Dingeman van der Stoep 1906-1997

August en Alida - nationale figuren moeten het geweest zijn, begin jaren vijftig. Die herinnering bewaar ik althans. Ik mat hun belang af aan het wonderbare feit dat een oudtante van zeer vrijgemaakte snit nochtans was geaboneerd op Trouw, wat volstrekt tegen de regels was. Je werd immers geacht het Gereformeerd Gezinsblad (het latere Nederlands Dagblad) te lezen, en wel uitsluitend. Zij las Trouw om te kunnen genieten van de belevenissen van August en Alida.

Dingeman van der Stoep schreef die stukjes op het laatste moment in een kroegje bij het Baarnse station en gaf ze dan mee aan de conducteur, die ze in Amsterdam aan een jongen van de krant overhandigde. In 1953 moest hij er van zijn baas mee stoppen.

Het was niet de eeste keer dat hij problemen kreeg door zijn schrijverij: toen in 1937 zijn roman 'Zijn dat uw kinderen?' verscheen, was dat de Gereformeerde Kerk in Leiden onwelgevallig, omdat hij zich - milde - kritiek veroorloofde op de steile gereformeerde levensstijl. Hij stond juist 'op tal' voor diaken, maar dat werd haastig ongedaan gemaakt.

Van der Stoep, geboren in 1906 in Berkel en Rodenrijs, was na een paar jaar gymnasium en wat cursussen, journalist geworden bij de Nieuwe Leidsche Courant. Als zodanig beluisterde hij, samen met Herman Felderhof, zo'n twintig preektijgers van die dagen en deed daarvan verslag in 'In de houten broek - over dominees, preeken en kerkmenschen' (1940). Wie wil opsnuiven hoezeer de tijden veranderd zijn, moet nog eens, zoals ik voor deze gelegenheid deed, in dit boek bladeren. Heerlijke lectuur!

In 1942 stapte hij over naar de uitgeverij. “Bert Bakker wilde me wel hebben, maar ik kende hem als een woest levende man.” Dat werd het dus niet, wèl Bosch & Keunig, waar hij eerst als redacteur en van 1952 tot 1971, als directeur werkzaam was.

Onder zijn directie groeide de uitgeverij van een kleinschalig bedrijf uit tot een middelgroot concern. De eerste aankoop was 'In den Toren', een poging af te komen van het eenzijdige stempel van christelijke uitgeverij. Later kwamen daar onder meer bij Ambo, De Fontijn, Ten Have, Cantecleer en Van Walraven.

In het boekenvak werd Van der Stoep een man van groot gezag. Hij is lid geweest van, denk ik, alle besturen en commissies in de branche. Maar nooit als voorzitter. Zijn begeerte ging niet uit naar uiterlijk vertoon. Buitenlandse reizen waren hem een gruwel. Hem viel de hoogste eer in ons vak ten deel: erelid van de Koninklijke Vereniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels.

Na zijn pensionering schreef hij nog twee romans, 'Voeten in de aarde' en 'De dader ligt op Meerzijn'. Ze kregen niet het onthaal dat hij had verwacht en dat kon hem soms somber maken.

Hij vond zichzelf geen dichter, al liet hij een mooie bundel met kerstgedichten na, waarin het talloze malen op kerstfeesten gedeclameerde gedicht 'Dit is 't vertelsel van het kind'. Die kerstgedichten, die hij telkenjare als groet aan zijn vrienden verzond, bleef hij schrijven. De laatste beschrijft hoe hij er in zijn kinderfantasie van overtuigd was dat er van de tijd van slapen gaan/ totdat hij 's ochtends op zou staan/ op 't dak van 't huis een engel zat.' Nu, oud geworden, leeft hij in deze hoop: De engel die op 't dak neerstreek/ (was het alleen maar fantasie?)/ misschien is ze ook de engel die/ de veerman wordt bij de oversteek.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden