Directeur Arbeiderspers voelt zich na schotschrift Jeroen Brouwers verraden

Van onze kunstredactie AMSTERDAM - Liever reageert hij niet. Wat valt er ook te zeggen? Alleen de lachers zullen er wel bij varen. Maar na lang aandringen wil hij wel iets kwijt en zegt Arbeiderspers-directeur Ronald Dietz: “Vrienden zeggen, Ronald, doe wat. Maar ik doe het niet. Wie geschoren wordt, moet stil blijven zitten.”

De aanleiding is het zojuist gepubliceerde schotschrift ('extra edietzie' staat er in gifgroene letters op) van Jeroen Brouwers waarin deze de aanval opent op zijn voormalige uitgever. Het boekje verscheen als herfstnummer van 'Feuilletons' (periodiek verschijnende uitgave van werk van Jeroen Brouwers) en behandelt niet alleen de opkomst van de 'zakjapanner' Dietz, maar ook de teloorgang van zijn fonds.

Brouwers: “Dietz, de laptop, houdt dan ook niet van 'het persoonlijke principe van impressionistisch uitgeven'. Een onbetrokken glamourtype à la Dietz gaat het uitsluitend om geld. Schrijvers zijn toeleveraars van verhandelbare waar en verder niets voor Dietz.”

Terwijl de Theo Karsen en Saskia van Rijnswous welig tieren, zijn andere, al jarenlang tot de stal behorende schrijvers als J. J. Peereboom en Ad Zuiderent de tent 'uitgejend'. Brouwers: “De loyaliteit en trouw van deze beiden was voor Dietz waardeloos stro waarvan hij geen Goud kon spinnen. Dus: wèg met die twee.”.

Achteraf begon de ellende al in 1991, toen 15 auteurs, onder wie Benno Barnard en Boudewijn Büch 'overliepen' naar Atlas, de nieuwe uitgeverij van de als opvolger van Theo Sontrop gepasseerde redacteur Emile Brugman. Dietz verklaarde hun de oorlog en - schrijft Brouwers - “smeekte mij om tegen die pleurisBüch een polemiek te schrijven, waarin ik hem, Dietz, tevens zou aanprijzen als een Geweldige Uitgever. Waarom zou ik? Schrijf ik polemieken op bestelling? Heb ik een polemiekenwinkel?”

Sinds vorige week wel, zo lijkt het. Als klap op de vuurpijl gaat Brouwers in op de reden van zijn eigen vertrek. Al eerder ontevreden over de wijze waarop Dietz met zijn werk (heruitgaven en vertalingen) omsprong, barstte de bom toen Dietz 'verrajer' Büch voor veel geld weer binnenhaalde, terwijl hij, Brouwers, niets hoorde toen hij een jaar eerder om wat geld had gesmeekt omdat hij in financiële nood verkeerde. Om een lang verhaal kort te houden: het is daarna niet meer goed gekomen tussen Dietz en de schrijver, die inmiddels naar Atlas vertrokken is en eindigt met de biecht dat hij “de dingen eerder had moeten doorhebben: met de dumping van Brugman begon de afbraak van De Arbeiderspers”.

De kritiek is niet mals. Maar klopt ze ook? Bijna vertrekkend hoofdredacteur Martin Ros, die Brouwers ooit binnenhaalde en terloops wordt aangevallen om zijn lafhartige houding in het conflict, reageert terughoudend: “Ik heb gepoogd om een groot ravijn dat gaapte tussen de partijen te verkleinen. Maar dat is mij niet gelukt.” Op de vraag of het fonds inderdaad in verval aan het raken is, antwoordt hij: “Ik maak me zorgen. Maar niet alleen om de AP. Het hele vak is zakelijker geworden. .. Misschien moet dat ook wel om mooie dingen te kunnen blijven uitgeven. Zie ook De Bezige Bij en Prometheus.”

De vertrokken Ad Zuiderent is duidelijker: “Mijn eerste ontmoeting met Dietz is typerend voor zijn werkwijze: hij zei niet 'heb je een plan?' of iets dergelijks, maar riep meteen: 'we gaan je werk verramsjen, want het loopt niet'.” Rob Schouten ('ik ben dubbel') kent de ontevredenheid van veel collega's en ziet ook zelf een 'cultuuromslag'. “Vroeger was de uitgeverij een soort tweede huis voor veel schrijvers. Daar kon je altijd terecht en werd er ook inhoudelijk over literatuur gesproken. Nu is de sfeer anders. Zakelijker inderdaad. Aan de andere kant moet ik Dietz nageven dat het hem wel gelukt is de oplages van schrijvers als De Loo en Komrij sterk op te hogen. Dat is een verdienste.”

Wel tevreden daarentegen is Jan Eijkelboom. Hij noemt de manier waarop hij als oude vriend van Sontrop door de AP behandeld wordt zelfs 'voorbeeldig' en heeft verder weinig zicht op wat er in Amsterdam gebeurt.

Dietz zelf ten slotte, voelt zich vooral verraden. Hij wijst op de vele lieve briefjes die Brouwers hem ooit als een soort 'redder' in nood schreef en nu dit. Dietz: “Het is allemaal niet waar. Ach, geen hart voor literatuur? Ik heb juist geprobeerd deze uitgeverij van de afgrond te redden. Kijk naar Privé-Domein, er zijn onder mijn hoede 25 delen verschenen. En verder kan ik slechts wijzen op wat Sontrop deze week in HP/De Tijd zegt: “Natuurlijk! Als uitgever breng je soms de grootst mogelijke rotzooi op de markt - de schoorsteen moet roken - en met het binnengehaalde geld doe je weer dingen die je leuk vindt. Dat doet elke uitgever als hij verstandig is. Dat is cynisch, slecht en moet dus geprezen worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden