Dit dieptepunt voor het Nederlandse voetbal is het gevolg van blinde zelfmisleiding

Arjen Robben baalt na de 1-1 van Wit-Rusland.Beeld ANP

Na het EK 2016 mist Oranje ook het WK 2018. Tijd, veel te laat eigenlijk al, voor introspectie. Te vrezen valt dat de achterstand op het buitenland niet of nauwelijks in te halen is.

Had de coach het anders kunnen en moeten doen, de zoveelste in de rij aan wie de schuld kan worden gegeven? De 70-jarige Advocaat is weleens kordater, alerter en scherper opgetreden dan in de afgelopen weken, ja. Maar op zoiets (weer en oeverloos) inzoomen zou een volgende vorm van grove zelfmisleiding zijn, nadat de inderdaad te losse Hiddink en de te argeloze Blind als falende bondscoaches al zijn verketterd.

Op dit dieptepunt zonder weerga voor het Nederlandse voetbal – in de evenzeer donkere jaren tachtig waren nog grote talenten zichtbaar, daarvan is nu geen enkele sprake – rest het zo eigenwijze voetballand, veel te laat eigenlijk al, slechts één ding: introspectie, kijken naar de kern, onder de oppervlakte. Wat Hiddink, Blind en Advocaat met al hun feilen en verkeerde inschattingen deden, was feitelijk meelaveren op de diepgewortelde zelfmisleiding.

Wat zeiden ze steeds, ieder op zijn eigen manier, blind voor wat Van Gaal vóór hen op het WK 2014 had gedaan: het camoufleren van de al talrijke gebreken, zoveel als mogelijk dan? Ze zeiden dat Nederland het toch op zijn manier moest (blijven) doen, dat de spelers het best toch maar konden spelen in het systeem dat ze, dat ‘we’ gewend zijn. O ja? Zijn ze dat gewend? Het gros van de internationals speelt in het buitenland, waar als er nog 4-3-3 wordt gespeeld, niemand dat doet in onze achterhaalde vorm: statisch, zonder explosieve positiewisselingen.

Vervagende generatie

Kijk eens nader naar die spelers. Ze spelen, op oudgediende Robben na, allen een bescheiden rol in het internationale clubvoetbal. We schrijven dat gauw aan geld toe: het grote geld heeft ons overvleugeld. Dan ben je er maar van af. Introspectie zou eindelijk kunnen leren dat het met geld niet zoveel te maken heeft, en veel met opleiding, met stilstand van een in zichzelf gekeerd voetballand.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Karim Rekik van het Nederlands elftal na afloop van de WK kwalificatiewedstrijd tegen Wit-Rusland.Beeld ANP

De laatste spelers die Nederland – in het midden van het vorige decennium – voor de top van het internationale clubvoetbal afleverde, waren die van de nu vervagende generatie: Robben, Sneijder, Van Persie, Van der Vaart. Het voetbal was nog minder veeleisend. Grof gezegd: opleiden op onze manier kon nog, de manier waarvoor we jarenlang zo waren geprezen, lof waarop we ons in slaap lieten sussen. Om in de buurt te blijven: in Duitsland waren ze bezig om hun voetbal ingrijpend te hervormen, in België sleutelden ze aan de jeugdopleiding – overal werden voetballers met inhoud gekweekt.

Een vingerwijzing had al kunnen zijn dat die van ons het, weer op Robben na, iets strenger beschouwd zo lang in de werkelijke top niet volhielden. Maar hoe lang is in Nederland, blind voor de ontwikkelingen, niet gezegd dat we weer talenten als Sneijder en Van der Vaart nodig hadden, ouderwetse spelverdelers die nu juist in het tegenwoordige voetbal van de longen niets meer te zoeken hebben? We hadden het al kunnen zien, maar we wilden het niet, toen de IJslanders ons in de kwalificatiereeks voor het EK 2016 voorbijliepen – de IJslanders die, tussen haakjes, in één ruk door ook naar het WK gaan.

Oud-trainer Foppe de Haan en zijn leerling Gertjan Verbeek, propagandisten van hard dan wel meer trainen, onderschreven onlangs in deze krant volmondig de theorie dat de manier waarop de topvoetballers van tegenwoordig individueel zo goed zijn geworden, niets met geld te maken heeft. De Haan zag Franse jongens van 18 jaar ‘spijkerhard’ trainen. Dat moet, zei hij, juist in de leeftijd van 17 tot 21 jaar – en dat doen wij niet. Hard of meer trainen kost, grof gesteld, geen geld.

Lees ook de column van Henk Hoijtink: Ik ben overtuigd: onze voetballers moeten harder trainen

Groeiende achterstand

We leveren reserves af voor het buitenland, of hooguit dienende spelers. Met stringentere trainingsmethodes om ons heen worden de spelers voor de eerste rangen aangeleverd. We denken talenten te hebben, Ajacieden als Van de Beek en De Jong. Niets ten nadele van die jongens, ze zijn er slechts als voorbeelden uitgepikt, maar die lopen er in het buitenland ook – en beter. Daar komt bij dat ze zich dit seizoen zonder Europees voetbal alleen in Nederland niet of nauwelijks kunnen ontwikkelen, en er kan weinig hoop zijn dat Nederlandse clubs en spelers die broodnodige ervaring in Europa straks weer in ruimere mate kunnen opdoen.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Bas Dos tijdens de WK kwalificatiewedstrijd Wit-Rusland tegen Nederland in de Borisov Arena. Beeld ANP

Zo zal de achterstand op korte termijn nog groeien, de toch al grote en naar te vrezen valt niet of nauwelijks in te halen achterstand. Introspectie kan toch bijna niets anders opleveren dan dat we naar anderen moeten kijken, zoals de erom weggepeste technisch directeur van de KNVB Van Breukelen al zei. Maar het buitenland zal niet stilzitten, het zal niet wachten, het zal zich doorontwikkelen. 

Wij hebben nog altijd geen technisch directeur die de richting zou moeten aangeven en dan moet over die richting eerst nog consensus worden bereikt, in een land dat zo onbevattelijk hardnekkig de ogen sloot – een land waarin je nóg kunt horen dat het een kwestie van golfbewegingen is, en dat een golf ons ook wel weer eens mee omhoog zal nemen.

Golfbewegingen, dat was vroeger, in die charmante tijd. Nu is de stroming zo sterk, in een volle en kolkende zee, kom dan nog maar eens terug.

De middelmaat werd in Borisov onderstreept

Na de 8-0 zege van Zweden op Luxemburg, eerder op de avond, stond Oranje zaterdag tegen Wit-Rusland al voor een onmogelijke opdracht. In Borisov werd daarna bovenal de middelmaat van de ploeg onderstreept, een vlakke ploeg zonder uitschieters. Ook aanvoerder Robben kon dat niet meer zijn, hij deelde onvermijdelijk in de malaise.

Oranje ging rusten met een minimale voorsprong, door een treffer van Pröpper (0-1). Vroeg in de tweede helft kwamen de Wit-Russen niet eens verrassend langszij. Verdediger Volodko scoorde (1-1). Door een strafschop van Robben en een vrije trap van invaller Depay in de slotfase won Oranje nog met 1-3.

Oranje moet dinsdag met 7-0 van Zweden winnen. Bondscoach Advocaat stelde krampachtig dat het hoe dan ook nog niet over is. Robben, die dan waarschijnlijk zijn laatste interland speelt, zei realistisch: "Dat is gewoon niet te doen."

Lees ook: Ik ben overtuigd: onze voetballers moeten harder trainen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden