Dit is de familie De Jonge

In deze tijd van het jaar vinden weer veel familiereünies plaats: in een land met soms wat afstandelijke familierelaties vaak een laatste strohalm om het contact in stand te houden. De Drentse familie De Jonge hield alweer haar zeventiende jaarlijkse familiereünie.

Knusse taferelen rond de oude watermolen in Apeldoorn. Er wordt touwtje gesprongen, twee meiden spelen badminton en een rij kinderen stuitert gillend op een langwerpig skippykussen. Hun oudtante pr0beert haar evenwicht te bewaren en foto's met haar iPad te maken. De zestienjarige Jente leunt tegen de deurpost. Zelf was ze jarenlang een van de twee kinderen tijdens dit soort feestjes. "Toen vond ik deze reünies verschrikkelijk saai. Nu zijn er weer heel veel kleine kinderen van de volgende generatie. Ik vind ze heel leuk, maar ik zou niet al hun namen weten."

Sommige families zijn zo groot dat het onmogelijk is om met iedereen contact te onderhouden. Neem de familie De Jonge, nazaten van Henk de Jonge en Rien de Vries uit het Drentse Smilde. Tien broers en zusters zijn het, in leeftijd variërend van 54 tot 72 jaar. Een elfde kind, Henk, overleed in 1978 bij een auto-ongeluk. Negentien kinderen kregen zij in totaal, die op hun beurt opgeteld ook weer negentien kinderen kregen - een mooie illustratie van het dalend geboortecijfer in Nederland. De jongste telg is een jaar en acht maanden. Naar elkaars verjaardagen gaan ze allang niet meer, maar ze zijn wel op elkaar gesteld. Dus zien ze elkaar jaarlijks met z'n zeventigen op een wisselende feestlocatie in het land.

Daar staan de drie oudsten bij elkaar - Tineke, Wietse en Anneke. Tineke slaat haar armen om de anderen heen en verkondigt lachend: "Wij hebben de rest opgevoed." Zus Harriët (negende in rij) komt erbij staan. "Nou, zij moesten mij voeden, en vaak aten ze de helft zelf op." Plagend: "Daarom ben ik jarenlang zo ondervoed geweest." De anderen grijnzen.

Vanaf hun zwart-wit portret op tafel kijken de overleden Rien en Henk met ernstige blik toe. In Smilde was vader Henk niet alleen boer, maar ook een man met allerlei maatschappelijke en kerkelijke bestuursfuncties. Het calvinistisch-protestantse gezin werd streng bestierd. De oudsten moesten vanzelfsprekend meewerken op de boerderij of het huishouden, wat soms ten koste ging van hun ontplooiing. De tweede lichting - de jongste vijf - kreeg meer kansen om op eigen benen te staan. Dat Tineke, de oudste, niet heeft kunnen studeren en de jongsten wel, daar heeft ze het wel eens moeilijk mee gehad. "Mijn jongste zusjes waren de meiden van de maatschappelijke revolutie."

Verjaardagen van opa's en oma's zijn vaak ijkpunten voor het familieleven. Maar als die er niet meer zijn, kan de boel zomaar uit elkaar vallen. Voor je het weet zie je neven, nichten, tantes en ooms alleen nog maar bij begravenissen - de familiereünie bij uitstek. Bungalowparken als Landal Greenparks en Roompot richten zich de laatste jaren daarom nadrukkelijk op familiegroepen die een weekendje samen weg willen. De vraag is groot en blijft stijgen, blijkt uit navraag.

De opkomst van de familiereünie compenseert het verdwijnen van oude structuren, zegt Theo van Tilburg, hoogleraar sociale gerontologie aan de Vrije Universiteit. Vroeger waren bruiloften talrijker en werden hoogtijdagen nog standaard met de familie gevierd. Ook bleven familieleden relatief vaak in dezelfde plaats wonen - wie heeft er dan een reünie nodig? Daarnaast gaan we in het individualistische Nederland steeds losser om met familiebanden. "In vergelijking met zuidelijke landen draait het bij ons veel meer om de kwaliteit van de relatie dan om de verplichtingen. Nederlanders uiten hun familieliefde minder, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: de familieweekendjes en -feestjes laten zien dat er wel degelijk een behoefte is."

Niet alles is koek en ei; uit recent onderzoek van het Netherlands Kinship Panel Study blijkt dat 22 procent van de broers en zussen en 8 procent van de ouders en kinderen ruzie heeft. Toch verlopen de meeste familiereünies doorgaans een stuk gemoedelijker dan in de tragikomische Deense film 'Festen' (1997), die symbool staat voor datgene waarvoor zo'n bijeenkomst nadrukkelijk níet bedoeld is, namelijk dat iedereen elkaar eens flink de waarheid zegt of vreselijke familiegeheimen onthult.

Sterker, zegt Van Tilburg, het aardige van de meeste familiereünies is nu juist hun inclusiviteit. "Ook familieleden die weinig contact hebben met anderen, zullen proberen te komen. Het familiegevoel wordt hier sterker beleefd dan bijvoorbeeld tijdens verjaardagen."

Lunchtijd. Het is rommelig druk in de eetruimte. Hier kleurt een kleuter in haar kleurboek met haar moeder naast zich, daar omhelzen twee familieleden elkaar. "Hé, ongelooflijk, wat zijn jouw meiden lang geworden, en mooi!", roept iemand tegen zijn net binnengekomen neef.

Die 'iedereen-gaat-zijn-gang'-mentaliteit is typerend voor haar familie, zegt Else (54), de jongste van de elf. Ook onderling lopen de broers, zussen, neven en nichten niet de deur bij elkaar plat. Maar als er iets is, kunnen ze op elkaar rekenen. "Ik heb vooral veel contact met de twee zussen boven mij. Met hen heb ik de slaapkamer gedeeld; we kriebelden elkaar voor het slapen gaan op de rug. Maar ik heb ook een goede band met mijn oudere zus Ineke die me, als ik vroeger bij haar logeerde in Amsterdam, introduceerde in wereldse dingen zoals pizza's eten, naar de bioscoop gaan en treintabellen lezen. Zo heeft iedereen zijn lijntjes binnen de familie."

Ineke: "Een familie moet geen keurslijf zijn. Als middenmoter heb ik altijd een beetje contact met de drie jongsten proberen te onderhouden. We zijn niet samen opgegroeid, maar ik houd ze nog steeds een beetje in de gaten." Toen Ineke na vier jaar huishoudelijk werk op de boerderij als twintigjarige naar Amsterdam vertrok, haalde ze de schade in. "Toen heb ik de bloemetjes buiten gezet." Ze stortte zich vol overgave op de liefde, haar studie en op het culturele leven. "Ik ging naar de musical Hair en danste mee tijdens de slotscène, ik vierde de vrijheid."

Het losmaken was een noodzakelijk proces voor kinderen die opgroeiden in een groot, streng gelovig gezin. Vooral het gebrek aan persoonlijke aandacht heeft zijn sporen nagelaten. "Mochten mensen overwegen om elf kinderen te nemen, ik raad het ze af", zegt Else. "Ik ben een tamelijk gelukkig mens, maar ik heb relatief veel last gehad van een soort elementaire zelftwijfel. Houden ze nog wel van me? Opgroeien in zo'n roedel heeft beslist leuke kanten, maar als kind word je snel over het hoofd gezien."

Over gevoelens werd thuis niet gepraat. Zo ook niet over de twee overleden baby's in het gezin, vaders verblijf als twintiger in de Asser gevangenis tijdens de oorlog vanwege zijn verzetswerk, en het dodelijke verkeersongeluk van de 21-jarige Henk. Anneke, de derde: "Ik was toen allang de deur uit. Henkie heb ik niet zien opgroeien. Hij was rustig en op de achtergrond. Mijn jongste had een sterke band met haar opa. Ze vroeg hem eens of hij wel eens aan Henk dacht. Toen zei hij: "Ach mien kind, elke dag."'

Van anderen hoorden ze later meer over de bevrijding van hun vader uit de Asser gevangenis, vlak voordat hij gefusilleerd zou worden. Wietse, de oudste broer: "Toen hij in de gevangenis zat, was moeder zwanger van mij. Hij sprak zelden over de oorlog."

Vader was een stille, wat strenge man. Moeder een lieve vrouw met weinig zelfvertrouwen, iemand die er niet onverdeeld gelukkig mee was om steeds opnieuw zwanger te worden. Het waren goeie mensen, is het unanieme oordeel van hun kinderen.

De gekkigheden van hun opvoeding worden tijdens dit soort feestjes met verve gememoreerd. Zo had moeder Rien de Jonge de vreemde gewoonte om op de achterkant van schilderijen dingen te schrijven die ze belangrijk vond om te onthouden. Ze schreef bijvoorbeeld op welke families in de buurt welk geloof aanhingen. "De familie zus en zo is hervormd, en de familie Snel gelooft het wel." De laatste zin werd een gevleugelde uitdrukking.

Staand aan een tafeltje halen Koos, Marianne, Margreeth en Harriët herinneringen op. Over het afdragen van elkaars kleren, hoe moeder de zusjes nariep als ze met de bus naar het grote Groningen gingen: 'Heb je je borstrok wel aan?' en: 'Vergeet niet: zonder de Heer kun je nog geen pink bewegen.'

De kleinkinderen hebben veel luchtiger herinneringen: aan hutten bouwen op de familieboerderij, rondrijden op het erf en 'dat alles mocht.' Er werd veel gelogeerd bij Wietse (die nog steeds 'op de ouderlijke stee' woont) en Koos en hun beide gezinnen in Smilde.

Verwantschap wordt niet alleen gevoed door gedeelde herinneringen, maar ook door herkenning. In 'Mama Tandoori' beschrijft Ernest van der Kwast dat gevoel treffend als hij voor het eerst zijn tante ziet: 'Het is alsof het gezicht van mijn moeder in haar gelaat verborgen ligt.' Zo voelt ook Else een band met iedereen. "Het is leuk om mensen te kennen die door dezelfde ouders zijn opgevoed." Inmiddels ziet ze ook de voordelen van opgroeien in een groot gezin. "Als ik nu al die kleine meiskes met vlechtjes in hun haren zie rondhollen, denk ik: wat leuk dat die allemaal bij ons horen."

Reageren

Ziet u uw familie alleen nog op begrafenissen? Of organiseert u ook zo'n jaarlijkse reünie? Stuur ons uw verhaal, maximaal 120 woorden, naam en woonplaats vermelden. tijdpost@trouw.nl

Vandaag zijn ze weer even herenigd

Fenna (7, kleindochter van Jaap): "Ik vind dit feestje wel leuk. Maar nu ben ik de paarden paardebloembladeren aan het voeren. Sommige bloemen kun je eten. Je kunt madeliefjes drinken. Ik heb er weleens een milkshake van gemaakt."

Tineke (72): "Als oudste heb ik amper persoonlijke aandacht gehad. Ik wilde dolgraag doorleren, maar toen het meisje voor dag en nacht wegging, nam ik haar taken over. In een gemengd boerenbedrijf is het werk nooit klaar. Ik heb ontzettend zwaar werk gedaan. De hele dag was ik in het stookhok om de was te doen in de kookketels. Ik was heel gestructureerd en netjes, deed mijn plicht. Toen mijn jongste zus geboren werd, was ik achttien. Haar deed ik dagelijks in bad, ik gaf de fles en ik ging met haar naar het consultatiebureau. Ik besloot om nooit met een boer te trouwen. Uiteindelijk ging ik toch het huis uit, naar de verpleegstersopleiding van de VU in Amsterdam. Ik voelde me zo bevrijd!"

Mirjam (43, jongste van Anneke): "Deze feestjes zijn leuk, ik heb altijd wel een paar diepe gesprekken. Bij opa en oma was het vroeger een enorm warm nest. Alles kon. Op verjaardagen was iedereen er. Er stond altijd een emmer met twaalf paraplu's voor de kerk en daarvan bouwden we met paardendekens tenten. Of we maakten heksensoep. Dat vond oma allemaal goed. Ik nam vaak vrienden mee vanuit Zaandam. Ik logeerde ook vaak bij oom Koos en tante Tineke. Met de neven en nichten in Smilde hadden we het meeste contact. Ik was erg gek op opa. Op school wilde ik een werkstuk maken over zijn verzetstijd. Toen zei hij: 'Dat moen we moar niet doen'."

Else (54): "Toen ik een jaar of vijftien was, zag ik mijn moeder een keer aan de rand van haar bed oefeningen doen tegen de reuma in haar schouder. Ze had een pyjama aan en was op blote voeten. Ik besefte ineens dat mijn moeder niet alleen mijn moeder was, maar dat ze ook een persoon was met een eigen verhaal. Dat ze ooit een meisje was geweest met haar eigen dromen over het leven. Als ik mijn ouders zou beoordelen vanuit een behoeftig kinderperspectief, dan kregen ze niet zo'n hoog cijfer van me. Nu ik volwassen ben, zie ik ze met een zachtere blik."

Jaap (65): "Ik was nummer zes. Het was mooi opgroeien op de boerderij, maar in de puberteit was de afwezigheid van een vader wel een gemis. Hij was actief voor de ARP, zat in het schoolbestuur, was ouderling. Omdat mijn twee oudste broers al agrariërs waren, mocht ik naar de universiteit. Ik heb altijd het gevoel gehad een beetje buiten het gezin te staan. Contact met mijn vader had ik nauwelijks; ik moest het allemaal zelf uitzoeken. Ik heb veel respect voor mijn ouders, maar ik heb me er wel eens verdrietig over gevoeld. Pas later wees mijn jongste zoon me erop dat ook ik te weinig gericht was op de behoeften van mijn kinderen. Toen heb ik mijn leven omgegooid."

Else (7, kleindochter van Wietse): "De kinderen die ik hier ken, zijn Imke, Myrte, Eva, Lotte en Doris. Bij dit feest leer ik mijn familie heel goed kennen. Als ik een weekje of een maandje later of zo naar ze toe ga, dan ken ik hun namen al. Van de volwassenen vind ik Else het leukst, omdat ik haar naam goed kan onthouden. We komen vaak logeren bij opa en oma, op de oude boerderij, vaak met de andere nichtjes. Of ik ook boerin wil worden? Nee, ik vind allebei leuk: stad én land."

Robert (36, tweede van Jaap): "Soms heb ik vooraf geen zin om te gaan, maar als ik er ben is het fijn om iedereen weer te zien. Er is een duidelijke band. Vooral met Esther, die net zo oud is. Als kind hebben we veel gelogeerd in Smilde. Mijn opa vond ik een gesloten man. Hij was een verzetsheld, een grote stoere man tegen wie ik op keek. Ik heb nooit veel met hem gepraat, hij zat daar gewoon. Met oma heb ik wel wafels gebakken. Ik heb veel herinneringen aan de boerderij, waar we hutten bouwden. Altijd als ik het grindpad op rijd, ben ik blij. Dan voel ik de rijke familiegeschiedenis."

Roos (32, dochter van Ineke): "In deze familie is iedereen sociaal heel begaan, maar ook nuchter. Opa had een grote snor en sprak met een Drents accent, waardoor ik hem nooit verstond. Ik ken hem vooral uit verhalen. Van de familie zie ik de meesten alleen op deze feestjes. Met Else, de vijftien jaar jongere zus van mijn moeder, heb ik veel contact; zij is een soort tweede moeder. Zonder deze reünies zou het contact vervliegen. Als puber had ik er een tijdje minder zin in. Op die leeftijd vergelijk je jezelf met anderen. Ik zag ernaar uit om voor het eerst een vriend te kunnen meenemen. Die onzekerheid is verdwenen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden