Reportage

Dit Bosnische restaurant voorziet iedere dag 400 vluchtelingen van een maaltijd. Maar hoe lang nog?

De Bosnische restauranteigenaar Asim Latic (man in kaki jasje) en de kok van de pizzeria in Velika Kladusa maken elke dag een gratis warme maaltijd voor migranten Beeld Thijs Kettenis

Honderden gratis maaltijden per dag serveert de Bosnische oorlogsveteraan Asim Latic aan migranten en vluchtelingen in zijn stad. Hoe lang nog? 

Het is dringen geblazen bij de voordeur, ziet Asim Latic (63) door de ramen vanuit zijn nu nog lege restaurant. Hij zet mandjes brood en flessen water op de zes tafels. Nog even een kijkje nemen in de keuken, waar de kok met een grote lepel in een reusachtige blauwe teil pasta roert. Dan begint Latic borden vol te scheppen en zet hij ze op de tafels neer. “Kom maar binnen!” roept hij, en de portier laat 24 mensen door – vier voor elke tafel. Allen zijn het migranten, jonge mannen uit het kamp een paar kilometer verderop.

Al een jaar serveert Latic zo elke dag ongeveer 400 maaltijden, in zijn restaurant in Velika Kladusa. Het Bosnische stadje ligt op de grens met Kroatië, en is sinds vorig jaar een uitvalsbasis voor migranten die proberen illegaal de Europese Unie in te komen. Zo’n 6000 verblijven er momenteel in Bosnië-Herzegovina, volgens schattingen van de Internationale Organisatie van Migratie (IOM) van de Verenigde Naties. Voor degenen die na een lange reis via Griekenland, Albanië en Montenegro op krachten willen komen, maar ook voor wie door de Kroatische politie terug de grens is overgezet, al dan niet hardhandig.

Aardappelen

Het kamp in een oude pvc-fabriek aan de rand van de stad herbergt 700 migranten. Het eten daar is niet goed, zegt elk van de gasten hier die je ernaar vraagt. “Ze krijgen het in plastic bakjes en moeten het op de grond opeten”, zegt Latic, terwijl hij in de keuken alweer nieuwe borden vol schept. “Hier zitten ze aan tafel, en worden ze bediend, zoals het hoort.”

Oorlogsveteraan Latic kwam op het idee om in zijn pizzeria maaltijden aan vluchtelingen te verstrekken toen er vorig jaar ineens een grote groep vluchtelingen door het arme Bosnië trok, en de overheid niet voor opvang wilde of kon zorgen. Hij haalde geld op in de plaatselijke moskee, en kreeg hulp in de keuken van vier andere veteranen.

Een van hen zit deze hele morgen achter in het restaurant aardappelen te schillen, voor de maaltijd van morgen. “Die migranten hebben helemaal niets. Wij weten hoe dat voelt, uit de tijd van de oorlog in de jaren negentig. Toen is niemand omgekomen van de honger. En dat gebeurt ook nu niet.”

Rotzooi trappen

In het begin kreeg hij steun van de buurt – ook omdat er tussen de gasten families en oorlogsvluchtelingen zaten. Nu zitten er in Velika Kladusa vrijwel uitsluitend alleenreizende mannen. De stemming onder de bevolking sloeg om toen er berichten kwamen over kleine criminaliteit, vernielingen en diefstal.

Latic wuift de kritiek weg dat hij kansloze economische migranten vanuit het kamp de stad in lokt. “De mensen die problemen veroorzaken, zijn niet de mensen die hier komen eten. Ik denk juist dat mensen eerder rotzooi trappen als je ze buitensluit. En we zijn allemaal mensen, nietwaar?” Maar Bosnische gasten heeft Latic niet meer in zijn restaurant.

“Jij hebt al gehad, hup, naar buiten”, zegt Latic in het Bosnisch tegen een gast als hij met een dampend bord bij een van de tafels stilhoudt. De gast tegen wie hij uitvalt probeert een tweede portie te krijgen. “Ik moet ook politieagent spelen hier. Zodra mensen zijn uitgegeten, moeten ze weg. Want anders krijg ik geen 400 maaltijden weg, en er moet ook nog gekookt en schoongemaakt worden. En ’s middags kunnen mensen kleding komen halen.”

Chemseddine Berafta knipt een klant. In de hoek zit Jasna Beganovic. Beeld Thijs Kettenis

100 euro per dag

Vorig jaar steunde de IOM Latic anderhalve maand, maar de financiële bijdrage is weggevallen sinds de VN-organisatie voor het kamp een cateraar inhuurde. Ook van de gemeente moet hij het niet hebben – die roept te pas en te onpas dat de migranten weg moeten.

Latic moet het hebben van internationale giften. De 400 maaltijden kosten hem iets meer dan 100 euro per dag, maar het is de vraag hoe lang hij er nog mee door kan gaan. “Elke dag bekijken we de situatie opnieuw. Ik hoop dat we door kunnen, maar ik weet het niet zeker.”

Een deur verderop rookt Jasna Beganovic een sigaret in haar kapsalon, en kijkt ze toe hoe Chemseddine Berafta het haar van een jonge klant in model brengt. Iedereen in Velika Kladusa kent de 24-jarige Algerijn. “Een maand of acht geleden kwam hij hier langs, na een maaltijd bij de buurman”, zegt Beganovic. “Hij legde me uit wat die jongens willen, en hoe ik ze moet knippen. Ze hebben andere kapsels dan hier.” Berafta bleef komen, en Beganovic en haar man besloten hem in huis te nemen. “Mijn vrienden vragen zich af of ik gek geworden ben. Maar ik zie niet in wat er mis mee is om iemand te helpen. Laat ze maar roddelen.”

Semso, de koosnaam die de Bosniërs hem gaven, heeft asiel aangevraagd, en in afwachting van officiële papieren helpt hij in de salon. Hij spreekt inmiddels een aardig woordje Bosnisch en omdat hij goed kan voetballen, trainde hij mee met het lokale voetbalelftal. Tot voor kort. Want het ging mis. Er is geweld tegen hem gebruikt.

Wat er precies is gebeurd, dat wil Semso niet zeggen. Een interview wil hij niet geven. Op de foto mag wel. “Er is veel jaloezie, sommigen vinden dat hij wordt voorgetrokken”, zegt Beganovic. Haar assistent knipt zwijgend verder.

Lees ook: 

Vluchtelingen zitten vast in een Bosnische fuik

Vanuit Bosnië is Kroatië de poort naar de EU. Maar de grens zit potdicht, zo ondervindt een groep vluchtelingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden