Dinsdag van voorbarige vreugde

Het bevrijdingsgerucht was 5 september 1944 onweerstaanbaar. Het werd een 'Dolle Dinsdag', een gevaarlijke cocktail van vrolijkheid en doodsangst.

Dolle Dinsdag? Nee, daarvan heeft Gisela Wieberdink-Söhnlein (92) weinig meegekregen, zegt ze. Op 5 september 1944 zag zij de NSB'ers en Duitsers niet vluchten. Evenmin stond ze vol verwachting met een Engelse vlaggetje in de hand op straat geallieerde soldaten op te wachten. "Ik zat in Kamp Vught gevangen", vertelt ze. "Dus over Dolle Dinsdag kan ik niks vertellen." Gebeurtenissen buiten de poort ontgingen haar. Maar toch. Het hele kamp wist het en hoorde het: de tommy's (Britse soldaten, red.) komen!

Eén ferme potloodkrabbel van oorlogspremier Pieter Sjoerds Gerbrandy maandag 4 september 1944 in Londen bracht Nederland in rep en roer. In hun opmars sinds 6 juni, D-Day, hadden de geallieerde legers zojuist Antwerpen bevrijd. Gerbrandy had vernomen dat bij Breda geallieerden waren gezien. Hij wijzigde een cruciale passage in zijn toespraak voor Radio Oranje snel met potlood. De geallieerde legers 'naderden' niet langer de grens, maar 'hebben die overschreden'. Hij glimlachte.

Maar Breda was nog niet bevrijd. Het waren mogelijk verkenners geweest. Meer dan één bron had Gerbrandy niet gehad. Na zijn rede besloot de BBC dat Gerbrandy wereldnieuws bracht. De premier vergaderde tijdens het BBC-nieuws al in de ministerraad over terugkeer naar Nederland en over 27 speciale wetten daarvoor. In Nederland kondigde rijkscommissaris Seyss-Inquart de staat van beleg af. Op samenscholingen kon zomaar worden geschoten, viel 5 september te lezen.

Nu wordt het menens, ervoer Nederland. Het 'bevrijdingsnieuws van Breda' bracht een grote schok teweeg. Sommigen vergaten de gevaren en deden alsof de bezetting voorbij was. Bij de bezetter en Duitsgezinde burgers brak paniek uit. Archieven werden verbrand. Sommigen pleegden zelfmoord. Tegelijkertijd kwam het verzet in actie. Gerbrandy's kabinet besloot kwartiermakers naar Nederland te sturen. Niemand leek te merken dat de geallieerde opmars na Antwerpen stokte.

Het bevrijdingsnieuws spoelde als een geruchtenstroom door Nederland. Ook Kamp Vught wist dat de Engelsen in aantocht waren. Wieberdink, gevangen vanwege het regelen van onderduikadressen voor Joodse kinderen, hoorde al in juni over D-Day. "Ik moest toen werken in een gasmaskerfabriek in Den Bosch", zegt ze. "Een van de hoofden, die naar de Engelse radio luisterde, zei dat hij zich niet zou scheren als dat gerucht waar was. De dag erna had hij zich niet geschoren."

Eindeloos optimisme

Ons optimisme over de spoedige bevrijding was begin september eindeloos, vertelt Wieberdink. Ze schreef sinds Pasen 1944 met vriendin Hetty Voûte liedjes. Vrouwen in het kamp zongen die om het harde kampleven te relativeren. Hun hoop in de eerste dagen van september van 1944 beschreven ze in 'Daar komen de tommy's': "Terwijl de explosies trilden om ons heen. 'Luik is gevallen' wat zeg je me daar. Ze zijn met België al haast klaar. De tommies zijn al haast door Brabant heen."

De bevrijding leek een kwestie van dagen. Gerbrandy's 'nieuws' ging van mond tot mond en van stad tot stad. Rotterdam zou zijn bevrijd. Zwolle was al bereikt. Met droge ogen beweerden sommigen de geallieerde soldaten te hebben gezien. Weinigen luisterden zelf naar Radio Oranje. Geruchten deden het werk. Duitsgezinde personen waren beter geïnformeerd. Die hadden hun radio's mogen houden.

Mensen zagen het bevrijdingsnieuws bevestigd door de vele vluchtende NSB'ers.

In Kamp Vught, een concentratiekamp met plek voor 15.000 gevangenen, liep de spanning hoog op. Op 4 september hoorden gevangenen 's avonds knallen van eindeloze fusillades. Velen brachten de nacht daarna doorwaakt door, beschreef een gevangene later. De crematoriumschoorsteen rookte continu. Wieberdink herinnert zich van deze dagen vooral het optimisme. "We dachten: het is snel afgelopen en de poort gaat dan open. We zouden zo naar buiten marcheren."

Het bevrijdingsoptimisme wakkerde ook het verzet aan. Prins Bernhard was 3 september benoemd tot bevelhebber der Nederlandse strijdkrachten. Zijn eerste bevel aan het verzet was: niet toegeven aan het enthousiasme van het ogenblik. Geen solo-acties. Maar niet iedereen kreeg dit bevel mee. Zo pakte het Waalwijkse verzet op Dolle Dinsdag NSB'ers en landwachters op. Breda, nabij, was immers vrij? Vrouwen van deze opgepakte mannen vingen bot bij burgemeester Eduard Moonen.

Vlagvertoon en vreugdedansen

Passerende SS'ers werden de volgende dag aangeklampt door de vrouwen. Deze SS'ers maakten zich boos om de Nederlandse vreugde en schoten al eerder op feestende mensen. Zij fusilleerden achter het gemeentehuis Moonen en één burger. Een derde man overleefde dit. Veel zuidelijker, in Zeeuws-Vlaanderen, waande de bevolking zich dinsdag bevrijd. Hoe ver was het vrije Antwerpen helemaal? In Axel riep een verzetsorganisatie een predikant uit tot burgemeester.

De bevrijdingsberichten via Radio Oranje, daarna bevestigd door de BBC, brachten op Dolle Dinsdag ook het ondergrondse College van Vertrouwensmannen in actie. Dat bereidde in Nederland namens de regering in Londen de machtsoverdracht voor. Aan het einde van deze dinsdag, schreef historicus Loe de Jong, was de bezetting van de belangrijkste departementsposten in Den Haag geregeld. Elders traden sommige ondergrondse groepen openlijk naar buiten, tot het gezellige aan toe.

De Rotterdammers konden op de gesaboteerde draadoproep horen: "Stadsgenoten, het uur van uw bevrijding nadert snel." Het was een landelijk gecoördineerde verzetsdaad, die alleen ook slaagde in Zwolle. In Rotterdam klonk daarna: "Rotterdam is vrij." Dat leidde tot vlagvertoon en vreugdedansen. De radiosabotage was één van de acties op Dolle Dinsdag van de verzetsgroepen van Jan van Bijnen. Elders strooiden diens mensen kopspijkertjes om vluchtende NSB'ers te tergen.

De aanblik van vluchtende NSB'ers, soms op huifkarren, verhoogde de feestvreugde. De Nationaal-Socialistische Beweging ontruimde in paniek het hoofdkwartier in Utrecht. Bij NSB'ers en hun gezin ontstond doodsangst; 65.000 nationaal-socialisten vluchtten. Hun reizen voerden onder meer naar kamp Westerbork en de Lüneburger Heide. Op dinsdag sliepen NSB'ers bij station Amsterdam om de evacuatietrein maar niet te missen. Die werd een dag later bij Diemen beschoten: 36 doden.

In Kamp Vught was de hoop ook gevestigd op het verzetswerk. Maar de sabotage van de spoorlijnen mislukte daar. Op maandag 4 september gonsden in het kamp geruchten dat de gevangenen door de Duitsers zouden worden meegenomen. Dinsdag reden tijdens de middagpauze ineens schreeuwende SS'ers langs. Iedereen moest zich op de appèlplaats opstellen. In de verte klonken de oorlogsgeluiden vanuit België. Na lange uren wachten werd de rookpluim van een locomotief zichtbaar.

Wieberdink weet nog feilloos wat ze enkele dagen erna schreef, en zingt: "Daar komen de tommy's, daar komen de tommy's. Nu is het met de moffenheerschappij gedaan. Ze pakken hun koffers met veel kabaal. Of eigenlijk de onze, dat is egaal. Als ze ons maar op Hollandse bodem laten staan. Daar komen de tommy's, daar komen de tommy's. We kijken vol spanning naar de dag van morgen uit. Tommy's of moffen in de lucht. Zijn we vrij of nog in Vught? Nee, we gaan mee als oorlogsbuit."

In ijltempo leeggeruimd

Ze schreef het lied in kamp Ravensbrück, waarheen 650 vrouwelijke gevangenen opgepropt in veewagons bleken te zijn vervoerd. "We zongen, want we zouden immers toch worden bevrijd", vertelt Wieberdink. "Daarvan waren we vast overtuigd. Ook in Duitsland sudderde dit voort. Voor de Kerst zouden we weer thuis zijn. Veel ouderen hebben zich daaraan vastgeklampt tot aan Kerst. Die overleefden het niet. We zijn in april bevrijd."

Kamp Vught werd na Dolle Dinsdag in ijltempo leeggeruimd. Naast de vrouwen werden er 2800 mannen naar Duitsland afgevoerd. In de gebouwen werden explosieven aangebracht om alles op te blazen voordat de geallieerden zouden arriveren. Maar tot die vernieling is het nooit gekomen. Het 350.000 vierkante meter grote kampterrein bestaat nu nog. Naast een Molukse wijk, een gevangenis en een kazerne bevindt zich daar sinds 1990 het Nationaal Monument Kamp Vught.

De naam 'Dolle Dinsdag' werd pas gemunt nadat de publieke vrolijkheid en woede weer ondergronds waren gegaan, net zoals het verzet. In De Gil, een populair anti-Duits blad met een heimelijke Duitse agenda, viel deze naam op 15 september te lezen. De vlaggen en oranje-attributen waren toen allang weer opgeborgen. Al aan het einde van de 'dolle' dinsdagmiddag beseften veel Nederlanders dat ze te vroeg waren geweest met hun erehagen, vreugdefeesten en wraakoefeningen.

Toch golfden de emoties nog dagen door het land. "Al gaat het niet zoo vlug als we gehoopt hadden, het komt toch", meldde de speciaal oranjegekleurde bevrijdings-Trouw 14 september. Twaalf dagen later schreef de krant: "In ademlooze spanning zagen wij toe. Zou het lukken? Eindhoven? Ja! Grave, de Maas? Ja! Nijmegen, de Waal? Ja! Toen kwam de tegenvaller. Voor Arnhem bleef de dolk steken. De Slag om Arnhem duurt voort. God geve de onzen een spoedige overwinning."

Ontruiming Kamp Vught

Het is vandaag 70 jaar geleden dat Kamp Vught is ontruimd. De NOS zendt vanmiddag vanaf 13.20 uur de herdenking hiervan live uit. Aan het woord komt onder anderen historica Marieke Meeuwenoord. Ze promoveert op de geschiedenis van Konzentrationslager Herzogenbusch, zoals het kamp officieel heette. Dit was in Nederland het enige kamp onder direct bestuur van Berlijn. Op 5 en 6 september 1944 zijn ruim 3.400 gevangenen met veewagons naar concentratiekampen in Duitsland gebracht. Op basis van het proefschrift publiceert Meeuwenoord het eerste standaardwerk over Kamp Vught: 'Het hele leven is hier een wereld op zichzelf'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden