Discussie woningbouw gebaseerd op willekeur

Uitbreiding van steden zou ten koste gaan van natuur. Maar Nederland kent alleen cultuurlandschappen. En groei is onontkoombaar. De voor- en nadelen tegen elkaar afwegend, past nieuwbouw het beste in en aan de stad.

Het Trouw-debat had afgelopen week als onderwerp 'Natuur moet wijken voor woningen'. Beter was geweest het woord natuur in deze stelling te vervangen door cultuur. Nederland kent namelijk geen natuur die niet door mensenhanden is gevormd. De vraag is dus ook of deze aangelegde 'natuur' dermate de moeite waard is, dat woningbouw niet mag.

Ik kan me nog goed de discussie herinneren over hoogbouw in Amsterdam. Vanuit de grachtengordel zou hoogbouw nabij station Sloterdijk te zien zijn en dat zou afbreuk doen aan het stedenschoon. Ik heb dat altijd arbitraire kwesties gevonden. In vroeger tijden was het juist een pre als je bepaalde herkenningspunten snel kon zien. Dat gaf houvast. De Westertoren is stellig detonerender geweest in zijn tijd dan menig kantoorgebouw nu. In een vlak land als het onze is alles wat hoger is dan twee etages al gauw storend. De negentiende-eeuwse fabrieken langs de Zaan staan nu op de monumentenlijst, maar overheersen het beeld vanuit de Wormer enorm.

Niet alleen wat betreft het uiterlijk van nieuwbouw bestaan er nogal misplaatste sentimenten. Ook wordt vaak onterecht de aandacht gevestigd op de ruimte die nieuwbouw in beslag neemt. Ook hier weer een Amsterdams voorbeeld. De uitbreiding van de middeleeuwse stad met de grachtengordel betekende een verviervoudiging van het bebouwde oppervlak. Hiervoor zijn talloze moestuinen gesneuveld. Zo ook is het gegaan met het Plan Zuid van Berlage. De stad is in omvang verdubbeld en wederom is prachtig cultuurland onder het zand verdwenen. Het Algemeen Uitbreidingsplan van Van Eesteren verdubbelde de stad wederom en opnieuw is waardevol cultuurland opgeslokt. Toch staan deze drie uitbreidingsplannen in elk stedenbouwkundig boek vermeld als hoogstandjes van stadsuitbreiding. Het gaat kennelijk niet om het ruimtebeslag, maar om de kwaliteit van de uitbreiding. Ook buiten de stad zijn er talloze voorbeelden van kwalitatieve uitbreiding: Kennemerland, 't Gooi, het Sticht, Utrechtse Heuvelrug.

Bij het bepalen van wat de moeite waard is laten we ons ook leiden door de doorsnijding van de open ruimte door vervoersverbindingen. In vroeger tijden was het vervoer nauwelijks individueel. Doorsnijdingen van het landschap beperkten zich tot de postkoetstrajecten en trekvaarten, later kwamen tram- en spoorlijnen. Met de opkomst van de auto is dat drastisch veranderd. De kris-krasrelaties van tegenwoordig vragen om steeds meer diffuse netwerken. Hierdoor is het platteland enorm versnipperd.

En ten slotte speelt vervuiling een rol in de discussie over nieuwbouw. Een stad maakt op zich niet zoveel geluid, het verkeer erin en ernaartoe des te meer. Een stad produceert luchtvervuiling; woningen weinig, industrie al meer en verkeer een heleboel. Een stad produceert enorm veel licht, industrie doet dat ook en verkeer evenzeer, maar ook de industriële land- en tuinbouw weet hier raad mee. Alle activiteiten hebben negatieve invloed op de kwaliteit van de grond en het water. Hierbij is het zelfs de vraag of de stad het slechter doet dan landbouw, veelteelt of tuinbouw.

Wanneer je deze vier aspecten -zicht, ruimte, doorsnijding en vervuiling- probeert te wegen, kom je in een discussie met een hoog gehalte aan willekeur. Ondanks inspanningen om het ruimtegebruik te intensiveren, zal de ruimtebehoefte per inwoner, per activiteit toenemen. Ook zal het particuliere vervoer nog jaren dé uiting blijven van ons steeds individueler gedrag. Dan zal de verdergaande internationalisering van onze samenleving grote invloed hebben op onze productieprocessen, zowel in industrie als landbouw. Ondanks ict en telediensten blijft nabijheid van producent en consument in alle mogelijke verhoudingen belangrijk. Steden vervullen hierbij een sleutelrol, want daar is de nabijheid het grootst en meest intens.

Als dit het uitgangspunt is, is het logisch een aantal van de genoemde problemen te tackelen door juist steden te laten uitbreiden. De voordelen zijn legio. Het ruimtebeslag is beperkt, verbindingslijnen zijn te concentreren, juist door middel van openbaar vervoer, en de vervuiling is weliswaar groot, maar wel geconcentreerd aan te pakken. Als het al onontkoombaar is te groeien, dan liever aan en in de stad.

Natuurlijk zal hiervoor cultuurgebied moeten worden opgeofferd. Maar dat gaat al eeuwen zo en is nu pas een probleem. Kennelijk speelt ons wat anders parten: we vinden het esthetisch niet zo fraai wat er de laatste jaren gebouwd is. Smaken verschillen, maar wat mij betreft, zouden er wel weer wat Hendrik de Keijsers, Berlages en Van Eesterens mogen opstaan.

Wat de natuur betreft nog het volgende. Vos, scholekster, reiger, fuut, egel, allemaal dieren, die vroeger anders leefden, een andere habitat hadden. Toch floreren ze en passen ze zich aan. Ze passen zich aan onze cultuur aan. Willen we dat niet, dan zit er niets anders op om heel veel te slopen in dit land. Blaricum moet dan maar weer heide worden, Bloemendaal weer duin en Schiphol maar weer water. Het gaat in dit land allang niet meer over natuur. Het wordt tijd eens een discussie te starten over wat cultuur nu eigenlijk is. Ter verduidelijking: De Beemster is werelderfgoed, de Haarlemmermeer niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden