Discussie over hoe om te gaan met stad en milieu

DEN HAAG - “Iemand die graag een pilsje om de hoek haalt, moet óók accepteren dat zijn café wel eens overlast kan veroorzaken.” Ietwat versimpelend probeerde de Rotterdamse wethouder J. van den Muijsenberg gisteren aan te geven dat je het milieu van de stad wel hoog in het vaandel kunt schrijven, maar dat het toch een kwestie van keuzes blijft. Het is altijd het één òf het ander.

Zijn opmerking paste in een discussie over het stadsmilieu, die gisteren werd begonnen met de presentatie van het rapport 'Stad en milieu' door minister De Boer (Vrom). Vorige week probeerde Noord-Holland al vast de toon van die discussie te zetten door haar gemeenten toe te staan het voortaan wat minder nauw te nemen met de milieuregels. Fluisterasfalt, liet gedeputeerde Friso de Zeeuw weten, is prachtig maar het past niet zo goed in een oude stad. Daar horen klinkers en de omwonenden moeten dan maar voor lief nemen dat dat wat meer geluidsoverlast meebrengt.

De Boer zei gisteren dat het op die manier toch eigenlijk niet moet. Desondanks zit zij toch wel min of meer op de lijn van Noord-Holland. Het gaat in steden vooral over stank en geluid en dat zijn dingen die lokaal zijn bepaald. De vraag in hoeverre die acceptabel zijn, dient op het niveau van de gemeenteraad te worden afgehandeld. Het mag niet zo zijn dat een wethouder maar even wat makkelijker omgaat met de geluids- en andere milieunormen.

Steden hebben ruimtegebrek. Ze kunnen volgens De Boer niet meer toe met de traditionele 'escape' van òf het wonen òf de bedrijven verplaatsen. Allerlei functies zullen zich binnen de stad moeten samenballen. Dat schept problemen. Tegenwoordig is compact bouwen in, maar dan moet je wel rekening houden met meer overlast, bijvoorbeeld extra verkeer en dus lawaai.

Waar Van den Muijsenberg wel weer de kanttekening bij plaatste dat je dat nadeel wel kunt verminderen door goed openbaar vervoer. En daarvoor is dan dus wel geld nodig. Ook dat moet volgens hem worden meegenomen in de discussie, om te voorkomen dat er met de hand op de knip aan milieubelangen wordt geknabbeld.

Hoe met deze problematiek om te gaan is het doel van het project Stad en Milieu, waarmee de ministeries van Vrom en EZ, de Vereniging Nederlandse gemeenten, het Interprovinciaal overleg en de grote steden een gezamenlijke uitweg proberen te vinden uit het dilemma.

In deze eerste discussiebijeenkomst bleek meteen hoezeer de problematiek zich afspeelt in een schemergebied. Oud-gedeputeerde Van der Vlist van Zuid-Holland gaf het voorbeeld van een wijk in de buurt van industrie. Is het een wijk van sociaal zwakkeren dan krijg je misschien niet zo veel weerstand. Een wijk met beter gesitueerden, zich bewust zijn van hun juridische mogelijkeden, kan echter een groep goede advocaten in stelling brengen en met de wet in de hand eisen dat de geluids- en andere normen in acht worden genomen. Van der Vlist: “Dat kun je dus alleen veranderen door de normen te wijzigen.”

H. Pont, directeur-generaal milieubeheer van Vrom, bleek dat anders te zien. “Je hoeft de milieunormen niet te wijzigen. Het gaat er om een mogelijkheid te vinden om een beetje anders met die normen om te gaan in een specifieke situatie die zich plaatselijk voordoet.” Dat moet volgens hen kunnen, mits het debat daarover zich maar publiekelijk afspeelt en democratisch is ingebed.

Directeur A. van den Biggelaar van de stichting Natuur en Milieu toonde zich bevreesd voor een 'normen-discussie.' Je kunt wel zeggen dat een wijk maar wat extra stof van een bedrijf in de omgeving moet accepteren omdat het die wijk verder zo veel voordelen biedt, maar wat heeft een astmapatiënt aan zo'n mooie stad als hij of zij er niet kan ademen? Overigens toonde hij zich wel ingenomen met de aanzet tot een discussie die uit de nota spreekt.

In 'Stad en Milieu' worden knelpunten op een rijtje gezet. Vaak, blijkt er uit, hoef je geen wetten te veranderen maar kom je al een heel eind als alle partijen ervan op de hoogte zijn wat wel en niet kan en in het voorstadium van de planvorming daar al op inspelen. In situaties waarin dat niet zo is, ontbreekt vaak het juridische kader om optimale keuzes mogelijk te maken. Er zijn dan tegenstrijdige regels van bijvoorbeeld ruimtelijke ordening versus milieu die een integrale afweging van de voor- en nadelen in de weg staan. In de nota wordt een drie-stappenplan voorgesteld. Gemeenten moeten het bestrijden van hinderbronnen en milieubelangen in een vroeg planstadium inbrengen. Ze moeten verder met passen en meten de ruimte binnen de bestaande regels volledig leren benutten. Als een verzoening van tegengestelde belangen niet mogelijk blijkt, mag uiteindelijk worden afgeweken van milieunormen, “mits het milieuverlies als gevolg van de normafwijking wordt gecompenseerd in termen van leef-kwaliteit”. Daarmee was de discussie terug bij de opmerking van Van den Muijsenberg: de mogelijkheid een pilsje te pakken hoort bij een goed leefklimaat en daartegen moet de hinder van een café worden afgewogen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden