een kleur een prettige omgeving, omdat ze in de meerderheid zijn." Het ongemak ontstond toen haar kinderen naar het hoger beroepsonderwijs en de universiteit doorstroomden: ineens waren ze een minderheid. "Dat verschil voelden ze heel sterk, veel sterker dan ik had gedacht."


Jungers dochter kwam thuis met verhalen dat ze in de klas meestal alleen zat, en er niet bij werd gevraagd wanneer er werkgroepjes moesten worden gevormd. "Eerst dacht ik: ligt dat nou aan haar? Ik ben met mijn zoons gaan praten, en hun vrienden. Ik heb ze allemaal thuis uitgenodigd voor een groepsgesprek.


Gedeelde pijn


"Toen kwamen de verhalen. Mijn kinderen hebben voornamelijk gekleurde vrienden: Antillianen, Ghanezen, Marokkanen, Surinamers. Wat ze bleken te delen, en dat klinkt misschien pathetisch, was pijn. Een emotie die diep zit en die veel witte Nederlanders onbekend is. Kijk, de Zwarte Piet-discussie wordt gevoerd met argumenten over en weer. Dat er discriminatie is op de arbeidsmarkt, en de werkloosheid hoger is onder ook goed opgeleide jongeren met een buitenlandse achtergrond: dat zie je wel terug in statistieken. Maar wat deze dingen nou echt dóen met mensen met een andere afkomst, dat hoor je zelden. En juist dat is belangrijk."


Waarom is dat zo belangrijk?


"In gesprekken met witte collega's en vrienden merke ik dat ze vaak niet beseffen hoezeer uitsluiting invloed heeft op je leven, hoezeer dat knaagt aan je eigenwaarde. Veel mensen in de blanke middenklasse denken dat zij de norm zijn: hoe wij zijn, is het goed. De rest is afwijkend en moet zich maar aanpassen. Die houding hebben veel mensen, vaak onbewust. Ik denk dat witte Nederlanders na het zien van de film er niet meer omheen kunnen, niet meer kunnen zeggen: het bestaat niet."


Met haar kinderen, hun vrienden en haar filmcrew vertrok Junger voor tien dagen naar een Frans landgoed. Weg van de alledaagsheid organiseert ze groepsgesprekken waarin de jongeren, ogen gesloten, de anderen vertellen over pijnlijke incidenten in hun leven. Een Marokkaans-Nederlandse jongen memoreert hoe hij, ondanks een betaald en geprint toegangsbewijs, met zijn vrienden een club niet binnenkomt. Een meisje met Marokkaanse ouders vertelt hoe een hoge Citoscore haar leraar er niet van weerhoudt een vmbo-advies te geven.


Vervolgens speelt de groep de scènes na, soms met hoog oplopende emoties als gevolg. De jongeren gebruiken daarbij pruiken, witte schmink en witte maskers - een tikje ongemakkelijk voor een blanke kijker is die 'omkering' van blackface wel.


"Zo was het niet bedoeld", zegt Junger. "Dat verkleden maakt het visueel wat duidelijker, ook voor de kijker, wanneer donkere mensen witten spelen. En eerlijk gezegd kon ik het me ineens beter voorstellen, hoe het is voor mijn dochter om een zaal vol witte gezichten binnen te stappen: ze komen over als een massa, in plaats van individuen."


Een cruciale, ontregelende factor in het samenzijn is Jungers oudste zoon die af en toe zoiets roept als: 'Ja zeg, sommige dingen moet je gewoon van je laten afglijden!' Junger: "Zijn houding is al heel lang: als mensen bot tegen me zijn, fuck them, ik ga mijn eigen gang. Ik vond het mooi om te zien dat hij in die tien dagen meer compassie ontwikkelde, dat hij geraakt werd door de verhalen van anderen. Andersom zie ik dat anderen zich door hem hebben laten inspireren zich niet alles maar aan te trekken. Ze zeggen dat ze zich door het filmexperiment sterker voelen. Daar heeft hij aan bijgedragen."


Sommige scènes zijn pijnlijk en confronterend, andere zijn eerder eigenaardig. Zo vertelt een gekleurde jongen dat hij met een grote tas spullen door Oegstgeest loopt en zich ongemakkelijk en bekeken voelt. Wanneer hij langs een basisschool komt roepen spelende kinderen: 'Meneer, heeft u cadeautjes bij zich? Zijn conclusie: ze zien me aan voor Zwarte Piet. Is dat niet vergezocht?


Junger: "Het drama van racisme is dat het wordt geïnternaliseerd. Ja, het zit vooral in zijn hoofd. Sterker, hij maakt een selfie om nog eens te bevestigen dat hij niet op Piet lijkt. Mijn oudste zoon zegt steeds: 'Je moet goed weten wie je bent, definieer dat voor jezelf. Dit kan ik, dit wil ik en dit ga ik doen, wat voor rare dingen mensen soms ook tegen me zeggen'."


Maar toch, vindt Junger, je kunt niet alle verantwoordelijkheid bij de uitgeslotene of gediscrimineerde leggen. Ja, je mag immigrantenouders erop aanspreken wanneer ze hun kinderen met wantrouwen jegens witte Nederlanders in een sociale spagaat brengen. En ja, het is een primitief biologisch principe dat mensen soortgenoten opzoeken en iedereen buiten de eigen clan in eerste instantie buitensluiten.


Waarborgen


"Maar in een samenleving moet je waarborgen inbouwen om zulke impulsen te ondervangen. Je kunt in opvoeding, onderwijs, de werksfeer uitsluiting proberen te minimaliseren en kwetsbare mensen beschermen. Je mag verwachten dat docenten ingrijpen wanneer er in de klas racistische dingen worden geroepen. En je moet beleid voeren tegen geïnstitutionaliseerde uitsluiting, zoals scholen die sommige leerlingen gewoon geen Citotoets laten doen.


"Segregatie is voor iedereen slecht, de maatschappelijke harmonie en cohesie worden ondermijnd. Ook voor de veiligheid van een samenleving moet je dat tegengaan. Ik ben misschien naïef geweest, maar in het ideaal dat verschillende mensen met elkaar samenleven geloof ik nog steeds."


ik alleen in de klas Toen haar, gekleurde, dochter vertelde dat ze werd buitengesloten in haar hbo-klas, ging filmmaakster Karin Junger op onderzoek uit. Dat resulteerde in een film die 'uitsluiting' feilloos blootlegt.


'Ik alleen in de klas' gaat tijdens het festival in wereldpremière op zaterdag 25 maart, in aanwezigheid van Karin Junger en de 'kids' uit de film. Zangeres Sabrina Starke en rapper Winne, beiden in de film te zien, treden na afloop op. Junger is ook bij de vertoning op vrijdag 31 maart en neemt dan samen met de jongeren deel aan de talkshow Black/White.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden