Dissidenten helpen in het rampgebied

Politiek activisme staat in Burma even op de achtergrond, nu de orkaan Nargis het land heeft getroffen. Maar de ramp biedt ook kansen: de rol van de monniken is versterkt en Nargis heeft de bevolking gemobiliseerd in het bieden van hulp. Als de grootste schok over de ramp is weggeëbd kan dat zeker gevolgen hebben.

Toen de orkaan Nargis zijn land trof, zat Win Naing voor het eerst in zijn leven zonder woorden. Tot die tijd had de dissident van middelbare leeftijd bij wie politiek activisme in de genen zit, altijd zijn verhaal paraat gehad.

In de geheime martelcentra diende hij zijn beulen van repliek, hoe gebroken hij ook was. En toen de aanhangers van oppositieleidster Aung San Suu Kyi na een aanslag op haar leven in mei 2003 met kapotgeknuppelde hoofden zijn cel werden binnen gebracht, had hij troostende woorden en politieke peptalk. En eenmaal weer vrij gaf hij ondanks de spiedende blikken van de geheime dienst aan zijn klanten in het restaurant zo veel mogelijk politieke informatie door.

Maar nadat in de nacht van 2 op 3 mei de orkaan een deel van zijn land vernietigde, sprak hij niet over politiek. Hij schreef slechts een kort bericht. „Er is iets in mij veranderd, misschien wel voorgoed. Dit gaat verder dan politiek. Dit gaat over humaniteit.” Hij wilde geld inzamelen voor de slachtoffers en plan ontwikkelen voor de wederopbouw van de getroffen delta. En verder wilde hij vooral zwijgen. Om geen woorden te verspillen aan iets dat erger was dan hij kon vertellen.

Ook andere dissidenten laten hun politieke interesse dezer dagen varen. Zodra ze merkten hoe weinig de overheid deed om de slachtoffers te helpen en hoe internationale hulp in die eerste dagen maar mondjesmaat werd toegestaan, besloten ze zelf de handen uit de mouwen te steken.

Gyi Gyi ratelt er op los door de telefoon, een en al woede en frustratie over hoe een natuurramp een ramp gemaakt door mensenhanden werd. „Het is veel te weinig wat we kunnen doen. We delen vooral voedsel uit, maar al die andere vormen van assistentie kunnen wij niet geven.”

Het wordt hen regelmatig moeilijk gemaakt, vertelt ze. Ze worden tegengehouden bij controleposten, spullen worden in beslag genomen. Soms komt het er op neer dat de goederen zo snel mogelijk uit een rijdende auto geworpen worden. Een verslaggever van de New York Times zag een bordje op met de tekst: ’Gooi geen voedsel uit de auto, het bederft de goede manieren van mensen’.

De internationale hulp, waarvoor het Burmese bewind na het bezoek van VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon vorige week toestemming gaf, komt traag en er is bij de lokale autoriteiten nog steeds veel weerstand tegen, zegt Gyi Gyi. Hoewel de toegang op sommige plaatsen enigszins verbetert, moet er op andere nog voortdurend onderhandeld worden. En ze moet het nog zien dat helikopters en boten die hard nodig zijn om de meest afgelegen gebieden te bereiken grootschalig mogen worden ingezet. „Hoe vaak hebben de generaals de afgelopen jaren de VN niet aan het lijntje gehouden? En ondertussen sterven er elke dag mensen.”

Er worden wel meer buitenlandse deskundigen toegelaten in het gebied zelf, maar een groot deel van de hulp wordt nog steeds verricht door de lokale staf van organisaties. „Die mensen zijn inmiddels totaal overwerkt en getraumatiseerd.”

Ook de komiek en filmster Zarganar, die nauwe banden heeft met de oppositie, zet zich in voor de slachtoffers van de ramp. Hij gebruikt zijn populariteit om fondsen te werven. Met bekende artiesten en filmsterren reist hij door het gebied om hulp te distribueren. „Onze roem maakt het makkelijker de militairen die opdracht hebben het gebied onder controle te houden, te passeren”, zegt hij tegen een buitenlandse journalist.

Tot voor kort was Zarganar nog volop bezig om de geest van de door monniken geleide opstand van september in het afgelopen jaar levend te houden. Hij deed openlijk donaties aan de monniken, een activiteit die het regime sinds de protesten van afgelopen september met argwaan gadeslaat. Religie kunnen de autoriteiten toch niet verbieden, zei hij met een spottend lachje. Zo maakte hij van een eeuwenoude religieuze handeling een daad van verzet. En hij bleef hopen op nieuwe protesten. De prijzen stegen en er was onvrede over de grondwet die de macht van het leger in de politiek vastlegde, meende hij. Nu klinkt hij somberder: „Nargis is het geluk van de generaals. Mensen zijn nu bang en in shock. Niemand kan zich op politiek concentreren.”

De staatskrant Het nieuwe licht van Myanmar prijst de vrijgevigheid van de burgers. Maar in werkelijkheid maken de autoriteiten zich zorgen over die hulp. De ramp heeft een mobilisatie van de bevolking op gang gebracht die ongekend is na de protesten van september vorig jaar. En al is die beweging humanitair van aard en beperkt van omvang, hij kan in een klimaat waar armoede en onvrede hoogtij vieren, ook een politieke lading krijgen als de grootste schok over de ramp is weggeëbd.

De catastrofe heeft ook de traditionele rol van de monniken in de samenleving weer versterkt. In tal van plaatsen fungeren hun pagodes, die gebouwd van steviger materiaal de orkaan beter doorstonden dan andere onderkomens, als opvangcentra voor de slachtoffers en als distributiepunten voor hulpgoederen.

Monniken komen uit andere delen van het land om steun te geven. Diverse sayadaws, leidinggevende monniken, gebruiken hun status om geld in te zamelen voor de getroffenen. Al die activiteiten brengen de monniken en de bevolking weer dichter bij elkaar. Sinds de door monniken geleide opstand van september afgelopen jaar is de junta bezig geweest hen juist zo veel mogelijk van elkaar te scheiden. Nadat de protesten door veiligheidstroepen en milities werden neergeslagen, werden honderden monniken gearresteerd. Veel anderen kregen bevel hun pagodes te verlaten en terug te gaan naar hun woonplaatsen.

Sommige Burmezen voorspellen dat over een tijdje de kloosterscholen waar duizenden jonge novices studeren, naar ver buiten de steden zullen worden verplaatst. Net zoals dat met de universiteiten gebeurde, na de grote demonstraties van 1988 die door studenten werden geleid. Om te benadrukken dat de ’zonen van Boeddha’ in de kloosters in plaats van in de straten thuis horen, laat de staatstelevisie regelmatig beelden van studerende monniken zien. En om zichzelf als toegewijd boeddhist te presenteren verschijnen militairen die giften doen, uitgebreid in de media. Sommige monniken accepteren de donaties, maar in veel andere kloosters geldt nog de patta ni kozana kan, de weigering giften aan te nemen van veiligheidstroepen en hun familieleden, die na het geweld werd ingesteld. Afgelopen maart boycotten diverse monniken de door de staat georganiseerde religieuze examens.

De komende tijd zal moeten blijken wat de belofte van Than Shwe, de leider van de junta, aan Ban Ki-moon in de praktijk betekent en hoeveel bewegingsvrijheid en onafhankelijkheid alle hulpverleners zullen krijgen om hun werk te doen.

Nederland heeft onder voorwaarde vijf miljoen euro toegezegd aan de hulpoperatie die door de de VN en Asean-landen moet worden gecoördineerd.

Het aantal doden en vermisten wordt inmiddels geschat op 130.000. De werkelijke omvang van de ramp is nog steeds moeilijk vast te stellen. Een buitenlandse verslaggever die de delta dagenlang doorkruiste zegt dat over het zwaarst getroffen deel, de meest zuidelijke strook van de delta, erg weinig bekend is omdat vrijwel niemand daar nog toegang heeft.

Ondertussen gaat de junta verder met de eigen routekaart voor democratie. Zo werd met dwang en manipulatie een paar dagen geleden een grondwet goedgekeurd die het leger grote politieke bevoegdheden geeft en die oppositieleidster Aung San Suu Kyi als eventueel staatshoofd bij voorbaat buiten spel zet.

Hoewel begin deze week volgens de eigen wetgeving de termijn afliep waaronder Suu Kyi zonder proces kan worden vastgehouden, werd haar huisarrest waarschijnlijk met een jaar verlengd. Burmakenners houden er rekening mee dat haar nieuwe detentie minstens tot 2010 zal duren omdat in dat jaar algemene verkiezingen gepland staan.

Een aantal leden van haar partij de Nationale Liga voor Democratie hield afgelopen dinsdag een kleine demonstratie. Ze droegen een foto van Suu Kyi en schreeuwden leuzen die haar vrijlating en het toelaten van internationale hulp eisten. Vijftien van hen werden vervolgens opgepakt.

Net als veel ander Burmezen bekijkt Gyi Gyi het politieke proces dat in het verschiet ligt met grote argwaan. Ook over de hulpverlening heeft ze haar twijfels, al wordt er nu meer internationale aanwezigheid toegestaan. Een grotere openheid zal onvermijdelijk zijn, maar de Burmese militairen zullen de controle niet uit handen geven, denkt ze. „Onze leiders zijn geïnteresseerd in het behouden van hun macht, niet in het helpen van de Burmezen. Dat is echt niet veranderd.”

Voordat ze het gesprek beëindigt, vertelt ze nog met ontzetting in haar stem hoe veel van de overlevenden omringd door lijken, met lege ogen om zich heen zitten te staren. „Ze kunnen niet bevatten wat er is gebeurd.” Volgens het boeddhistische geloof zullen de zielen van al diegenen die niet op gepaste wijze gecremeerd worden voor eeuwig blijven ronddolen. „De delta is een verdoemd gebied geworden.”

Om veiligheidsredenen zijn de namen Wim Naing en Gyi Gyi gefingeerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden