Dikke beurs, dikke buik

In een vleesfabriek in Peking worden kippen gereed gemaakt voor consumptie. Beeld reuters
In een vleesfabriek in Peking worden kippen gereed gemaakt voor consumptie.Beeld reuters

Meer inkomen betekent meestal dat er vaker vlees en eieren op tafel komen en minder granen en groenten. Dat is slecht voor de aarde en slecht voor de tailleomvang. Vooral als er ook nog veel frisdrank bij wordt gedronken.

Kees de Vré

Het is een universeel verschijnsel: naarmate je meer geld verdient ga je anders eten. De overschotten in het huishoudbudget, die ontstaan door betere inkomens, doen mensen vaak kiezen voor voeding die niet noodzakelijk is voor overleving. Je ziet overal ter wereld verschuivingen van granen en groenten naar vlees, zuivel, eieren en plantaardige oliën.

Dat proces wordt versterkt omdat de nieuwe middenklasse in de stad gaat wonen. Daar ben je niet meer gebonden aan de strakke ritmes van de plaatselijke landbouw, maar ben je verbonden met stromen die voedsel van over de hele wereld aanvoeren. Je eet dan niet meer om te overleven, maar om deel uit te maken van de overvloed, de rijke verscheidenheid van vreemde eetculturen. Je gaat niet meer naar de markt, maar naar de supermarkt. Daarmee geef je je over aan wat de voedselindustrie jou aanbiedt. Vaak meer dan je feitelijk nodig hebt. Eten is een vorm van consumentisme geworden, niet zelden op gang geholpen en gehouden door een bombardement van reclame.

Gelukkig zijn in de laatste decennia honderden miljoenen in staat geweest zich aan de armoede te ontworstelen en toe te treden tot de onderkant van de middenklasse. De verstedelijking is daarmee niet te stoppen. Nu leeft de helft van de wereldbevolking in de stad. In 2050 zal dat driekwart zijn. Hogere inkomens, betere levens, wat kan daartegen zijn?

Het antwoord is simpel: we zijn met te veel mensen om iedereen het eetgedrag te bieden dat de middenklasse doorgaans nastreeft. De verschuiving van granen en groenten naar dierlijke producten en plantaardige oliën vereist tot wel tien maal zo veel hulpbronnen zoals land, water en energie. Gezien de eindigheid van die hulpbronnen moet er iets gebeuren. Tot 2050 komen er nog eens 2,5 miljard mensen bij en er zijn nu al tekorten aan water en land, terwijl olie in 2050 zo'n beetje is opgeraakt.

Vitamines en mineralen
We eten kortom te veel en van de verkeerde dingen, constateert consumptiesocioloog Hans Dagevos van het onderzoekersinstituut LEI van de Wageningen Universiteit. "Dat is niet alleen slecht voor de conditie van de aarde, het is ook slecht voor onze eigen gezondheid. De switch van groenten en fruit, nodig vanwege de vele micro-nutriënten als vitamines en mineralen, naar calorierijke voeding als vlees en zuivel is een transitie die vrijwel overal ter wereld plaatsvindt en samen oploopt met de wereldwijde toename van overgewicht. Ik heb het voor China onderzocht en ook daar zie je grofweg dat dikkere portemonnees samen gaan met dikkere buiken."

China is alleen al door zijn omvang politiek en economisch een land aan het worden om je aan te spiegelen. Wellicht zal in deze eeuw de Chinese cultuur wel net zo in het dagelijks leven zijn opgenomen als de Amerikaanse dat is gelukt in de vorige eeuw. China heeft in de laatste dertig jaar, door een andere economische politiek, 250 miljoen inwoners uit de armoede weten te tillen. Dagevos: "Dat is een enorme prestatie. Tegelijkertijd zie je in die tijd een forse stijging van het aantal mensen met overgewicht. Het zijn er nu ruim 200 miljoen, waarvan een kleine dertig miljoen met extreem overgewicht, obees dus. Dat geeft straks veel gezondheidsproblemen."

Dat Chinezen westers fastfood eten is vooral ingegeven door de hang naar veilig voedsel. En het geeft status. Beeld reuters
Dat Chinezen westers fastfood eten is vooral ingegeven door de hang naar veilig voedsel. En het geeft status.Beeld reuters

De tabel langsgaand met ingrediënten, ziet Dagevos tussen 1982 en 2002 de Chinese rijstconsumptie iets - 10 procent - toenemen. Dat is volledig te danken aan het platteland. "Dramatisch - met een factor 5 - is de daling bij granen als maïs, sorghum en gierst. De inname van knolgewassen, groenten en fruit daalt ook. De vleesconsumptie is ruim verdubbeld, die van zuivel- en eierproducten verdrievoudigd.

"In korte tijd is het Chinese menu erg veranderd - meer vet, minder koolhydraten en vezels. Dat zie je vooral in de steden, maar de bevolking op het platteland nadert met rasse schreden. Degenen die helemaal hebben gebroken met de traditionele Chinese eetcultuur hebben het meeste last van overgewicht. In de hogere middenklasse is het al 40 procent. Dan zit je al bijna op westers niveau."

Geen toegang
Dagevos benadrukt dat deze ontwikkeling lang niet voor heel China model staat. "Naast die 250 miljoen mensen die in de laatste dertig jaar zijn toegetreden tot de middenklasse, zijn er nog 400 miljoen stedelingen die geen toegang hebben tot de consumptiesamenleving. Denk aan al die bouwvakkers, die komend van het platteland de nieuwe flats bouwen voor de middenklassers. En dan zijn er nog 700 miljoen boeren in het binnenland. Dus zeggen dat de verwestersing van het Chinese menu een bedreiging vormt voor de Chinese keuken is nogal overdreven."

Sanderine Nonhebel kan zich in die laatste kanttekening goed vinden. "China is, net als India, een groot groenteland. Bijna de helft van de wereldproductie wordt in dat land opgegeten. Daar kunnen wij wat van leren", aldus de Groningse onderzoeker die al vele jaren de relaties in kaart brengt tussen menu's en milieudruk.

"Vijftien jaar geleden dachten we dat de hele wereld hamburgers van McDonald's zou gaan eten. We zijn er wel klaar mee denk ik. Het zet niet door. Nu zie je vooral in opkomende economieën een groei van fastfood-restaurants, maar een stad Peking is er zeker niet mee overspoeld. Dat Chinezen westers fastfood eten is vooral ingegeven door de hang naar veilig voedsel. Het is weliswaar niet te eten, maar je krijgt er geen diarree van. En het heeft ook een beetje status. Je blijkt geld genoeg te hebben om veilig voedsel te kopen."

Dat in China geen fastfood wordt gemaakt in de traditie van de eigen eetcultuur, schrijft Nonhebel toe aan de eigenschappen van groenten. "Het is nog niet zo makkelijk om daar fastfood mee te maken. Maar ik denk ook dat het eten van hamburgers of kipnuggets in opkomende landen een eerste stap is in het verbreden van hun eetcultuur. De fastfoodketens zijn dikwijls de eerste restaurants van vreemde bodem die zich in opkomende landen vestigen. Ik zie het als een hang naar variatie. Zoals wij ooit naar de Chinees zijn gegaan, en misschien nog wel doen. Dat doe je eens in de één, twee weken. Dat er toch een snelle groei van overgewicht zich voordoet komt vooral door de immense hoeveelheden frisdrank die bij fastfood genuttigd worden."

Opgetuigde keten
De overstap naar een meer dierlijk menu in opkomende economieën gebeurt toch geleidelijk, constateert Nonhebel. "Wat je ziet als menu's veranderen omdat er meer geld is in die landen is vooral het eten van kip. Zo'n klein beest kun je met een gezin in een avond helemaal wegeten. Met varkens en runderen lukt dat niet, dat is te veel eten. Daarvoor heb je toch een opgetuigde keten nodig. Je ziet die nu langzaamaan wel ontstaan. Iets dergelijks geldt ook voor zuivelproducten."

Nonhebel, verbonden aan het Centrum voor Energie- en Milieuvraagstukken van de Groningse universiteit, waarschuwt voor een te simpele veroordeling van bepaalde onderdelen van een menu. "Vlees wordt te pas en te onpas naar voren geschoven. Ik plaag vegetariërs wel eens met de mededeling dat zij weer vlees moeten gaan eten omdat hun zongedroogde tomaatjes veel meer energie kosten om te produceren dan vlees. Als je dan weer kijkt naar land- en watergebruik dan is de vleesproductie weer zeer ongunstig."

Toch is vlees eten van alle tijden, stelt Nonhebel. "Mensen geen vlees meer laten eten gaat het niet worden. Dat is echt een lastig verhaal. Bedenk dat vee ook een afvalverwerker is. Veel reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie worden gebruikt als veevoer. Duurzaam vlees eten is dan net zo veel produceren als er afval is om beesten te laten opgroeien tot de slachtleeftijd. Voeren met primaire grondstoffen is erg onduurzaam. Dat we dat in Nederland toch doen, komt omdat we erg veel vlees produceren voor de export. Koks kunnen met hun bewuste keuzes hier het verschil maken."

Grip op grondstoffen

Brazilië beleeft de droogste zomer in vijftig jaar. Voor deze grote landbouwstaat is dat een ramp die ook ver buiten de landsgrenzen gevoeld gaat worden. Zo is de prijs van koffie - Brazilië is de grootste exporteur ter wereld - dit jaar al bijna verdubbeld. Het Zuid-Amerikaanse land is ook een grote soja-exporteur. Europese boeren voelen al de hoge prijzen voor veevoer (sojaschroot) in hun portemonnee vanwege grote vraag uit China. De droogte in Brazilië en het daarmee gepaard gaande productieverlies doen daar nog een schepje bovenop.

Deze situatie is weliswaar een momentopname, maar gaat structureel worden, schrijft adviesorganisatie KPMG in haar recente rapport 'Grip op grondstoffen: leveringszekerheid en biodiversiteit', dat is geschreven in opdracht van de koepel van supermarkten, CBL. De wereldbevolking groeit, wordt welvarender en gaat anders eten. De vraag naar grondstoffen zal snel groeien. De druk op de landbouw en visserij zal daardoor toenemen, met voortgaande ontbossing, excessief watergebruik en hogere CO2-uitstoot tot gevolg. Dat leidt weer tot verschraling van de landbouwproductie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden