Dikke van Dale / Het duizelt je en het barst van de fouten

Het is hoog tijd dat meer vakspecialisten zich met de Dikke van Dale gaan bemoeien. Het dure werk staat vol slordigheden en onduidelijkheden. Nederlanders en Vlamingen hebben net als Britten en Duitsers recht op een goed woordenboek.

In de driedelige Van Dale van 2005 staan fouten, inconsequenties en slordigheden. Dat is onvermijdelijk. Maar het gaat wel om zoveel en zo grote enormiteiten dat ik aan het noteren sloeg, vanuit een schoolmeesterachtige aanleg maar ook met groeiende verbijstering en verontwaardiging.

Het is hoog tijd om (meer) vakspecialisten bij de samenstelling van Van Dale te betrekken. Het gezaghebbend geachte woordenboek bevat nu veel te veel fouten en nodeloze vaagheden. Reden tot verontwaardiging? Jazeker, want als je die Grote Van Dale nodig hebt, wat doe je dan? Je geeft er je goeie geld voor. En wat krijg je dan? Meer dan zes kilo bedrukt papier, royaal voorzien van papierluizen en ezelsoren – ik bedoel: fouten en slordigheden.

En die vind je bij Van Dale in zijn definities, zijn spelling, zijn informatie over herkomst. En dan zijn er nog de taalfouten, zijn stijlfouten, zijn opname van woorden en uitdrukkingen, zijn labels, zijn informatie over de uitspraak.

Zijn buitenlandse broers Robert, Oxford, Webster en Duden bijvoorbeeld hebben vrijwel geen last van luizen, zo verzekerden mij professoren Frans, Engels en Duits.

Hebben eenentwintig miljoen Nederlanders en Vlamingen niet ook recht op een betrouwbaar en verzorgd verklarend woordenboek? En recht op respect voor de consument?

En moet een producent zijn voortbrengsel niet aan grondige kwaliteitszorg onderwerpen voor hij het verkoopt? Of geldt dat niet, of in mindere mate, voor een gezagvol woordenboekmaker en voor een product met veel opvoedende invloed?

De voorbeelden hieronder zijn maar een heel kleine greep uit meer dan negentig bladzijden opmerkingen. Zo staat er bij petkuser dat het een haversoort is in plaats van roggesoort. Bij barmsijs staat Carduelis flammea, synoniem voor paapje; en bij paapje staat Saxicola rubetra. Bij chrismamis staat olie der zielen i.p.v. zieken. En wat betekent standvoetbekercultuur? Dat is een benaming voor een door in graven gevonden standbekers gekenmerkte cultuur die dateert van * Een definitie die zo vlot leest als een kettingbotsing.

Het is prettig om na een definitie ook wat uitleg over de herkomst te krijgen. En het is nog prettiger als die etymologische uitleg correct is. En beknopt. En zeker. De etymologische uitleg bij robbedoes luidt: waarschijnlijk Fries, een onduidelijke vorming uit de zeemanstaal, waarin mogelijk het eerste lid ’rob’ (zeehond) is, misschien ook van ’robben’ (stoeien) komt en het tweede wellicht behoort bij ’duizelen’. Duizelen, ja, dat doe je bij zo’n lange uitleg die ook nog onzeker is: hij bevat in vijf regels niet minder dan vijf twijfelwoorden (waarschijnlijk, onduidelijk, mogelijk, misschien, wellicht). Wat heb je daaraan?

Waarom krijg je geen etymologie bij trefwoorden waarbij je dat redelijk mag verwachten (lepra, Bouquetreeksboek, suzanne-met-de-mooie-ogen)? Waarom krijg je die dan weer wel bij woorden die weinig gebruikt worden zoals pardel, en geramasseerd en bij woorden die verouderd zijn, kwisten, labben, en loof.

Ook foute en onduidelijke uitleg over de herkomst blijven je niet bespaard. Bij baba (een Pools gebakje) staat geïntroduceerd door Lodewijk XIV in plaats van Lodewijk XV. En bij het trefwoord voltaire lest Van Dale je etymologische dorst met de sappige mededeling: de benaming heeft niets met de 18de-eeuwse Franse schrijver Voltaire te maken. Wie houdt men hier voor de gek? Was het niet zo pijnlijk, het zou hilarisch zijn.

De spellingregels uit het Groene Boekje worden volgens de inleiding van Van Dale onverkort toegepast, geheel conform de geldende spelling. Maar dat gebeurt niet. Waarom zegt Van Dale dat dan met zoveel aplomb? Hieronder nog een kleine graai uit déze zak verdriet. Van Dale is aan zijn veertiende editie toe. Ruim de tijd dus om zich te laten ontluizen. Toch kruipen de diertjes nog talrijk en vrolijk op hem rond, in zijn inleiding, in zijn aanhangsels en over zijn hele corpus.

Carlos Callaert is oud-docent Nederlands en Duits in Leuven en Gent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden