Review

Dirk van Weelden vindt steeds opnieuw het wiel uit

Vandaag verschijnt het nieuwste boek van Dirk van Weelden, 'Van hier naar hier'. Het bevat de grillige leidraad van zijn eigen leven. ,,Voor het leven geldt: je weet niet hoe het moet. Er is geen plek waar staat geschreven: zo moet je het doen, dit zijn de stelregels. Het wiel moet eindeloos opnieuw worden uitgevonden.''

Elke dag zoekt de schrijver Dirk van Weelden zijn kantoortje op in de oude vrouwenkliniek van het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis. Dat is zijn plek om rustig te werken, na te denken en - vooruit - om het wiel opnieuw uit te vinden. De oude kliniek is een vervaarlijk krakend en kierend pand. Van Weelden heeft onderdak gevonden in het schoonmaakhok van de vroegere kraamafdeling. ,,Hier is half Amsterdam ter wereld gekomen,'' zegt de schrijver met een brede armzwaai de donkere gang in. Tegenwoordig wordt er alleen nog geregeld een boek van Van Weelden geboren.

De dagelijkse gang naar zijn 'luchtbel', zoals Van Weelden zijn kamer vol stapels boeken, sigarenlucht en zoemende laptop noemt, is geen vrijblijvend uitstapje. ,,Het is bittere noodzaak,'' zegt hij. ,,Ik heb behoefte de dingen op een rijtje te zetten. Als ik hier niet bijna elke dag zou kunnen zijn, in mijn eentje zitten tikken, dan word ik niet leuk. Als ik niet kan werken aan een eigen boek, word ik knorrig, onrustig, somber en ga ik mezelf zielig vinden. Dan heb ik 's avonds bij het piepers jassen niet meer het idee dat ik weet waar ik voor leef. Schrijven is pure verslaving. Verslaving aan een bepaalde vorm van eenzaamheid, maar vooral aan de mogelijkheid je bezig te houden met wat je maar wilt. Je hoofd open te zetten, alle winden najagen.''

,,Schrijven betekent voor mij: eindeloos prutsen.'' Van Weelden wrijft zijn duim en wijsvinger raspend over ekaar heen. ,,Maar dat prutsen doe ik zo geconcentreerd dat ik vaak alle besef van tijd verlies. Het is een flow, een bepaalde combinatie van ontspannen en concentreren, die je een geluksgevoel bezorgt. Op neuro-chemisch niveau is dat - heel, heel prettig - een verslaving, met andere woorden. Herman Brood is net zo verslaafd aan dope als ik aan schrijven.''

Het moment waarop Van Weelden voor het eerst werd overvallen door het geluksgevoel van het schrijven kan hij zich niet meer herinneren. Het is er altijd al geweest. ,,Toen ik een puber was, en we gingen met het gezin op vakantie, zocht ik meteen een bureautje. Een plek waar ik kon schrijven aan mijn dagboeken, gedichten. Waar ik kon werken, brieven schrijven en lezen in obscure, opgeduikelde boekjes. Dat waren blijkbaar dingen van een enorm belang. En nog steeds doe ik het zo. Als ik op een hotelkamer aankom, zoek ik meteen naar de beste plek om mijn spulletjes uit te stallen: pen, papier, laptop, boeken. Blijkbaar zijn die dingen nodig om me tegen het leven te beschermen, en het tegelijkertijd te kunnen toelaten. Een vreemde mengeling van nieuwsgierigheid en overgevoeligheid. Zoiets.''

'Mengeling' is een typisch woord voor Van Weelden. Zijn werk is doortrokken van tegenstellingen, diepe twijfel en ambiguïteit. ,,Ik heb niet het gevoel dat ik mezelf op een adequate manier kan afbeelden. Zelfs de dingen, die ik met mijn hand op mijn hart beweer, kunnen in hun tegendeel omslaan. Sterker nog: die doen dat ook. In een volgend boek kan ik met dezelfde ingrediënten iets heel anders schrijven.''

Van Weelden is geen schrijver van klassiek opgebouwde romans met een begin, plot en einde. Zijn boeken zijn juist grillig, verbinden zeer verschillende elementen. Ze komen voort uit een proefondervindelijke benadering, 'de geest van de bricoleur': ,,Boeken die vanuit één formule worden geschreven, zijn niet interessant. Je moet nog de sporen kunnen zien, de opwinding voelen, de vreemde verwarring, openheid en gretigheid die er was tijdens het ontstaan. De kick van het moment, van tak!, zo pak ik het aan. Daarmee loop ik in de voetsporen van iemand als Multatuli, die heeft dat ook heel extreem. Je voelt bij hem voortdurend de mogelijkheid, dat het ook anders kan. 'Het pak van Sjaalman' uit zijn 'Max Havelaar', een verzameling van alle onderwerpen waar Multatuli nu juist niet over geschreven heeft, is daarvan het stuitende bewijs. Als dat onzekere, het besef van al het mogelijke, slecht gebruikt wordt, dan heeft 't iets vaags en lafs. Maar als het goed gebruikt wordt, heeft het iets onthullends, iets moedigs.''

Zo, in een ogenblik van totale onzekerheid, is ook 'Van hier naar hier' ontstaan: ,,Soms word je overvallen door het besef dat het leven niet automatisch voortrolt. Er treedt een moment van verwarring op, radeloosheid, stuurloosheid, regelrechte paniek zelfs. Je hebt geen clou hoe het verder moet. Om dan niet helemaal gek te worden, moet je een illusie oprichten dat je je eigen leven zèlf leidt. Jezelf aandrijven. Dat betekent eigenlijk: als een wiel om je eigen as draaien. Het is leuk om mensen te laten zien hoe je dat doet. Dat kan alleen met behulp van anekdotes, ideeën, toespraken, essays, verwijzingen naar films en verhalen uit mijn eigen geschiedenis.''

Het wemelt in 'Van hier naar hier' - zoals in al Van Weeldens boeken - van de biografische feiten, van de momenten waarop de jonge Dirk 'om zijn as draaide'. Er valt te lezen over zijn jeugd, toen hij alles nog vreselijk vond, 'mijn ouders, mijn bril, mijn kleren'. En over de tweemansformatie Gdansk, de experimentele band die hij samen met zijn broer vormde.

Van Weelden beschrijft hoe hij op weg naar een optreden van Gdansk, met bakfiets en al, onderuit gaat in een zware sneeuwstorm: ,,We zijn gevangen in een zwartglazen bol,'' staat er in 'Van hier naar hier'. ,,Een duivelse versie van het tafelspeelgoed vol water waarmee je schudt om een namaak-sneeuwbui te laten neerdalen over een pittoresk Zwitsers chaletje. Het is vernederend.'' ,,Dat is zo'n moment,'' zucht Van Weelden, ,,waarop plotseling een diepe, duistere waarheid onthuld wordt. Het is een pijnlijke, trieste vaststelling over hoe ik mij toen voelde.''

Toch is zijn boek niet alleen een boek van de zwarte, depressieve momenten. Aanmerkelijk lichter gaat het toe in de beschrijvingen uit de tijd dat Van Weelden met Martin Bril in Groningen filosofie studeerde. Daar maakten de gezworen schrijversvrienden hun eerste co-produkties, zelf geschreven en in elkaar gezette tijdschriftjes die zij zelf op de fiets rondbrachten. Ironisch en grappig zijn de analyses van het jaar 1980, en de krakerswereld waarin Van Weelden zich bewoog. De levensinstelling van toen noemt hij, met een lach, 'tactisch negativisme'.

,,In die tijd spiegelde men zich duidelijk aan zaken als destructie,'' legt Van Weelden uit. ,,Niet meedoen, niet vernieuwend zijn. Vastklampen aan oude rotzooi. Provoceren door dom over te komen, of bot. Al dat 'nee' zeggen was niet uit protest, maar om bewegingsvrijheid te creëren. Het was 'tactisch' omdat het je even de tijd gaf. Het was alleen naar buiten toe negatief. Innerlijk gaf het de mogelijkheid vernieuwend, experimenteel met het leven om te gaan. Als je chaotisch overkomt, geeft je dat een voorsprong op anderen. Ze herkennen het patroon niet in wat je doet.''

Hoeveel tijd er ook mee is gewonnen, als anderen in zijn boeken het patroon niet kunnen herkennen, steekt dat Van Weelden. Maar om nou een knieval te maken voor het publiek, alles glad te strijken wat onbegrepen zou kunnen blijven - dat nooit: ,,Mijn boeken hoeven niet schattig te zijn, of lollig of charmant. Nee! Ze moeten een adequate reactie zijn op de nooit voorbijgaande wanhoop van het leven. Dingen van vroeger, die je graag wilt vertellen. Dingen die je mooi vindt, of tragisch, en die je handen en voeten wilt geven. Verbanden trekken.''

Daarom wisselt hij autobiografische notities af met een essay over melancholie, een nauwgezette analyse van de fotografie van Robert Frank uit de jaren veertig en vijftig, een interview met zichzelf, een brief en een verhaal, waarin kan worden 'aangeklikt' als op een internetsite. ,,Ho, ho!'' roept Van Weelden. ,,Je moet goed begrijpen dat het onderliggende gevoel steeds hetzelfde is. Anders wordt het een rare kiekkast, een uitdragerij. Dat geldt voor mijn eigen boeken niet minder dan voor die van Balzac of Dickens. In hun werk komt letterlijk iedereen voor, de duvel en zijn mallemoer. Dat is juist de lol. Dickens was er trots op mensen uit alle walks of life in zijn boek te proppen. Hij zorgde ervoor dat zijn plot de allerarmsten, de rijksten, de meest deugdzamen en de criminelen samenbracht.''

,,Wat Dickens doet, dat doe ik ook - zij het niet met mijn personages. Ik laat extremen, allerlei ideeën en emoties, als spaken in het wiel om elkaar heen draaien. Als ik fictie schrijf, of als ik vertel wat ik voel als ik naar de foto's van Robert Frank kijk, dan maakt dat niet wezenlijk uit. Ik heb geprobeerd verschillende vormen te vinden voor één gevoel. 'Van hier tot hier' is een dossier, een map waar alles inzit. Het is gewoon, boem, recht door zee. Weg met de beknelling in de literatuur! Dat zeg ik niet omdat ik een modieuze avantgardist wil zijn, welnee. Ik zie het meer als een soort punk, wat ik doe. Ik heb dit en ik heb dat, besef dat ze bij elkaar horen en kijk: een verhaal.''

Er valt een korte stilte. Dirk van Weelden kijkt voor zich uit en zegt: ,,Dat niet alles meteen makkelijk te duiden is, is geen probleem. Er moet veel fuzzy zijn, irreëel, duister. Het leven neemt ook hele rare vormen aan, als je er goed over nadenkt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden