'Dit continent heeft investeerders nodig'

Vruchtbaar en goedkoop Afrikaans land is gewild. Wereldwijd jagen zakenlui op dit 'groene goud' voor de productie van voedsel en biobrandstoffen. Fout, zeggen mensenrechtenclubs en milieukundigen. Maar Afrikaanse leiders zijn er blij mee. Wie heeft er gelijk? Trouw zocht naar antwoorden in Oost-, West-, en zuidelijk Afrika. Deel 6: jatropha uit Mozambique en Tanzania.

'Dus u komt kijken hoe grote boze, buitenlanders zoals ik de arme Mozambikanen hun land aftroggelen?" De dreigende blik van de boomlange en forse Shawne Botha verandert al snel in een brede glimlach. De Zuid-Afrikaan maakt een grapje. Maar in alle ernst: hij maakt zich soms boos over het imago dat buitenlandse investeerders in Afrika hebben. Hij is zich ervan bewust dat agrarische bedrijven die grote lappen land kopen of leasen in een kwaad daglicht staan.

Een slechte pers heeft ook het Britse Sun Biofuel, waarbij hij in dienst is als financieel directeur van de Mozambikaanse tak. Sun Biofuel verbouwt in Mozambique sinds 2009 jatropha, een oneetbare plant waarvan de olie verwerkt wordt tot biodiesel. Het bedrijf is ook actief in Tanzania (zie verhaal hiernaast) en Ethiopië.

Jatropha komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika, maar sinds een jaar of tien wordt het gewas ook overal in Afrika geplant, van Mali tot Mozambique. De verbouw van jatropha in ontwikkelingslanden is controversieel. Het giftige gewas zou de veel noodzakelijker productie van voedsel verdringen. Organisaties als Oxfam en Milieudefensie beschuldigen westerse bedrijven en overheden ervan experimenten met biobrandstof voor de westerse markt belangrijker te vinden dan voedselzekerheid in arme landen. Daarbij zouden boeren van hun land gejaagd worden voor de megaplantages.

Botha kent de alarmerende berichten in The Guardian, op de BBC en in andere media over landroof door zijn bedrijf en andere investeerders. "Sun Biofuel zou in Afrika 80.000 hectare hebben ingepikt! Totale onzin. We hebben plantages van maximaal 10.000 hectare, gewoon via legale contracten." De financieel directeur maakt een ontspannen indruk; achterover leunend in zijn bureaustoel, in een korte broek en met een sigaret in zijn hand, uitkijkend over het zwembad in zijn achtertuin.

Botha woont op het - enige - landgoed dat Sun Biofuel in Mozambique beheert, drieduizend hectare groot, gelegen net buiten Chimoio, een bedrijvig doorvoer- en handelsstadje op 1200 kilometer van de hoofdstad Maputo nabij de grens met Zimbabwe. Zijn honden ravotten in het gras. Mozambikaanse en Zimbabwaanse medewerkers, sommigen strak in pak, anderen in overall, lopen zijn kantoor in en uit.

Op de plantage staan eindeloze rijen jatrophasoorten. In zijn rubberen laarzen beent Botha met grote stappen tussen de groene bomen door. "Deze planten hebben ongeveer 14 maanden nodig om tot wasdom te komen. En kijk, hier gaat het nou om." Hij plukt een soort zwarte noot van een tak. Als hij de harde zwarte schil verwijdert, blijft een spierwitte vrucht over. "Wij vermalen deze noot - met schil en al, daar zitten ook bruikbare stoffen in - en persen er dan de olie uit." Het raffineren van de jatropha-olie tot bruikbare biodiesel gebeurt helemaal in Finland. "Daar zijn we al sinds eind jaren zeventig bezig met biobrandstof", zegt de Finse technicus Olli Mustonen met een rood hoofd van de hitte. Met een collega test hij op de plantage van Sun Biofuel een oogstmachine uit, de eerste die in Finland speciaal voor jatropha is ontwikkeld.

Van alle kanten wordt in het gewas geïnvesteerd. De hoop is dat jatropha op grote schaal kan worden ingezet als energieleverancier van de toekomst, én als aanjager van economieën in ontwikkelingslanden. Eén hectare jatropha zou 2500 liter biodiesel kunnen opleveren. "Afrika wordt het Saoedi-Arabië van de 21ste eeuw", voorspelde de toenmalige president van Tanzania, Benjamin Mkapa, toen de jatrophakoorts zo'n tien jaar geleden in Afrika uitbrak.

Zover is het nog lang niet. Het aanbod van jatropha is nog lang niet toereikend om kerosine te vervangen. Toch is er vooral in de luchtvaartindustrie al veel belangstelling voor deze alternatieve brandstof. Vorig jaar verkocht Sun Biofuel de eerste 30 ton plantaardige olie aan het Duitse Lufthansa, een van de vliegmaatschappijen die veel investeren in de mogelijkheden van alternatieve brandstoffen. Lufthansa heeft er een half jaar lang proefvluchten mee gedaan. Ook Japan Airlines, het Braziliaanse TAM Airlines en Air New Zeeland maakten testvluchten op onder meer jatropha.

De giftige struik is onder meer in trek omdat hij goed zou gedijen op de meest marginale, arme en droge grond. Inmiddels is bekend dat de plant toch wel een aanzienlijke hoeveelheid water nodig heeft. Maar er zijn ook nog veel vragen. Welk effect hebben pesticiden die jatrophaproducenten gebruiken op de biodiversiteit? Welke ziekten en schimmels kunnen ontstaan door het aanplanten van enkel deze uitheemse plant?

"Er wordt van alles over jatropha beweerd", zegt Botha een beetje geërgerd. "De schimmels waren er al voordat wij begonnen met verbouwen. Dus dat komt niet van onze jatropha. En marginale grond, wat is dat? Het is niet zo dat jatropha overal kan groeien. Maar het is ook niet zo dat wij land inpikken waar normaal voedsel verbouwd wordt. Ik zou zeggen dat wij tweederangs land gebruiken; niet het slechtste, maar zeker ook niet het beste. En Sun Biofuel heeft niemand van zijn of haar land gedwongen of de honger in gejaagd. Wij hebben 527 mensen in dienst. Behalve mij en mijn Zuid-Afrikaanse collega, bestaat het personeel uit lokale bevolking. De mensen verdienen bij ons gemiddeld meer dan wanneer ze voor zichzelf boeren."

De inwoners van het dorp Gobogobo, een verzameling kleine huisjes net buiten de plantage van Sun Biofuel, denken daar ietsje anders over. "Ik krijg wel werk, maar dat is seizoensarbeid. Ik kan daar dus niet het hele jaar van op aan", zegt Sezare Ricardo (32), die futloos tegen een woning aanhangt. De meeste inwoners peinzen er daarom niet over om afstand te doen van hun lapje grond, gelegen op het plantageterrein. Voordat Sun Biofuel de grond drie jaar geleden overnam, lag er een tabaksplantage, die de informele landbouw van de bewoners toestond. Sun Biofuel liet die situatie zo.

De dorpelingen zijn eerst huiverig om iets negatiefs over Sun Biofuel te zeggen ("Bent u van de overheid of van de politie?") maar daarna gaan de tongen los: "We zijn al twee maanden niet uitbetaald", klinkt het opeens. "Vorig jaar is dat ook al gebeurd. Toen kregen we een paar maanden uitbetaald in meel en gedroogde vis." Maar het voedsel was minder waard dan het salaris van omgerekend 50 euro, stellen ze. Botha erkent dat er in het begin onenigheid is geweest over de betaling, maar daarvan zou inmiddels geen sprake meer zijn.

De bewoners van Gobogobo hebben allen een paar hectaren tussen de jatrophabomen waarop ze mais, bonen en fruit verbouwen voor eigen gebruik en verkoop. Ze voelen geen vijandigheid tegen het grote bedrijf, en willen graag vrienden blijven. "Maar tot vorig jaar kwamen ze vaak vragen wanneer we nou eens zouden gaan. Dat gebeurde niet op een vriendelijke toon", vertelt de oudere Nora Anselmo terwijl ze omringd wordt door jonge moeders en kinderen.

Op de website van Sun Biofuel staat inderdaad uitbreiding aangekondigd: 15.000 hectare moet de plantage uiteindelijk worden. Maar volgens Botha zijn die plannen van de baan. Het kan zijn dat bewoners gevraagd is om hun land van de hand te doen, maar zijn bedrijf wil de grond zeker niet met harde hand verwerven.

"Als ik geen goede compensatie krijg aangeboden, ga ik nergens heen", zegt Nora Anselmo strijdbaar. De rest knikt instemmend. "Wij blijven hier." Ook aan de andere kant van de plantage is een weigerachtige gemeenschap, Quinta. Daar kregen ze een school cadeau van Sun Biofuel. "We zijn er blij mee", vertelt Louis Fernando Ciedade (45). Het gloednieuwe stenen schoolgebouw steekt gek af tegen de scheve huisjes van leem en stro. Later bleek de school niet zomaar een geschenk, maar onderdeel van een charmeoffensief om de bewoners te bewegen afstand te doen van hun grondjes. "Maar wij hebben massaal gezegd dat we liever ons eigen voedsel blijven verbouwen. En daar blijven we bij."

Shawne Botha benadrukt dat Sun Biofuel de boeren in de omgeving graag te vriend houdt en niemand van zijn grond wil verjagen. "Er bestaat hier niet zoiets als 'verboden terrein'. De omwonenden rijden dwars door onze plantage, ze verbouwen hun voedsel op het terrein dat ons is toegewezen. We zijn niet anders gewend."

Hij begrijpt wel waar het negatieve imago van bedrijven als Sun Biofuel vandaan komt. "Laten we eerlijk zijn: een aantal agrarische investeerders maakt er een potje van, in Mozambique en andere Afrikaanse landen." Ze maken misbruik van de bodemrijkdom, gaan niet verstandig om met hun grond en laten zich in met dubieuze politici, vindt hij. "Bedrijven die denken dat ze met hun Eerste Wereld-geld alles kunnen doen met Derde Wereld-hulpbronnen."

Om daaraan toe te voegen: "Maar wij horen daar niet bij. Al het geld dat wij investeren in Sun Biofuel wordt besteed in deze regio; Mozambique, Zimbabwe en Zuid-Afrika. Ik zou niet anders willen; ik ben wit, maar ik ben een Afrikaan. Ik heb dit continent nooit verlaten en heb het beste voor met Afrika. Daarmee zeg ik niet dat Sun Biofuel een hulporganisatie is. We zijn een bedrijf en willen uiteraard geld verdienen. Maar ik geloof echt dat investeerders met goede bedoelingen en verstand van zaken dit continent op korte termijn kunnen veranderen. Sterker, ik denk dat eerlijke handel de enige weg naar de toekomst is voor Afrika."

Goede landwet, toch veel misstanden
Land is in Mozambique niet te koop. Alle grond is staatseigendom. Wel kun je het gebruiksrecht verwerven en vastleggen in het kadaster. Mozambikanen kunnen dat voor een periode van 99 jaar, buitenlanders mogen 49 jaar gebruik maken van land. De landwet van 1997 moest de rechten van gemeenschappen, kleine boeren en vrouwen beschermen, maar tegelijkertijd grootschalige investeringen aanmoedigen.

Een lastige combinatie, blijkt in de praktijk. Want er blijven misstanden ontstaan in Mozambique. Nederlands grootste pensioenfonds ABP had in 2007 47 miljoen euro belegd in vier pijnboom- en eucalyptusplantages in het noorden van Mozambique. De investering liep uit op een schandaal rond landroof. Prins Willem-Alexander en prinses Máxima bouwden een vakantiehuis aan de Mozambikaanse kust. Het bouwproject zou ook de lokale bevolking een beter leven geven. Maar daar bleek weinig van te kloppen.

Een groot probleem in Mozambique is dat de eigendomsrechten van boeren niet zijn vastgelegd omdat zij geen geld hebben om hun stuk grond bij het kadaster in te schrijven. En in sommige gebieden is er niet eens een kadaster.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden