Dijsselbloem, profiteer van de lage rente en investeer duurzaam

PETER RODENBURG en UNIVERSITAIR DOCENT EUROPESE STUDIES UVA

Na de introductie van de euro zagen de Zuid-Europese landen grote tekorten ontstaan op hun lopende rekening, terwijl de Noord-Europese landen grote overschotten kregen. Zo had Nederland in 2012 een recordoverschot van 19 miljard euro, ofwel 13 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De lopende rekening geeft alle transacties weer van ingezetenen van een land met niet-ingezetenen en is een maat voor de concurrentiepositie van een land.

Teneinde de macro-economische onbalansen in de eurozone te verminderen maakte de Europese Commissie in 2012 de procedurele afspraak dat grotere overschotten dan 6 procent van het bbp en grotere tekorten dan 4 procent uiteindelijk beboet zouden worden. In 2015 had Nederland nog steeds een overschot op de lopende rekening van 13 procent.

De Zuid-Europese landen hebben sterke bezuinigingsmaatregelen moeten nemen, waardoor hun tekorten op de lopende rekening inmiddels vrijwel verdwenen zijn. Maar door deze bezuinigingen zijn de private en publieke investeringen in Zuid-Europa dramatisch afgenomen en zullen deze landen waarschijnlijk decennialang te maken krijgen met lage groei. Al jarenlang doen invloedrijke organisaties als het IMF en de Oeso en toonaangevende economen als Martin Wolf, Christine Lagarde, Paul Krugman, Ben Bernanke en Paul De Grauwe een dringende oproep aan de overschotlanden - Nederland en Duitsland - om een actievere rol te spelen en om een begrotingsbeleid te voeren dat tot herstel kan leiden. Door het semigesloten karakter van de eurozone kunnen andere eurolanden hiervan meeprofiteren.

Vooralsnog hebben Nederland en Duitsland geen enkele verantwoordelijkheid genomen of leiderschap getoond op dit gebied, terwijl zij jarenlang hebben geprofiteerd van de onderwaardering van hun munt en bovendien het risico lopen beboet te worden.

De situatie is zelfs nog schrijnender: Duitsland en Nederland lopen achter op het gebied van publieke investeringen. De zogenaamde schuldenrem die in 2009 in Duitsland werd ingevoerd, leidt ertoe dat publieke investeringen in Duitsland sterk achterblijven. Door jaren van onderinvesteringen heeft Duitsland inmiddels het laagste publieke investeringsniveau binnen de Oeso. Het IMF adviseert Duitsland daarom additionele publieke investeringen van 2 procent van het bbp per jaar.

Ook in Nederland zijn belangrijke stappen te maken. Nederland mist een ambitieuze, publieke investerings-agenda, bijvoorbeeld op het gebied van de verduurzaming van de economie. De terugval van de aardgaswinning is vooral opgevangen door verbruik van meer steenkool: in 2015 werd 35 procent meer steenkool verbruikt dan het jaar daarvoor. Geen wonder dat Nederland tot de smerigste jongetjes van de klas behoort.

Het is hoog tijd voor een ambitieuze, publieke investeringsagenda; een groene New Deal. Daarom doe ik een dringende oproep aan minister Dijsselbloem van financiën om gebruik te maken van de lage rente. De sluiting van kolencentrales in Nederland bijvoorbeeld kost 7 miljard, maar de rente daarover is nul. De 'gratisgeldpolitiek' van de ECB maakt het mogelijk om zelfs projecten met een laag rendement winstgevend te maken. Door de historisch lage rente kan Nederland eindelijk stappen zetten op het gebied van werkelijke verduurzaming van de economie.

Een dergelijke investeringsagenda slaat uiteindelijk twee vliegen in één klap. Nederland verduurzaamt en levert eindelijk een belangrijke bijdrage aan de vermindering van onbalans in de eurozone. Als niet nu gebeurt, wanneer dan?

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden