Dit het te lank geduur en daaroor het ons diepe berou

Gisteren heeft dr. F.W. de Klerk, vice-president van Zuid-Afrika, aan de Vrije Universiteit te Amsterdam de jaarlijkse Kuyper-voordracht gehouden. Zijn rede had als thema 'De rol van politiek leiderschap. Vertrouwen en geloof in de verandering van Zuid-Afrika'. De Klerk noemt het een voorrecht een sleutelrol te mogen spelen in het geboorteproces van het nieuwe Zuid-Afrika, waarin ondanks alle spanningen en problemen de grondslag is gelegd voor een rechtvaardige samenleving. Vertaling Jet Kunkeler

Dit is vir my 'n eer om die Kuyper-voordrag te lewer. In Suid-Afrika het die perspektiewe van Abraham Kuyper vir baie lank 'n rol gespeel in die Afrikaanse reformatoriese kerke. Net soos die Nederlanders, het ons egter nie by Kuyper vasgeval nie. Lewe en wetenskap en staatkunde is 'n groeiproses. Die tradisie (ook van Kuyper) en die progressie (ook in Christelike denke oor die samelewing), is albei nodig en noodsaaklik.

Mij is verzocht u te vertellen over de gedaanteverandering die Zuid-Afrika heeft ondergaan en over de krachten en overtuigingen die tot deze historische veranderingen hebben geleid.

Dat er sprake was en nog steeds is van een gedaanteverandering, zal iedereen beamen. Er hebben zich sinds de vroege jaren tachtig, en vooral sinds 1990, veelomvattende en fundamentele veranderingen voorgedaan. Er is werkelijk een nieuw Zuid-Afrika ontstaan. Om goed te kunnen begrijpen wat er gaande is, moeten de gebeurtenissen worden bezien in historisch, feitelijk en toekomstig perspectief.

Eers 'n persoonlike opmerking.

Ek was bevoorreg om 'n sleutelrol te speel in die konseptualisering van die geboorte-proses en die werklike geboorte van die nuwe Suid-Afrika. Natuurlik het alles nie vlot en konstruktief verloop nie - nie in die aanloop tot die geboorte nie en ook nie in die sowat agtien maande daarna nie. Spanning, konflik en negatiewe dinamika was en is steeds teenwoordig.

Mense vra my dikwels of ek dieselfde inisiatiewe sou geneem het, as ek kon voorsien wat werklik sedertdien gebeur het. My antwoord is 'n onomwonde 'Ja'. Die geboorte van die nuwe Suid-Afrika het die grondslag gelê vir 'n nuwe bedeling van geregtigheid en vooruitgang vir almal in Suid-Afrika. Die alternatief was onreg en vernietiging.

In die Oorgangsproses - wat 'n goeie tien jaar mag duur - gaan spanning en konflik, opgang en neergang, seisoene van konfrontasie en kompromis 'n natuurlike ritme wees. Dit verbaas my dikwels dat daar so gou paniek kom - in Suid-Afrika en in die wêreldpers - as spanninge, wat redelikerwys te wagte is, ontwikkel.

Als u werklik wil verstaan wat besig is om te gebeur, dan vra dit 'n kliniese benadering:

Kyk objektief en nie met 'n klomp emosie nie.

Kyk holisties na die geheelprentjie en nie net na losstaande aspekte daarvan nie.

Kyk prosesmatig na die rigting en die groot dryfkragte van die proeses, in plaas van na insidente.

Só gesien is die nuwe Suid-Afrika stewig op koers.

Een aantal leidende figuren heeft cruciale bijdragen geleverd aan het veranderingsproces. Zonder hun moed en hun volwassen leiderschap, en zonder hun bereidheid tot het sluiten van compromissen, zou het wonder van Zuid-Afrika's vreedzame overgang naar een nieuw bestuur niet mogelijk zijn geweest. Ik ben niet van plan de motieven of de godsdienstige opvattingen van andere leiders te becommentariëren. Wat mijzelf betreft: ik werd gedreven door het diepe besef dat de toekomst niet op onrecht zou mogen worden gebaseerd. Ik ben ervan overtuigd dat de doelstelling 'rechtvaardigheid voor iedereen in Zuid-Afrika' Gods wil is, en dat Hij er Zijn zegen aan zal geven.

Apartheid, segregatie, gescheiden ontwikkeling - kies maar hoe u het wilt noemen - heeft in Zuid-Afrika een lange geschiedenis. Het kwam niet zo maar uit de lucht vallen en werd in 1948 niet plotseling bedacht.

In sommige opzichten was de apartheid een voortzetting van het aloude koloniale model, met name uit de Britse koloniale periode. Het is onjuist en getuigt van vooroordeel apartheid te karakteriseren als een Afrikaner-calvinistische uitvinding. Apartheid en scheiding op grond van ras zijn gerworteld in het kolonialisme.

Het Afrikaner nationalisme heeft inderdaad het model van de koloniale apartheid omgezet in een systeem - een systeem dat, in weerwil van zekere idealistische motieven, heeft gefaald en heeft geleid tot grote onrechtvaardigheid.

De verschillende architecten en aanhangers van het apartheidssysteem hadden verschillende motieven. Zo was er het idealistische idee dat de stichting van aparte staten voor etnische groepen, met elkaar verbonden binnen een confederatie, een instrument tot bevrijding zou zijn. En ook was er, ontegenzeggelijk, sprake van een sterk element van racisme en eigenbelang.

Toch moet men dieper graven om de geschiedenis van de apartheid werkelijk te doorgronden. Wat de blanken van Zuid-Afrika onderscheidde van kolonisten in andere gebieden van het continent was dat zij - en vooral de Afrikaners - gedurende de ruim driehonderd jaar van hun verblijf in zuidelijk Afrika het sterke besef een natie te zijn hadden ontwikkeld.

De geschiedenis van de Afrikaners is bovenal het verhaal van hun strijd om nationale zelfbeschikking, eerst tegen de Verenigde Oost-Indische Compagnie, daarna tegen het Britse regime in de Kaap, vervolgens twee keer tegen het machtige Britse imperium; en daarna het verhaal van hun vastberaden pogingen hun nationale identiteit zeker te stellen.

Dit alles was niet eenvoudigweg een kwestie van chauvinisme of racisme. Afrikaners beschouwden volledige zelfbeschikking als de enige garantie voor een blijvende bescherming van hun individuele en collectieve rechten. Ze waren bang, ze waren bezorgd dat ze zouden worden getroffen door het lot dat menig kolonist in de meeste andere onafhankelijk geworden Afrikaanse staten had ondergaan. Ze waren ervan overtuigd dat de belangrijkste zwarte politieke groeperingen werden gebruikt ten behoeve van Sovjet-expansie in ons gebied. Ze waren vastbesloten hun recht op zelfbeschikking, hun bestaansrecht, te beschermen.

'n Groot Afrikaanse digter, N.P. Van Wyk Louw, het dit soos volg uitgedruk in 'n werk getiteld 'Die Dieper Reg'.

Ek kom om vir 'n volk te pleit wat klein naas al die volke staan, dat hulle naam nie sal verklink en tot die stiltes gans vergaan; maar dat hul sterk voor God durf kom - rein is die mens wat suiwer streef en deur hul reg 'n nageslag in verre eeue nog kan leef.

Alle pogingen de grondwet aan te passen, alle mislukte experimenten, alle pogingen tot maatschappelijke constructies die menigmaal rampzalig bleken te zijn; al die treurige bruutheid, samenhangend met de vicieuze spiraal van verzet en onderdrukking, kunnen, in de uiteindelijke analyse, hierop worden teruggevoerd.

En terwyl dit alles in Suid-Afrika afgespeel het, het daar in die wêreld daarbuite 'n nuwe gees posgevat.

Kuyper het in 'n rede, op 20 oktober 1899 oor die Evolusie die volgende gesê:

“Met het opkomen van een nieuw geloof pleegde dusver zekere verheffing, zekere veredeling van ons menschelijk leven hand in hand te gaan. Zoo was het toen het Christendom opkwam, zoo was het ook in de dagen der Reformatie. Ditmaal daarentegen wordt het 'nieuwe geloof' op die hielen gevolgd door de schim der Decadentie.”

Net so het daar, na die tweede wêreldoorlog, 'n 'nuwe geloof' posgevat. In Suid-Afrika het dit nie ongemerk verbygegaan nie. Daar is ernstig daarmee geworstel. Reeds in 1945 het wyle prof. L.J. du Plessis van die Potchefstroomse Universiteit vir Christelike Hoër Onderwijs die volgende geskrywe:

“God self stel ons voor 'n teëstelling en 'n keuse, nl. tussen die oue en die nuwe. En hierin moet die Calvinisme sy aktualiteit bewaar deur die nuwe te kies, omdat die tyd van die oue verby is, of liewer God se tyd vir die oue. Dit is sy hervormingstaak. Want sy onversoenbare teëstelling is nie met die nuwe nie, maar met die sondige daarin.”

Dit sou egter 40 jaar duur, van die laat veertiger jare tot die middel tagtiges, vooordat ons in Suid-Afrika tot finale versoening kon kom met hierdie nuwe tydsgees - voordat ons die sprong sou maak, weg van rasgebaseerde oplossings en skeiding en oor na samewerking, samehorigheid en nasiebou in 'n nuwe Suid-Afrika. Dit het te lank geduur en daaroor het ons diepe berou.

Ten diepste is die ommekeer van 1990 voorafgegaan deur diep selfondersoek, ook op ons knieë voor die Almagtige God; deur erkenning van onreg wat gepleeg is.

Het werd van essentieel belang, op grond van godsdienstige opvattingen en andere principes, een nieuwe staatsvorm te creëren.

In 1986 waagde de Nationale Partij de sprong in het diepe. Op een federaal congres werd besloten de gescheiden ontwikkeling voorgoed vaarwel te zeggen. We omhelsden een nieuwe visie: één, verenigd, democratisch Zuid-Afrika waarin alle burgers op basis van non-discriminatie volledige democratische rechten zouden verwerven; één Zuidafrikaanse natie, verenigd door gemeenschappelijke doelstellingen en symbolen, maar met volstrekte bescherming van taal en culturele identiteit van onze verschillende bevolkingsgroepen.

Behalve diepere godsdienstige en ethische motieven droegen ook verscheidene andere factoren en invloeden bij tot deze zeer dramatische sprong.

In de eerste plaats betreft dat de veranderingen en de druk, veroorzaakt door economische en sociale ontwikkelingen. Tussen 1917 en 1970 deden zich nauwelijks veranderingen voor in de verdeling van het nationaal inkomen. Tussen 1917 en 1970 daalde het persoonlijk inkomen van de zwarte bevolking van 20,3 procent tot 19,8 procent, terwijl het aandeel van de blanke bevolking in 1970 71,1 procent bedroeg. Tussen 1970 en dit jaar echter is het zwarte aandeel gestegen tot meer dan 37 procent en is het blanke aandeel gedaald tot nog geen 49 procent. Ondanks het feit dat er nog steeds een sterk verschil in persoonlijke inkomens bestaat, geven deze droge statistieken aan, dat zwarte Zuidafrikanen zich een dominante positie in vele sectoren van de consumentenmarkt hebben verworven.

In weerwil ook van de ernstige beperkingen van ons onderwijssysteem waren er in 1993 120. 823 zwarte studenten - vergeleken met 116.631 blanke - aan onze universiteiten. Er waren 41.342 zwarte technische studenten en 41.343 aankomende leraren. Ondanks de problemen voor het zwarte onderwijs en ondanks de lage toelatingscijfers waren zwarte Zuidafrikanen bij de inschrijving voor universitair onderwijs gedurende een aantal jaren in de meerderheid.

Miljoenen zwarte Zuidafrikanen zijn naar de steden verhuisd en hebben hun levensstandaard en ontwikkeling verbeterd, precies zoals vele Afrikaners een generatie of twee eerder hebben gedaan. Sinds ruim tien jaar zijn ze in de industrie, de handel, de witte-boordenberoepen, gestegen op de ladder. Dit alles heeft tot ingrijpende veranderingen in onze samenleving geleid.

Dat is niets nieuws. Over de hele wereld bestaat geschiedenis grotendeels uit het verhaal hoe veranderende economische verhoudingen de oorzaak waren van veranderde maatschappelijke verhoudingen. Uiteindelijk hebben dergelijke nieuwe verhoudingen een onhoudbare druk uitgeoefend op verouderde structuren en hebben ze geleid tot het ontstaan van democratische samenlevingen.

In de tweede plaats hebben ANC en andere zwarte bewegingen, kerken, maatschappelijke organisaties en de internationale gemeenschap een rol gespeeld. Hun toenemende en niets ontziende druk hebben zeker in sterke mate het veranderingsproces beïnvloed.

Ten derde was daar, in 1989, de ineenstorting van het communisme. Dit had tot gevolg dat er een einde kwam aan de mythe die het ANC en andere organisaties het image van instrumenten in de handen van een expansionistische wereldmacht had bezorgd. Daarmee ontstond de kans de ramen open te zetten.

Ik beschouw het als een voorrecht president van Zuid-Afrika te zijn geworden op het moment dat al deze vernieuwende stromingen samenvloeiden. Alles stond gereed voor het gieten van de matrijs voor een nieuw Zuid-Afrika. De doorbraak van 2 februari 1990 bracht ons land onherroepelijk op een nieuwe koers.

Wat houdt die nieuwe koers in?

Het nieuwe Zuid-Afrika, dat voortkwam uit de politieke onderhandelingen tussen 1990 en de verkiezingen van april 1994, is gebaseerd op hechte en algemeen aanvaardbare normen en waarden. In de concept-grondwet zijn principes verankerd, die niet alleen zullen gelden tijdens de overgangsperiode maar ook de onvoorwaardelijke basis voor verdere grondwettelijke ontwikkeling vormen.

Algemeen is men het erover eens dat onze concept-grondwet en de constitutionele principes die deze bevat - en waaraan de definitieve grondwet zal moeten voldoen - een uitstekend uitgangspunt bieden voor de opbouw van een democratische samenleving. Het zal een uitdaging zijn ervoor te zorgen dat het niet bij louter mooie woorden op papier blijft maar dat er een waardenstelsel ontstaat dat recht voor allen waarborgt.

We hebben een goede start gemaakt met het scheppen van zo'n samenleving - een samenleving waarin bijvoorbeeld de principes van de vrije markt worden nageleefd, een samenleving waarin wordt onderhandeld en naar compromissen gezocht, een samenleving van verdraagzaamheid en verzoening. Bij ons ontbreekt, in aanmerkelijke mate, wat ik 'geïnstitutionaliseerde haat' zou willen noemen.

We menen dat de energie waarmee we verzoening nastreven ons helpt de problemen en confrontaties die zich onvermijdelijk voordoen, te lijf te gaan. De wil een natie op te bouwen is er. Mensen uit onze rijke variatie aan culturen zoeken naar nieuwe eenheid en samenhang in gezamenlijke karakteristieken en symbolen.

Ik zou nog een poosje kunnen doorgaan met al die positieve factoren op te sommen. We hebben werkelijk een goed begin gemaakt. Maar er zijn ook problemen. In het Afrikaans kennen we de uitdrukking: 'die Kaap is Hollands', wat betekent dat alles in orde, prachtig en volmaakt is. In de nieuwe staat is niet alles helemaal 'Hollands'. Ik zal een aantal van deze problemen, samengebracht onder de titel 'onzekerheden' noemen.

Werkloosheid is misschien ons grootste probleem. Het totale cijfer van ongeveer 40 procent is onaanvaardbaar hoog, zelfs als men in aanmerking neemt dat onder deze 40 procent ook de naar schatting twee miljoen mensen zijn die in de niet geregistreerde sector werken en de miljoenen die zijn betrokken bij de niet geregistreerde landbouw. De regering van nationale eenheid pakt dit vraagstuk aan met een beleid dat een snelle en stabiele economische groei nastreeft, en tevens met behulp van het programma van wederopbouw en ontwikkeling (RDP). De regering van nationale eenheid is echter tot dusverre niet in staat gebleken te voldoen aan de verwachtingen die dit RDP heeft gewekt. We zijn er nog niet in geslaagd de toegezegde plannen in substantiële mate te realiseren. De structuren en middelen die daartoe noodzakelijk zijn, zijn er nu echter en we verwachten dat we spoedig in staat zullen zijn een en ander te concretiseren.

We maken ons grote zorgen over de onaanvaardbaar hoge misdaadcijfers in Zuid-Afrika die helaas internationaal berucht zijn geworden. De regering van nationale eenheid heeft een veelomvattend nationaal plan ter voorkoming van criminaliteit op stapel gezet, dat vruchten begint af te werpen. Het al echter niet gemakkelijk zijn dit probleem uit de weg te ruimen. Dat zal mede afhangen van de vraag of het ons lukt sociaal-economische achterstanden aan te pakken, de verhouding tussen bevolking en politie te verbeteren en of we politie en justitie de instrumenten kunnen aanreiken waarmee ze paal en perk kunnen stellen aan de misdaad.

We maken ons zeer ongerust over de niet aflatende meningsverschillen tussen IFP en ANC en over het voortdurende geweld in KwaZulu Natal. De wortels van het huidige conflict reiken, grillig en kronkelig tot diep in de grond. Een poging tot ingrijpen, van welk van beide zijden ook, zal de spanningen alleen maar verscherpen. Een oplossing kan slechts worden gevonden als de leiders van de betrokken partijen samen om de tafel gaan zitten en serieus gaan zoeken naar reële compromissen - waarop ik bij herhaling heb aangedrongen.

We maken ons zorgen over een merkbare neiging de hand te lichten met een aantal grondwettelijke rechten, vooral die op het gebied van cultuur, onderwijs en taal, evenals die welke de autonomie van provinciale en lokale overheden garanderen. Dit schijnt hand in hand te gaan met centralistische tendenzen, die slecht passen in een zo complex land als Zuid-Afrika.

Ook de wijze waarop het program van positieve actie wordt uitgevoerd is aanleiding tot bezorgdheid. We zijn het eens over de noodzaak van een beleid dat in al onze instellingen een betere weerspiegeling van de totale bevolking realiseert. We hebben voortvarende programma's nodig om zwarte Zuidafrikanen te scholen en hen in staat te stellen zo snel mogelijk in onze samenleving posities in te nemen die vroeger niet voor hen openstonden.

We willen evenwel niet terug naar een stelsel dat onderscheid tussen mensen maakt op grond van ras en dat mensen niet beoordeelt op hun verdiensten, kwalificaties en talenten maar op de kleur van hun huid. We kunnen ons de huidige uittocht van velen van de beste, meest competende en ervaren mensen uit onze overheidsinstellingen niet veroorloven.

We maken ons zorgen over het mogelijke effect van onze vroegere scheiding en onze conflicten op onze toekomstige eenheid en verzoening. De recente arrestatie van ex-minister Magnus Malan en verscheidene senior-officieren aan de vooravond van de instelling van een waarheidscommissie veroorzaakt een enorme deining. De wijze waarop de voorgestelde waarheids- en verzoeningscommissie haar mandaat uitvoert zal van cruciaal belang zijn. Als haar werk wordt gezien als een eenzijdige heksenjacht zal het de vooruitgang die we hebben geboekt met de opbouw van de natie en met de verzoening ondermijnen. We zien in dat het nodig is ons verleden te verwerken, en dat geldt voor alle partijen in het conflict. Maar we kunnen geen dubbele standaarden accepteren - de gedachte dat sommige mensen die misdaden hebben begaan wezenlijk nobeler zouden zijn dan anderen. Evenmin kunnen we akkoord gaan met pogingen de hand te lichten met het door de grondwet gegarandeerde categorische recht op amnestie.

Alles afwegend winnen de positieve factoren het echter van deze negatieve aspecten. Onze overgang naar de democratie is met verbazingwekkende goede wil en succes uitgevoerd. We hebben democratische verkiezingen voor landelijke, provinciale en plaatselijke bestuursorganen gehouden. Alles is goed verlopen. Een democratische cultuur begint wortel te schieten. Het gevoel samen een natie te vormen begint te groeien, zoals vooral bleek aan de vooravond van onze verkiezingen vorig jaar, bij de inauguratie en bij ons succes om de Rugby Wereldbeker. Na ruim tien jaar stagnatie begint onze economie weer te groeien. Na veertig jaar in de woestijn te hebben doorgebracht, is Zuid-Afrika weer een gerespecteerd lid van de internationale gemeenschap.

Teen hierdie feitelike agtergrond van 'n goeie begin op grond van 'n gesonde waardesisteem, maar ook van knelpunte en onsekerhede, wil ek sluit met 'n toekomsperspektief.

Waar gaan dit alles eindig? Gaan dit, wat al dikwels beskryf is as 'n wonderwerk, uitloop op 'n stabiele en voorspoedige staat - 'n wenland wat 'n sleutelrol speel op die kontinent van Afrika? Of gaan hernieude konflik en spanning, ideologiese dwaling en onverstandige beleidsrigtings, die vlam van hoop en verwagting uitdoof?

Ek is oortuig dat Suid-Afrika oor die vermoë beskik om die valstrik te vermy; om die onsekerhede, waarna ek verwys het, te oorbrug; om ons volle potensiaal te verwesenlik.

In die proses sal ons ten minste die volgende moet doen:

Ons sal die goeie grondwet wat ons onderhandel het, en die nuwe grondwet wat ons binnekort sal aanvaar, suiwer en wetsgetrou moet handhaaf. Ons sal 'n ware kultuur van fundamentele regte moet vestig en nougeset moet toepas. Daar mag nooit weer diskriminasie op grond van ras of kleur in Suid-Afrika wees nie.

Discipline, orde en respect voor de wet moeten hoekstenen van de samenleving zijn.

We moeten zorgen voor een hoge en blijvende economische groei en daarmee een betere kwaliteit van het bestaan voor alle Zuidafrikanen zekerstellen.

We moeten een zorgzame samenleving ontwikkelen, we moeten armoede en ontbering de oorlog verklaren.

We moeten corruptie met wortel en tak uitroeien en streven naar een bestuur dat op alle niveaus integer en eerlijk is. We zullen alleen slagen als we, als natie, hoge morele en ethische standaarden toepassen.

Verzoening en opbouw van de natie moet een blijvend thema zijn. Onze grote verscheidenheid gaat constant gepaard met het grote risico op conflicten. Zuidafrikaans leiderschap kan zich niet permitteren op dat punt minder alert te zijn.

Hieraan sou 'n mens nog veel kon toevoeg. Tyd laat my egter nie toe nie. Die kern is egter dat Suid-Afrika se sukses of mislukking bepaal sal word deur die waardesisteem waarop ons die nuwe Suid-Afrika verder uitbou en opbou.

Die uitdaging waarvoor ons in Suid-Afrika - en u in Europa - staan is om die 'skim van dekadensie', waarvan Kuyper gepraat het, voortdurend raak te sien en teen te gaan; om voortdurend die 'sondige' in die 'nuwe', waarvan Du Plessis gepraat het, met alle mag te bestry; om voortdurend vernuwend te dink en geregtigheid en liefde die meetsnoere te maak waaraan ons onsself voortdurend toets.

Ek glo dat die mense van Suid-Afrika die wil het om dit te vermag. En ek vra van u in Nederland om, net so nougeset as in die verlede, die strewe na hierdie hoë ideale te ondersteun.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden