Dijksma’s grenzen zijn betwistbaar

Twee scholen met zeer ongewone opvattingen kregen straf van staatssecretaris Dijksma. Maar is het omstreden karakter van een school daarvoor reden genoeg?

Ingrijpen door de overheid bij scholen is zeldzaam. Alleen al daarom is het bijzonder dat staatssecretaris Dijksma binnen een week twee basisscholen de wacht aanzegde en kortte op hun subsidie.

Maar beide ingrepen zijn juridisch niet onomstreden, bleek gisteren in deze krant: volgens de toonaangevende onderwijsjurist Paul Zoontjens staan de maatregelen van de staatssecretaris op gespannen voet met de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. Dat roept de vraag op: waar ligt de grens tussen wat de overheid wel en niet kan?

De twee scholen die Dijksma kortte, verschillen nogal van elkaar. De Nieuwe School in Culemborg gaat uit van een onderwijsconcept waarin kinderen vrij zijn om zelf te bepalen hoe en wat en wanneer ze leren. Dat werkt niet, oordeelt de onderwijsinspectie. De leerlingen rotzooien maar wat aan, stelt zij vrij vertaald, en de leraren eigenlijk ook.

Volgens Dijksma is niet alleen de praktijk in de Nieuwe School, maar het onderwijsconcept zelf in strijd met de wet: een school moet onderwijs aanbieden en deelname daaraan verplichten. Daarmee begeeft ze zich op glad ijs. Want wat is precies ’onderwijs aanbieden’ en ’verplichten’? Dat het lastig is om dat eenduidig vast te stellen, blijkt alleen al uit het gegeven dat andere scholen met een vergelijkbaar concept wel genade vinden in de ogen van de inspectie.

De principiële vraag erachter is in hoeverre de overheid zich mag bemoeien met de onderwijsmethoden van een school. Het enkele feit dat een onderwijsconcept de staatssecretaris niet aanstaat, is niet genoeg grond voor ingrijpen, zeggen juristen.

Aan de As Siddieqschool in Amsterdam, de andere school die Dijksma straft, ligt niet zozeer de methode onder vuur, maar de inhoud. Elke school is wettelijk verplicht burgerschap en integratie te bevorderen. De orthodox-islamitische As Siddieq doet dat nauwelijks. Met name de onderwerpen die Dijksma het belangrijkst vindt voor deze school (openheid naar de samenleving en de waarden van de democratische rechtsstaat) zijn nog niet behandeld. Terwijl de school beloofd had juist deze onderwerpen snel op het lesrooster te zetten.

Is dat genoeg reden voor een sanctie? Niet als de overheid wil voorschrijven wat goede burgers zijn, zeggen onderwijsjuristen stellig. Hoever kan Dijksma dan wel gaan? De termen ’openheid naar de samenleving’ en ’democratische rechtsstaat’ hebben in elk geval geen wettelijke basis: ze zijn slechts bedacht door de inspectie als uitwerking van de wet.

Hoe verschillend de twee scholen ook zijn, één ding hebben ze gemeen: hun opvattingen en praktijken staan ver af van wat in Nederland doorgaans gewoon en ook gewenst wordt gevonden. Maar daarvoor is de vrijheid van onderwijs nu juist bedoeld: ruimte bieden voor scholen met uiteenlopende opvattingen over godsdienst, mens en samenleving. Zelfs scholen met omstreden ideeën krijgen daarom vaak overheidssteun.

De onderwijsvrijheid houdt op waar verplichtingen uit andere wetten beginnen. Maar waar die grens ligt, blijkt in de praktijk steeds opnieuw betwist te worden. Ook de twee nu bestrafte scholen zijn waarschijnlijk niet kansloos als ze naar de rechter stappen. Zo ver komt het misschien niet. Maar nu Dijksma zulke unieke maatregelen heeft genomen, zou zo’n gang naar de rechter wel helpen duidelijkheid te scheppen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden