Dijkmeijer en Beenhakker vinden elkaar terug op Cadance-festival

DEN HAAG - 'Het kost tien jaar om een gerijpt danser te worden', schreef Martha Graham vijftig jaar geleden in haar tractaat 'I'm a dancer'. Met hun duet 'Azuur' in de 'Our Time cyclus' van het Haagse Cadance Festival '98 zijn Janine Dijkmeijer en Hans Beenhakker het levende bewijs van haar stelling. In het festival vertegenwoordigen zij de generatie der dertig plussers. Een tussen-generatie, die zowel de explosie als implosie van de eigentijdse dans aan den lijve meemaakten.

Tien jaar geleden leerden zij elkaar als debutanten in de Dansgroep van Krisztina de Châtel kennen. Zij kwam kersvers van de Scapino Dans Academie in Amsterdam en hij van de Rotterdamse Dansacademie. Een tweejarige minimal dance-test van hun stamina en passie, onder andere in Change, Dualis, Fold en Imperium deed hem besluiten te stoppen.

Hij beloonde zichzelf met een wintersportvakantie, maar omdat de trein via Wuppertal ging, stapte hij daar toch maar uit om bij Pina Bausch te auditeren. Tot zijn stomme verbazing zag hij zijn brutaliteit beloond. Ruim drie dubbele tropenjaren dompelde hij zich onder in haar kloosterorde, leefde hij op een kamertje met slechts een matras en een tv om nog het Nederlandse nieuws te zien.

Geen dansdirectrice die hem zo trefzeker met slechts twee of drie woorden in zijn hart en hersenen wist te raken. Bausch gaf hem ook hoofdrollen, onder meer in Blaubart, Sacre, Nelken. Beenhakker weet nu wat het is om tijdens een voorstelling zes kilo lichter te worden.

Janine Dijkmeijer toonde zich ondertussen een van zijn weinige Nederlandse danscontacten die hem trouw in zijn Bausch-bekering bleef volgen. Hun wederzijdse bewondering zou alleen maar toenemen. Ook Janine Dijkmeijer wilde na twee jaar haar dans door klimaatswisselingen laten rijpen. “Ik ging de andere kant op, volgde een half jaar lessen in New York bij Jennifer Muller en kreeg contracten bij Reflex en Piet Rogie. Ook ik danste mijn 'Blauwbaard's Burcht'. Het was een enge stap om freelancer te worden, vanwege alletrammelant om je geld, je GAK en zo. De laatste vijf jaar heb ik zonder stop als een nomade in de Nederlandse dans rondgetrokken: drie producties per jaar. Dat betekent dat je altijd met twee tegelijk bezig bent. Dat vergt veel concentratie, maar geeft ook energie en inspiratie.”

“Soms heb ik last van de aan mij trekkende werkgevers, maar ik heb geleerd dat zoveel mogelijk aan henzelf over te laten. Ieder jaar zei ik weer: ik wil iets anders, meer mijn hersenen gebruiken, maar voor medicijnenstudie werd ik driemaal uitgeloot. Ook nu sta ik voor de vraag stoppen of doorgaan? Ik wil in ieder geval in iedere productie iets anders in mezelf aanboren, dus niet in de regressie of routine vervallen.”

“De Nederlandse dans dreigt nu steeds meer een groot repertoiregezelschap te worden. Zo'n tien jaar geleden hoorde ik tot zo'n vierhonderd freelancers. Als er veertig van over zijn is dat veel. Die groep komt elkaar ook overal weer tegen, wisselt voortdurend in clustervorming. In het nomadische systeem kiezen dansers sowieso hun eigen choreograaf.”

Beenhakker: “Na drie jaar Pina kende ik haar repertoire, maar ook de groepsprocessen en alle shit. Extremistisch als ik ben, besloot ik om niet een paar maanden verlet te vragen, maar er echt weg te gaan. Ik was op, had alles gehad. Ik heb in New York met Susan Marshall en Philip Glass gewerkt en later met Amanda Miller. Voor mij was dat te intellectualistisch en afstandelijk.”

“Ik stapte zelfs helemaal uit de dans en ben - lach niet - goud en diamanten voor een Amerikaanse juwelier op de Duitse markt gaan verkopen. In een double-breasted kostuum, vliegen in businessclass. Business doen en Bauschiaans je zaakjes verkopen verschilt weinig. Allebei zijn spel en een kwestie van overtuigen. Business is even eerlijk, maar leger vertier.”

“Een gebroken voet stak een spaak door het wiel. Toen wist ik dat ik een stuk wou maken over de warmte en eerlijkheid die ik zoek. Via Janine heb ik contact opgenomen met Leo Spreksel en ook een subsidie van tienduizend gulden bij het Amsterdams Fonds gekregen. Ik wilde voor mezelf een zoektocht uitzetten. Veel stukken in Nederland zijn zo afstandelijk. Er is een klakkeloze overname van het Forsythe-systeem. Ik wilde iets met Janine maken omdat ik wist dat zij wist waar ik stond en nu sta. Dat geldt ook vice versa. We verbazen elkaar. Ze is als persoon zo gegroeid door telkens een ander aspect uit te diepen.”

“Dit duet is formeel mijn debuut als choreograaf, maar zo voel ik het niet want bij Pina heb ik al zoveel gemaakt. Ik zocht een uitdaging, dus wou ik een abstracte tekst, waarbij het publiek zijn eigen verhaaltje kan bedenken. Gerard Jan Rijnders was bereid die voor ons te schrijven. Janine: “Wat ik ditmaal zo heerlijk vind is dat Hans me niet vraagt mijn eigen creatie te maken, zoals de meeste choreografen dat doen. Als danser krijg je heus geen voorgeschreven pasjes meer, maar Hans heeft me ook letterlijk allerlei materiaal gegeven. Dat we praten tijdens het dansen is natuurlijk een risico. We willen het zonder speakertjes. Waar die titel 'Azuur' voor staat mag iedereen zelf invullen. Op de affiche zie je ons uit de golven opduiken. Uit de Noordzee bij Scheveningen. Overigens zijn we allebei duikgek. Er is een andere wereld daar.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden