Dijsselbloem vond amper bewijs voor daling van kwaliteit

Het is crisis, er heerst een noodtoestand, de ondergang van het onderwijs is nabij. In dit soort bewoordingen wordt al een tijdje gedebatteerd over de kwaliteit van het onderwijs. Dat crisisgevoel is nog aangewakkerd door de commissie-Dijsselbloem, die recente onderwijsvernieuwingen onderzocht.

Hanne Obbink

Er is sprake van een ’zorgwekkend dalende trend’ in het onderwijs, zo luidt een veel aangehaald zinnetje uit de twee maanden geleden verschenen commissieverslagen. Zie je wel, reageerde een koor van opiniemakers, het is mis met ons onderwijs, en dat is te wijten aan die vernieuwingen. Maar welke gronden voert de commissie-Dijsselbloem daarvoor aan? Wat beweert zij over de kwaliteit van het onderwijs?

In elk geval niet dat onderwijsvernieuwingen de oorzaak zijn van de dalende kwaliteit. Het niveau is er trouwens evenmin door gestegen, stelt Dijsselbloem. Dat is treurig, want dat was wel de bedoeling. Maar een verband tussen vernieuwing en kwaliteit is niet aan te tonen.

Wat zegt Dijsselbloem dan wél over de onderwijskwaliteit? Er is „sinds enkele jaren een dalende trend zichtbaar”, meldt het rapport inderdaad (het woord ’zorgwekkend’ komt enkel in het persbericht voor). Die conclusie slaat niet op het hele onderwijs, preciseert het rapport, maar vooral op de prestaties bij lezen, rekenen en wiskunde.

Wie terugbladert, op zoek naar gegevens die die conclusie onderbouwen, ontdekt dat nóg meer precisie nodig is. Over basisscholen doet Dijsselbloem geen eenduidige uitspraak. Sommige leerstof beheersen kinderen beter dan vroeger, andere minder. Ze blijven in bijna elk vak achter bij de verwachtingen van deskundigen, zeggen de onderzoeken waarnaar Dijsselbloem verwijst. Maar hoe ernstig dat ook is, op een daling duidt het niet – die is er al jaren.

Dijsselbloems oordeel over het dalend niveau blijkt vooral gebaseerd op internationaal onderzoek onder vijftienjarigen uit 2003 en 2006. In het algemeen blijkt de leesvaardigheid nauwelijks gedaald; alleen zwakkere scholieren presteren minder. Dat geldt ook voor wiskunde: alleen de meisjes doen het slechter; de jongens scoren even goed.

Slechter lezende zwakke vijftienjarigen en minder presterende meisjes bij wiskunde – dát is de ’zorgwekkend dalende trend’ van Dijsselbloem. Bewijs voor méér heeft hij niet gevonden. Stad en land heeft hij afgezocht, maar onderzoek op grond waarvan hij iets anders kon beweren, is er gewoon niet.

Maar bewijs of niet, veel docenten zijn ervan overtuigd dat leerlingen het slechter doen dan vroeger. Misschien komt dat, opperde Robert Sikkes van onderwijsbond AOb in Trouw, doordat meer scholieren doorstromen naar hogere schoolsoorten. Gingen vroeger alleen bollebozen naar het gymnasium, nu doen ook vwo’ers met een zesje dat. Daardoor daalt uiteraard het gemiddelde niveau van de gymnasiast, en dat merken leraren in de klas.

Het kán waar zijn; bijna niets staat onomstotelijk vast. Daarom pleitte Dijsselbloem voor een onderwijsmonitor die de onderwijskwaliteit in beeld brengt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden