DIRECTEUR VAN HERBOUWDE FLINT WIL OOK AVONTUURLIJK PROGRAMMEREN 'Vier jaar na de brand voel ik het litteken nog steeds schrijnen'

AMERSFOORT - Het verkoolde theater De Flint in Amersfoort had na de brand van vier jaar geleden een prachtig decor kunnen zijn voor voorstellingen. Directeur T. Porringa heeft die suggestie menigmaal gehoord. “Maar ik wilde geen misbruik maken van de brand”, zegt ze. “Ik was bang dat ik het ongeluk over me zou afroepen.”

Geen optredens in De Flint dus, nadat een onbekend gebleven pyromaan er in november 1990 had huisgehouden. De abonnementhouders en andere liefhebbers van dans en toneel konden wel met de bus naar schouwburgen in de omgeving. Mét een deel van het vertrouwde personeel. Zij zorgden ervoor dat de voorstellingen in andere theaters toch een beetje 'eigen' waren.

Zulke uitstapjes zijn niet langer nodig, want het nieuwe theater annex congrescentrum is af. Vandaag wordt het feestelijk gepresenteerd tijdens een groot spektakel dat, ook bij slecht weer, begint op het dak van de nieuwe parkeergarage. Jasperina de Jong zal daar de opening verrichten.

De dakbedekkers, heiers en lichtmonteurs zijn al eerder getrakteerd op de cabaretier Herman Finkers. En de bewoners van Amersfoort konden de afgelopen weken tegen gereduceerde prijzen inspeelvoorstellingen zien. Dus zijn nu de mensen aan de beurt die de bouw van het nieuwe theater mogelijk hebben gemaakt.

Op de rode, in Engeland ontworpen, stoelen zitten vandaag de vertegenwoordigers van hogere en lagere overheden en de sponsors. De laatsten hebben ruim anderhalf miljoen gulden bijgedragen aan de verbouwing die in totaal twintig miljoen gulden kostte. Daarom kunnen ze voortaan twee keer per jaar gratis in een eigen loge zitten.

De nieuwe Flint is door dezelfde architect ontworpen als de oude: Onno Greiner. Met collega Martien van Goor zorgde hij voor een 'open' gebouw, dat door de glazen foyers op alle verdiepingen een mooi uitzicht geeft op de stad. De inrichting is strak, modern en luxueus.

Porringa: “Zeventien jaar geleden werd De Flint nog low level gebouwd, met bruine muren, een sobere inrichting en straatstenen die van buiten doorliepen in de foyer. De filosofie was toen dat een theater vooral laagdrempelig moest zijn. Uitgaan is inmiddels weer een feest geworden, dus mag het theater ook weer een bescheiden chic uitstralen.”

De zaal biedt ruimte aan achthonderd bezoekers in plaats van vijfhonderd vroeger. Het toneel is iets groter dan in het Amsterdamse Carré en er staat een toneeltoren, waardoor grote voorstellingen zoals 'Het Zwanenmeer', 'My Fair Lady' en 'Willeke' nu ook in Amersfoort te zien zullen zijn. Bovendien zijn er goede kleedaccommodaties voor de spelers gebouwd.

Allergisch

Je zou bijna zeggen dat de brand vooral verbeteringen heeft gebracht. “Mmwah”, zegt Porringa. “Je kunt die negatieve omstandigheden inderdaad gebruiken om zaken te verbeteren. Maar brand is wel heel ingrijpend. Dat litteken voel ik iedere keer schrijnen als ik ergens een brandlucht ruik. Ik ben daar allergisch voor geworden.”

In de Flint heeft de geur van nieuwigheid de schroeilucht verdreven. Nu moet de theaterdirecteur het publiek weer binnen krijgen. Dat gaat ze eigenzinnig aanpakken. “Ik wil niet alleen Aha-Erlebnisse, maar ook avontuur en experiment. Daar sta ik overigens wel een beetje alleen in.”

Ze zegt het voorzichtig, want ze wil alle theaters die mikken op volle zalen niet voor het hoofd stoten. Noemt meteen duizend-en-een verzachtende omstandigheden voor de collega-directeuren: gesubsidieerde gezelschappen - die meer artistieke vrijheid hebben dan het vrije circuit - komen minder snel naar de uithoeken van het land. En theaters lijden steeds meer onder de bezuinigingen. Ze voelen zich dus wel genoodzaakt om commerciëler te programmeren.

“Dat zwaard van Damocles hangt nu nog niet boven mijn hoofd. Daarom kan ik blijven kiezen voor een riskante programmering, al levert dat wel eens halfvolle zalen op. Dertig bezoekers is natuurlijk afschuwelijk, maar als je uitsluitend volle zalen wil trekken, draag je ertoe bij dat de maatschappij alleen maar oppervlakkiger wordt.”

Porringa wil dat het publiek naar De Flint gaat met het idee: ik krijg een voorstelling van niveau te zien, maar ik weet niet wat me te wachten staat. “Daar mag best een keer een mislukking tussen zitten, maar dan wel een kwaliteitsvolle mislukking.”

Onvermijdelijk is de vraag: wat kiest ze wel en wat niet? “Hoe moet ik dat nou zo elegant mogelijk uitdrukken?”, peinst Porringa. “Ik houd niet van cabaretiers die grappen maken ten koste van bevolkingsgroepen of gehandicapte mensen. Dan bedoel ik niet Youp van 't Hek met zijn geblokte broek, maar wel cabaretiers die bijvoorbeeld zeer vrouwonvriendelijke grappen maken. Liever zoek ik equivalenten op hetzelfde amusementsniveau, maar wel kwaliteitsvoller.”

De theaterdirecteur weet nu al dat het nieuwe muziekensemble De Ereprijs geen uitverkochte zaal zal trekken. Net zo min als een gewaagde voorstelling van O'Neills 'Rijkemanshuis' door Het Zuidelijk Toneel. Toch maar blijven programmeren, vindt ze, vernieuwing vraagt nu eenmaal om een lange adem.

“In de jaren zeventig was ik betrokken bij experimentele Mickery-voorstellingen in Apeldoorn. Die trokken de eerste keer dertig mensen, maar ze eindigden met 150 mensen. Zoiets lukt alleen als je er geen incident van maakt; er moet structuur in zitten. Wil je publiek opbouwen, dan moet je zeker drie jaar de tijd nemen.”

Voor- en nabesprekingen rond voorstellingen horen daar ook bij. De bovenfoyer van het nieuwe theater is speciaal voor deze activiteiten ingericht met een bar, tafeltjes en stoelen. Geïnteresseerden kunnen daar, niet gestoord door andere bezoekers, informatie krijgen over de produkties.

“Die bijeenkomsten blijken zo in een behoefte te voorzien dat we de stoelen nauwelijks kunnen aanslepen. Om kwart voor zeven 's avonds hebben we wel eens honderd dansliefhebbers binnen gehad voor een exposé over Krisztina de Châtel. Ik was stomverbaasd.”

Voor trouwe bezoekers heeft De Flint een nieuwe aanbieding 'die meteen wat geld in het laatje brengt': een Avondje Theater Compleet. Voor vijftig gulden kunnen de klanten eerst komen dineren. In de pauze staat een drankje op hun gereserveerde tafeltje en na afloop een consumptie mét garnituur. Voordeel: ze zijn verzekerd van een zitplaats en hoeven niet te wachten aan de bar.

Vergeten bezoeker

Af-en-toe bezoekers moeten ook niet vergeten worden, vindt Porringa. Wat dat betreft is ze het eens met een onlangs verschenen onderzoek van Theater Netwerk Nederland naar de losse klant. Al vindt ze het niet sterk onderbouwd. Zo maakt het rapport vergelijkingen met Britse theaters, waar de situatie anders is dan in Nederland. “Ik had liever willen weten in welke categorie die 'vergeten' bezoekers' vallen: zijn het vooral jonge mensen die zich niet met een abonnement willen vastleggen of zijn het de jonge gezinnen.”

Bij De Flint doet de administratie nu veel moeite om de losse bezoekers te registreren. Dat is lastig, maar nodig. Want als hun naam eenmaal in de computer staat, kan het theater hen ook aanschrijven voor andere voorstellingen.

Niet dat een BZN-fan nu meteen een uitnodiging krijgt voor Het Nationale Toneel. Dat heeft toch weinig zin. “Maar we kunnen hem wel informeren over optredens in dezelfde categorie. Het mes snijdt dan aan twee kanten: wij tonen onze aandacht voor hem als theaterbezoeker en hij wordt geattendeerd op voorstellingen die anders niet onder zijn aandacht waren gekomen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden