Directe confrontaties in Sjostakovitsj’ celloconcert

Radio Kamer Filharmonie olv James MacMillan (matinee) en Nederlands Philharmonisch Orkest olv Yakov Kreizberg (avondconcert) op 17/1 Concertgebouw Amsterdam. Matinee Radio 4 op 20/1, 20.00 uur; het NedPhO-concert wordt herhaald op 20/1.

Er was zaterdag in het Amsterdamse Concertgebouw een unieke kans om het Eerste celloconcert van Dmitri Sjostakovitsj twee keer te horen spelen door twee jonge top-cellisten. In de ZaterdagMatinee trad de Fransman Jean-Guihen Queyras aan, nauwelijks zes uur later gevolgd door de Duitser Daniel Müller-Schott.

Door die toevallige overeenkomst in de programmering echode de ene uitvoering nog in de oren na toen de andere al weer begon. En op 30 januari aanstaande klinkt het concert nogmaals, dan in de uitvoering van de Chinese cellist Jian Wang en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Het zegt iets over de populariteit van Sjostakovitsj’ meester-concert, dat in 1959 voor Mstislav Rostropovitsj werd geschreven.

Beide uitvoeringen stonden op een hoog niveau. maar Queyras verloor op punten van Müller-Schott. Diens cello heeft een donkerder, aangenamer klank dan die van Queyras, beter ‘passend’ bij de bijtende en melancholische Sjostakovitsj-ironie. In het wat langzamer tempo van de Duister en zijn dirigent Kreizberg was meer ruimte voor nuancering en dynamische variatie. Het ’sliep uit!’-thema waarmee het concert begin, klonk in dat langzamere tempo nóg irritanter. Ook in de virtuoze, uitgeschreven solocadens wist Müller-Schott meer indruk te maken.

Maar het verschil tussen de uitvoeringen zat toch vooral in de begeleidingen. James MacMillan leidde de Radio Kamer Filharmonie (hij wordt er vanaf september vaste gastdirigent) met grote gebaren, maar met geringe aandacht voor fraseringen, accenten of dynamiek. De solohoornist van het RKF speelde ruig zoals het hoort, maar die van het NedPhO was én ruig, én wist de dynamische tekens die in de partituur staan scherp hoorbaar te maken.

Dirigent Kreizberg ‘verstaat’ deze muziek als weinig anderen. Dat bleek ook in de spectaculaire uitvoering van Rachmaninovs Tweede symfonie. De verzadigde klank die hij daar wist te bereiken was haast te veel van het goede, maar wel uitermate effectief. Het NedPhO glorieerde in alle geledingen.

MacMillan wordt dit jaar vijftig, net zo oud als Sjostakovitsj’ concert. Met de uitvoering van zijn ’St John Passion’ doorbreekt het Concertgebouworkest in april de meer dan 100-jarige traditie van een Bach-passie op Palmzondag. In de matinee dirigeerde hij na de pauze zijn meesterwerk uit 1993, ‘Seven Last Words from the Cross’. Deze onwaarschijnlijk rijke en suggestieve compositie werd in Nederland al vaker gespeeld. Nu zong het Britse koor The Sixteen met prachtige overgave aan tekst en muziek. Van de haast schaamteloos mooie melodie bij ‘Venite adoremus’ tot de kale en bitse, door uitgesponnen pauzes gescheiden uitroepen, was de uitvoering perfect in sfeer en ontroering. De laatste zuchten van Christus aan het kruis werden door de strijkers van de RKF met stokkend ongeloof gespeeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden